De reïncarnatie van een fakir

Zo, dat heeft niet lang geduurd. Ik heb er niet eens reclame voor gemaakt, de telefoon ging al na een week. De eerste lege stal is alweer gevuld en de tweede volgt volgende week. Spaanse dames dit keer. De paarden, welteverstaan.

Nieuwkomers gaan in quarantaine in de paddock. Het duurt dus nog even voor de mannen in volle glorie hun charmes op ze mogen uitleven. Altijd even onrustig en wennen. Hoewel, ze zijn ruin genoeg om ‘s ochtends gewoon eerst helemaal achterin naar hun verse strookje gras te sjokken. Onze groep heeft veel ruimte, dus meestal verloopt zo’n introductie soepel. We laten ze nu af en toe al even aan elkaar snuffelen. Daarbij klinkt wel eens een gil, vooral DD is nogal vocaal. Hij is daarbij overigens niet erg imponerend, want hij heeft ondanks zijn afmetingen het geluid van een vijf weken oude Shetlander. Wij mensen vinden dat gegil bij een kennismaking vaak spannend. Maar dat is volstrekt normaal gedrag. Net als die mooie ronde hengstennek die ze dan opzetten.

Spijkerbed-nachtmerries

Verder was het weer tijd voor de jaarlijkse vaccinaties. Iets waar ik niet naar uitkijk. DD heeft echt nog nooit van zijn leven iets akeligs meegemaakt, want hij is zowat van veulen af aan bij me. Maar hij heeft op één of andere manier een enorme fobie voor injectienaalden opgedaan. Ik heb me laten vertellen dat zijn moeder dat ook had. Ik weet niet of dat kan, maar het lijkt dus alsof het in de genen zit. Volgens mijn dierenarts, die niet bang is en er zelfs de humor van in ziet om het toch weer iedere keer te redden, is DD de reïncarnatie van een fakir die slechte herinneringen heeft aan zijn spijkerbed…

Een slinkse list

Vorig jaar had DD zijn beenblessure en was ik voor controle in de kliniek, waar hij werd gesedeerd voor zijn echo. Gek genoeg gaat dat wel. Maar eenmaal met zijn onderlip op half elf heb ik hem wel meteen laten vaccineren, dat scheelde veel stress. Zijn tactiek is namelijk om op zijn achterbenen te gaan staan en dat is bij een stokmaat van 1.80 echt niet grappig. Mijn tactiek is om op zijn rug te klimmen, want ik zit er in zo’n geval liever op dan dat ik ernaast sta. Al rijdend loopt de dierenarts mee. Maar…daar trapte DD dus niet in. Hij pakte de snoepjes braaf aan, echter zodra de hand met de spuit in zijn richting bewoog stoof hij achteruit. Tot de dierenarts al lopend zijn neus pakte. Dat leidde hem net lang genoeg af om de injectie toe te dienen. Hoewel zwaar beledigd, nam hij daarna toch nog een snoepje aan. De andere paarden zijn zo braaf dat die los in de stal werden geënt. Nou ja, we zijn er weer voor een jaar vanaf.

Wateroverlast

Vervolgens gingen de hemelsluizen op zo’n manier open dat het leek of al het gesmolten poolijs in een keer over ons werd uitgestort. Niet normaal. Ik probeerde tussen de buien door te rijden, maar er staan nu nog steeds drie paar kletsnatte laarzen in de gang. Hoewel we vorig jaar van alles hebben geprobeerd met waterdichte kit bij de stallen, hadden we op één plek opnieuw wateroverlast. Dus zijn we weer hevig in de weer geweest met afdichting en een loodflap, die zoals de naam al aangeeft zwaar is. Daarmee sta je dan op een laddertje te hannesen. Mijn lijf deed aan alle kanten pijn. Het leven van een stalhouder gaat niet altijd over rozen.

