Wie schrijft die blijft

Je komt op een leeftijd dat je vaker enveloppen met een rouwrand in de bus vindt dan geboortekaartjes. Er zijn mensen die zo’n rol in je leven spelen, dat ze een blijvend effect hebben op je persoonlijkheid. Mijn instructeur en geweten mevrouw Barrau was zo iemand en haar overlijden vorig jaar deed veel met me. Afgelopen week nam ik afscheid van Harry.

Als 21-jarige, pas afgestudeerde informatietechnoloog wist ik niet wát ik wilde doen qua werk, maar wel dát ik het op Texel wilde doen. En ik wist ook heel zeker dat ik niet als informatietechnoloog aan de slag wilde. Waarom dan toch die richting gekozen? Wel, mijn ouders stonden erop dat ik afstudeerde, dus ik had gewoon iets gezocht dat ik zo snel mogelijk kon volbrengen met een beetje pittig doorwerken. Voor wie denkt dat de rekensom niet klopt: ik was op mijn 16e klaar met het VWO. En geloof mij, dat was echt geen zegen, noch een voordeel, want je hoort nergens bij op een leeftijd dat dat best belangrijk is.

Mijn roeping gevonden

Ik solliciteerde gewoon op alles wat er voorbij kwam, van bankdirecteur tot typiste. Wat de bedoeling is, gebeurt. Dat is mijn levensmotto. Er verscheen een advertentie in de Texelse Courant: leerling journalist gezocht. De rest is geschiedenis. En er volgde nog een stukje post-HBO journalistiek, naast het werk. Maar het grootste deel van mijn vorming tot de schrijver die ik nu ben komt van Harry. Hij wás de Texelse Courant. Jarenlang had hij in zijn eentje gebuffeld, vrijwel letterlijk dag en nacht, om twee keer per week alle pagina’s van dit oudste nieuwsblad van Nederland te vullen. Maar hij kreeg versterking van een heuse redactie. En ik was de eerste vrouw in het driepersoons team.

Met verf besmeurd

Dat was een dingetje. Vergelijk de impact met de eerste vrouwelijke astronaut. Harry had aanvankelijk nog wel wat vooroordelen tegen het idee van een vrouw op de redactie. Daar schreef hij jaren later een olijke column over, dat hij dacht dat vrouwen toch altijd maar zwanger of ongesteld waren en dus niet geschikt voor de vele werkuren. Want overwerken was standaard en werd niet betaald. Dat hoorde erbij. Dat verhaal kwam hem duur te staan, want hij werd er letterlijk over aangevallen door feministische types. Ik? Ik lachte me een hoedje. In diezelfde column schreef hij overigens eveneens dat ik het tegendeel had bewezen, want hard werken zonder te zeuren kon ik óók!

Levenslessen en -wijsheden

Bijkomend fenomeen was dat we dezelfde achternaam hadden (voordat ik trouwde) en hij een dochter van mijn leeftijd had, waardoor de goegemeente dacht dat hij zijn eigen bloed had aangenomen. Tot op de dag van vandaag zijn er Texelaars die denken dat Harry mijn vader was. We waren ergens gestopt met het uitleggen. Hij noemde mij soms spottend ‘dochter’ en ik plaagde hem met ‘vader’. Maar in de twaalf jaar dat we zoveel uren zeer nauw hebben samengewerkt, in een piepklein muf kantoortje op een bovenverdieping, was onze band intenser dan ik met mijn eigen vader had. Hij heeft het waarschijnlijk nooit zo beseft en zeker niet bedoeld, maar er zaten waardevolle levenslessen bij wat hij vertelde.