Old boys network

Nog iets leuks gedaan? Jazeker: Barbenheimer! Oftewel twee films bezocht, die ik allebei kan aanbevelen. Ik had aanvankelijk mijn bedenkingen bij de roze uitstraling van Barbie, maar na er wat over te hebben gelezen kan ik bevestigen dat het allerminst een kinder- of meidenfilm is. Meer een sociologisch statement met absoluut een diepere laag. Of ik zelf wel eens echt last heb gehad van het old boys network? Ik heb ooit een hogere functie gekregen met bijbehorend salaris en verantwoordelijkheden, zonder officieel de titel te mogen voeren, want die ging naar een mannelijke collega. Een rare constructie, waar ik echter geen last van had, want het ging mij om het werk. Terugkijkend is dat inderdaad wel een vreemd staaltje patriarchaat. Maar ik ben er nooit onder gebukt gegaan. Verder heb ik altijd gedaan en bereikt wat ik wilde. Gewoon door hard te werken. Wat me meer heeft beschadigd is het gedrag van de sisterhood. Vrouwen solidair? Dat is echt een fabeltje. Zit ook in de film, ga maar kijken.

Pijnlijk mooi

Oppenheimer is helemaal fenomenaal. Wat diepe indruk op me maakte is hoe de man wordt binnengehaald als men denkt hem nodig te hebben en eventuele obstakels daarbij worden gladgestreken. Die vervolgens weer keihard tegen hem worden gebruikt als hij niet meer nodig is en wordt afgedankt. (Ik zag enige parallellen met een paardrij instructeur…) Met daarbij de opwinding van een op zich briljante wetenschappelijke doorbraak, die tegelijk zo gruwelijk destructief kan zijn. Moet je het daarom niet doen? Maar het is slechts een kwestie van tijd en dan doet een ander het en wie weet wat die ermee doet. Het schuurt aan alle kanten en dat zorgt samen met briljant acteerwerk voor een indrukwekkende film. Als je hem nog niet hebt gezien: gaan!

Een reiziger van drie hoog

Wat is de meest voorkomende windrichting in Nederland? Zuidwest. Dus als je een rondje op de fiets om het IJsselmeer gaat, is tegen de klok prettiger. Behalve als ik op fietsvakantie ga… Terwijl dat woord al bestaat uit twee delen die niet favoriet zijn bij mij.

Ik hoor jullie al zeggen: je hebt toch een elektrische fiets? Ja. Maar dat wil niet zeggen dat je niets hoeft te doen. En als je, zoals wij, stukken van zo’n 60 km per dag rijdt, dan moet je bij flinke tegenwind niet je ondersteuning voluit open zetten, want dan haal je de eindstreep niet met één batterij.

Ik moet wel eerlijk zijn, ik heb niet het hele stuk meegefietst. Zoals jullie weten ga ik alleen weg als de oppas goed is geregeld en die kon niet eerder. Dus ik heb een lift gekregen tot Naarden en me daar bij de rest van het gezelschap gevoegd voor de Zuiderzeeroute. Het was mooi weer, maar wel koud. De stevige noordoosten wind, die bijna nooit waait in dit jaargetijde en al helemaal niet zo lang, hadden we dus constant pal tegen. Tot de Afsluitdijk. Daar wil je ‘m juist. Maar ja, daar draaide ie…

Vijftig jaar eelt

Voor de trouwe lezers is het geen geheim. Ik ben een reiziger van drie hoog. Ik heb niet die fascinatie voor het ontdekken van nieuwe plekken. Nederland is prachtig hoor, maar ik hoef dat niet per ze met eigen ogen te zien. Accommodatie en eten valt in de meeste gevallen tegen. Dat heb ik thuis beter. In de gevallen waar dat niet zo is, is de prijs-kwaliteit verhouding vaak zo ver te zoeken, dat ik het ook een stuk minder prettig vind. Enige fysieke inspanning vind ik wel leuk en het hebben van een doel ook. Dus ik geef toe dat dit fietsen best aangenaam was. Waar de rest van het team klaagde over een gevoelig zitvlak, heb ik vijftig jaar eelt opgebouwd in een ander soort zadel, dus daar heb ik geen last van. We scharrelden met een dun zonnetje door allerlei leuke plaatsen, zoals het havengebied van Huizen, Spakenburg-Bunschoten en de eerste avond zaten we (terras mocht nog niet) aan de waterkant van het hotel naast Strand Nulde.

Wat opviel onderweg was dat overal wordt gebouwd. Dus dat verhaal dat er in Nederland geen reet wordt gedaan aan woningbouw is gewoon niet waar. Er is niet genoeg beton en aannemers om meer te doen. Echt overal was wel een project. Wat ook opviel is hoe belachelijk veel natuur er is. Eindeloze vlakten met weidevogels, kilometers waterrijk gebied met gekwetter. Daarbij vergeleken is ons Waalenburg een postzegeltje en vraag je je opnieuw af waarom het nou nodig was daar zo’n idioot vermogen in te pompen. Het is niet dat het echt zeldzaam is.

Ik wel in regenbroek…

In Elburg gingen de terrassen open en hebben we onze eerste buitenlunch gebruikt, nog altijd in een zonnetje, maar met een ijzige wind. Tot aan Kampen ging alles prima. Maar toen…sloeg het weer om. Niet de wind helaas. Die ging nog effe meer naar noord. Bij het bepakken van de fietsen in de ochtend kletterde de regen al naar beneden. En de vooruitzichten waren niet veel beter, dus wachten had ook geen zin. Alle accommodaties waren geboekt, dus je moet toch van A naar B. Deze wereldreizigster had uiteraard slim ingepakt, er zat een regenbroek in de fietstas. En ik had voor vertrek nog een waterdichte ANWB jas gescoord in de tweedehands winkel. ANWB mag dan in sommige kringen staan voor truttigheid, het is degelijk spul en functionaliteit ging me vóór modieus. Mijn medefietsers, die koudweergetraind zijn of op z’n minst de halve wereldbol al hebben gezien, hadden erop gegokt dat het droog bleef… Wat ze wel bij zich hadden? Een paraplu! Ik heb hierom echt een kwartier de slappe lach gehad.

Een straal in je schoenen

Ik weet niet of jullie het weerbericht hebben gezien, maar er lag een staart van regen over het land. En waar viel het meest? Precies! Op het traject Kampen – Lemmer. Het kletterde zo hard naar beneden dat het zeer deed in je gezicht. De onafgebroken striemende stralen waren zo hevig, dat het leek of er een kraan open stond, vanaf mijn regenbroek zo mijn bergschoenen in. En bij mijn kin was er ook geen houden aan, het gutste gewoon naar binnen. Ik zag alleen de binnenkant van mijn capuchon. Het water klotste in mijn schoenen en spoelde dwars door mijn handschoenen. Ik heb in zo’n geval de neiging om even door te stampen, maar partner is hiervoor getraind en zocht dus regelmatig droge plekken, zoals bushokjes en onder viaducten en dwong ons iets te eten en te drinken. We hadden uiteraard noodvoorraad mee.

Mentale test

Als het eenmaal tegenzit, zit meestal alles tegen. De Wet van Murphy. We hadden uiteraard de rechtstreekse route gekozen en afgezien van het meer open kusttraject. Maar wat je ook overal in Nederland ziet zijn wegwerkzaamheden. Bij Ens was het fietspad opgebroken, wat ons een omleiding van zeker 10 kilometer bezorgde, waar je in zulke omstandigheden niet op zit te wachten. De kunst is om je dan niet mentaal eronder te laten krijgen. Bij de volgende stop zag ik dat een van de reisgenoten blauw begon aan te lopen en hevig rilde. Onderkoeling lag op de loer. Doorgaan, doorgaan. Ondanks mijn natte handen en voeten had ik het niet koud door mijn winddichte beschermlaag.

Eenmaal in Lemmer was de vriendelijke B&B eigenaar zo aardig om ons er eerder in te laten. Al gauw hing het hele pand van voor tot achter vol met onze natte zooi en ging partner in de weer met zijn onmisbare tangetje, om de verwarmingen te ontluchten, in de hoop dat ze ook nog warm zouden worden. Dat lukte maar ten dele, zodat ik de rest van de dagen met boterhamzakjes in mijn natte schoenen heb gereden. Ik moest wel mijn honende opmerkingen over de paraplu terugnemen, aangezien die van pas kwam toen ik voor een boodschap de deur uit moest.

Penibele grassituatie

Je zou misschien denken dat ik door het afzien helemaal ben afgeknapt. Het gekke is dat dat mij juist wel een soort kick geeft. De afstanden dagelijks waren ook goed te doen. Wat me een raadsel blijft is dat mensen hang hebben naar het onbekende, het avontuur van het ontdekken van nieuwe plekken. Dat ze daarvan ontspannen en het gevoel hebben ‘lekker weg’ te zijn. Dat geeft mij juist stress. Het leuke vond ik het bewegen en we hebben onderweg veel gelachen.

Thuis was alles prima gegaan. Er was op Texel nauwelijks een druppel gevallen, waardoor de grassituatie in de wei helaas redelijk penibel wordt. Zelfs stokoude labrador Beer scharrelde nog vrolijk rond, wat steeds meer een gok wordt. Ik moet zelf altijd weer even wennen, maar na drie wasmachines was dat ook wel voor elkaar.

Alleen één grote domper: de PAAL staat er nog….

Aan alles komt een einde…

Natuurlijk had ik voor jullie een blog klaargezet die afgelopen week had moeten verschijnen. Maar ik vakantie, jullie vakantie. Nee, zo was het niet helemaal. Er stond wel wat klaar, maar niet op de goede datum. Voorbereidende vakantiestress, zullen we maar zeggen. Jullie houden ‘m uiteraard tegoed. Trouwens, niemand die klaagde, dus misschien heb ik wel helemaal geen lezers. Maar ik ben er weer, dus dit keer een verse.

Ierland is misschien wel het mooiste land waar ik ooit ben geweest. Vooral de zuidwestelijke hoek was adembenemend. Maar ook in het noorden reden we op heftige weggetjes, met de oceaan aan onze rechterhand. Qua weer viel het mee. Typisch Iers, four seasons in one day. Nou ja, drie dan, want we hebben geen sneeuw gezien gelukkig. Elke dag wel één of twee buien, maar niet zo erg dat het vervelend werd. Terwijl we van het thuisfront hoorden dat er ondertussen iets werd gedaan tegen de droogte van afgelopen maanden. We kregen zelfs berichten over half ondergelopen stallen.
Heel naar, maar op afstand kon ik niet anders dan uitleggen waar het hoosbakje ligt. Ik bleef er, tot mijn eigen verrassing, ontspannen onder. Dat kwam misschien wel omdat die Ieren ook zo relaxt zijn. In Engeland heb ik dat eveneens, dat ik me zo goed voel. Ieren zijn nog net een streepje anders. Die zitten helemaal nergens mee. Erg prettig volk. Voor hoogstaande mode hoef je er niet heen, ze zijn wars van uiterlijk vertoon. Tenminste op het westelijke platteland, dat zo te zien nog verrassend arm is. Ze stoken er turf. Dat ze met de hand steken.

Spraakverwarring

We hebben ons onderweg ook uitstekend vermaakt met de grappige plaatsnamen. Wij hebben van die geluidssetjes, waardoor we tijdens het rijden met elkaar kunnen praten. We stelden ons voor hoe twee Middeleeuwse Engelse kaartenmakers met een lokale Ier zaten te praten. Dat moet ongeveer zo zijn gegaan:

‘Wat zegt hij, hoe heet deze plaats?’
‘Beal an Da Chab’
‘Wat? Versta jij wat hij zegt?’
‘Volgens mij zegt hij Ballydehob’
‘Okay, schrijven we dat op….’

Als ze er helemaal niet uitkwamen:
‘Ik versta die vent echt niet hoor. Hoe heet jouw broer ook alweer?’
‘Thomas’
‘Okay, schrijf op: Thomastown’.

En de keer daarna:
‘ Ik weet niet wat hij zegt hoor, schrijf maar Thomastown op’
‘Hadden we die van de week niet ook al?’
‘Oh ja. Hoe heet je neef?’
‘James’
‘ Schrijf op: Jamestown’….

Help, een haai…

Het rijden naast de oceaan maakte ons elke dag enthousiast. Ik was constant aan het turen of ik een walvis of een dolfijn zag, maar het bleef bij een zeehond. En die hebben we hier in overvloed, dus dat was niet spannend. We zaten op een avond met een visser te praten. Die gaat dagelijks in zo’n sloepje zijn fuiken langs. Ik vroeg hem hoe het zat met die walvissen, waar Ierland zo bekend om staat. ‘Te koud’, zei hij. Want het was overdag maar 12 graden. Hij was echter wel een basking shark tegengekomen. Voor de niet kenners: zoek even op Google. Een enorme haai, zo groot als een walvis, met een enge kop. Maar het is een planktoneter, dus volkomen ongevaarlijk. Die man vertelde dat er eentje de zeepokken van zijn huid tegen het bootje probeerde af te schuren, dus hij had hem met de roeiriemen geprobeerd weg te jagen om niet omgeduwd te worden. Ik zit daar met open mond naar te luisteren en zie het voor me. Wat een avontuur. Maar voor Ierse vissers dus doodnormaal.

Regen, regen, regen…

Hoewel Ierland best bekend is om de sporthorses, zag ik er weinig waar wij reden. Wat ik wel heel veel zag: ezeltjes. Ik heb echt nog nooit zoveel en zo vaak ezeltjes gezien. Gewoon in de wei, niet dat ze er iets mee deden.

 

Aan de oostkust veranderde het landschap. Ook mooi, maar we waren zo verwend met de ruigte en de spannende weggetjes, dat het ons iets minder boeide. En het weer begon te veranderen. Helaas in ongunstige zin. Dus zijn we bij Dublin (prachtige stad) overgestoken naar Holyhead, om nog even in Wales rond te toeren. Ik zag dat Wim Lex en Max daar nu zijn. We hebben een prominente planning zeg, want we liepen ook al bijna Don en Mel uit de USA tegen het lijf. Nou ja, we reden in een roadblock van 1500 man Amerikaanse security. Blijkt dat hij precies op onze route een eigen hotel heeft.
Het weer verslechterde in rap tempo. Een dagje in de regen is niet zo erg. Maar als dat lang doorgaat, wordt het op een motor vervelend. Mijn nieuwe pak is geweldig, dus koud heb ik het niet gehad. Maar als je met je kleddernatte zooi voor de deur van een logde staat, is dat al snel niet grappig meer. Dus we hebben iets eerder dan gepland koers naar huis gezet. Daar was alles nog in blakende welzijn. Socrates en de honden reageerden luidruchtig opgetogen. De rest reageerde alsof we niet weg waren geweest. Natuurlijk stond ik te popelen om in het zadel te klimmen. Maar de regen kwam echt met bakken naar beneden. Wat hebben jullie met dit land gedaan tijdens onze afwezigheid? Enfin, ik heb inmiddels alweer gereden en zelfs een beetje spierpijn! Ik was halverwege toen opnieuw de hemelsluizen open gingen. Dus ik begin maar even met de bult wasgoed, want het is onvoorstelbaar hoeveel je toch nog meesleept op zo’n motor. En dan weer langzaam omschakelen, ook qua tijd. Want door het tijdverschil heb ik het gevoel dat ik twee keer moest wennen aan de zomertijd.
Maandag met DD naar de kliniek voor controle en donderdag naar Ermelo voor de presentatie van een bijscholing houding en zit die jullie niet willen missen als je je er nog niet voor hebt opgegeven.

Vakantie is over. Laat de zomer nu maar beginnen.

Filenieuws

Soms zijn er van die dagen dat het niet zo lekker loopt allemaal. Het waait dat het rookt buiten. Daardoor lag ik de halve nacht toch een soort van waakzaam met één oor open. Geen idee wat voor instinct dat is. Het dak heeft al menige storm doorstaan, het zou wel heel toevallig zijn als dat nu niet het geval was. En al vliegt er een dakpan af, wat ga je daar aan doen midden in de nacht, terwijl de wind je van de ladder blaast. Toch kon ik de slaap niet erg vatten.

Het hebben van veel beesten betekent dat daar altijd wel een senior exemplaar bij loopt. In ons geval twee oude honden. Die hebben wel eens een ongelukje ’s nachts. Zeker als het weer de avond ervoor al niet zo uitnodigend was om tijdens het laatste rondje lang buiten te blijven. Je zou toch zeggen dat onze Engelse honden qua genen wel wat zijn gewend aan snertweer. Maar niet dus. Niet grappig als je na zo’n nacht beneden komt. Vooral niet als dat dan van een labrador is, wat qua hoeveelheid niet zo makkelijk met een WC papiertje is weg te halen. Meer details nodig, of heb je zo genoeg beeld?

Tot overmaat van feestvreugde stonden èn de afwasmachine èn de wasmachine in alarm. De eerste heeft al een tijd kuren, de laatste gilde dat ie een verstopte filter had. Toen ik die losdraaide golfde er een enorme plons water de bijkeuken in. Bij de eerste stap buiten na het dweilen kletste de

regen in mijn gezicht en zag ik uit een ooghoek dat er wel degelijk iets was gebeurd. Er was namelijk een boom in de tuin omgewaaid. Op zich geen drama, want het was een oude meidoorn, die verder geen schade had aangericht. Maar het is wel de boom die ’s zomers op zeer warme dagen –je kunt het je nu bijna niet voorstellen, maar die hebben we ook- voor een aangename plek schaduw zorgde en waaraan ik mijn hangmat knoopte. Dus een beetje meewarig werd ik er wel van.

Bij de stal hebben we van die sensorlampen die aanflitsen als er iets beweegt. Die bij de deur is stuk. Al twee dagen. Ik neem me steeds voor om ‘m te vervangen, maar het weerbeeld van de laatste dagen was niet erg uitnodigend. Ik moet het uitstel elke ochtend bezuren als ik in het half duister naar de deurklink tast.

Eenmaal op stal blijkt dat de kippen voor zichzelf hebben gezorgd en de zakken voer te lijf zijn gegaan, die net waren gebracht. Eigen schuld, had ik ze meteen maar in de voertonnen moeten doen. Maar ja, die zijn nog net niet helemaal leeg, dus ik wilde het nog even afwachten. Geen goed idee, zo blijkt. De honden storten zich enthousiast op wat er allemaal is geknoeid, wat niet mag want Binkie is overal allergisch voor, dus voor ik het weet zit ik ’s avonds weer met een kaalgekrabte roze Jack Russell. Mopperend grijp ik een bezem zonder goed te kijken, waarna alle vorken van het rek vallen.

Ik vertel de paarden dat ze verwende beesten zijn, terwijl ik ze zo’n beetje de wei in moet duwen. Dat er elders paarden zijn die in deze tijd van het jaar niet naar buiten kunnen of mogen hadden ze geen boodschap aan. Ook al staan ze gezellig alle vijf bij elkaar met prachtige waterdichte dekken op en hebben ze momenteel meer dan een hectare met zat droge plekken en nog steeds genoeg gras, ze houden niet van regen. En dat laten ze me duidelijk merken.

Terwijl ik naar binnen loop hoor ik op de radio het filenieuws. Heel Nederland staat vast. Er zijn treinen vertraagd. Ik sta even stil en kijk naar de grazende paarden. Dot gooit een dennenappel voor mijn voeten. Haar staartje zwiept verwachtingsvol heen en weer. Even de stallen doen en dan lekker schrijven in mijn heerlijke kantoortje. Niks files of wachten.

Ik ga eerst even die lamp vervangen. Nu echt.