Leerschool

Toen ik daar begon zat Harry nog met twee vingers te rammen op een ouwe typemachine, sneller dan ik met mijn tien vingers kon bijhouden. Zijn spatiebalk had het opgegeven en was op z’n Texels gerepareerd met plakband. De computer deed z’n intrede, waardoor mijn studie aanvankelijk toch nog enig voordeel bleek. Maar schrijven was waar mijn hart lag, naast de paarden. Harry leerde me alle kneepjes van het vak. Nooit belerend, maar op een manier waardoor ik me er met nog meer enthousiasme in stortte. We maakten zelf de foto’s, ontwikkelden de filmpjes en drukten ze af. Daarnaast deden we ook de opmaak van de krant. Hoe allround wil je het hebben, wat een fantastische leerschool. Keihard werken, maar wat hebben we gelachen met z’n allen. Harry was niet alleen een geweldige schrijver, hij was ook een fenomenale verteller, met een droog gevoel voor humor. Zijn motto was dat een goed verhaal niet waar hoefde te zijn, hoewel de waarheid bij verslaggeving voor hem wel heilig was. Regelmatig gingen we met pijn in onze kaken en schatertranen over de wangen weer aan de slag na de koffie. 

Iedereen kende hem op het eiland

Ik vertrok na twaalf jaar Texelse Courant met partner naar Engeland, voor zijn werk. Na terugkeer kwamen Harry en ik elkaar uiteraard af en toe tegen, want zo groot is Texel nou ook weer niet, in allerlei verschillende hoedanigheden. De laatste jaren vooral omdat hij ook veteraan was (Nieuw Guinea) en een trouwe, graag geziene gast bij de bijeenkomsten, die de Texelse veteranenstichting regelmatig houdt. Ook daar werd hij uitgenodigd het woord te voeren, wat hij op zijn bekende humoristische wijze graag deed, vaak met een plaagstootje naar zijn ‘dochter’.

Het ooit door vrienden als practical joke stiekem knalgeel gespoten kleine autootje (want geel was een veel veiliger signaalkleur, zo vond Harry, waarna hij in een column zijn beklag had gedaan dat die niet verkrijgbaar was) was allang uit het straatbeeld verdwenen. Maar als hij ergens was kwamen er al snel weer verhalen boven. Als hij weg ging, was het beeld altijd het zelfde: haar dat wild alle kanten op stond, zo ongeveer als Dr. Emmett Brown in Back to the future. Met een wijsvinger in de lucht zei hij ‘hoei’, waarna hij met de karakteristieke grote passen, enigszins voorover gebogen in zijn eeuwige parka, wegbeende.

Hoei Harry.

Wie schrijft die blijft. Dus jij bent nooit echt weg.

Het Atlantis van het Noorden…

Het is helaas gewoon zo, ik ben niet geschikt voor vakantie. In de nacht van vrijdag op zaterdag kreeg ik op alle denkbare manieren een innige relatie met de WC pot. Hondsberoerd liggend op de ijskoude tegelvloer kon ik maar één ding bedenken: ik MOET zondag in die auto stappen…

Ik probeer zoveel mogelijk te lezen, voor zover mijn tijdschema het toelaat. Ik weet niet meer waar, maar ergens las ik iets over een man die als filosofie heeft dat je altijd dertig procent meer kunt dan je denkt. Dus zelfs als je het gevoel hebt dat je helemaal stuk zit, dan zit er ergens nog een beetje reserve. Dat kunnen aanspreken is naar zijn mening een mentale capaciteit, die je kunt ontwikkelen. Ik ben allerminst een zwever van aard, maar ik geloof er wel in dat een lichaam tot meer in staat is dan wij denken. Op allerlei gebied. Zo ziek als ik was, gaf ik mijn lijf voortdurend de opdracht om op zondagochtend beter te zijn. En zowaar stapte ik -weliswaar slap- koortsvrij in, met een rol mariabiscuitjes en een fles water onder mijn arm.

Ik ga verhuizen…

Voor wie de foto’s niet heeft gevolgd op facebook: Gent is een prachtige stad, de tuin van Monet is absoluut een aanrader en over Puy du Fou raak ik niet uitgepraat. Ik heb een bezoek achter de schermen mogen brengen aan de stallen. Waar ik op andere plekken nog wel eens stereotype gedragingen ontdekte, of paarden die volkomen in zichzelf gekeerd of juist boos waren, zag ik hier allemaal belangstellende koppies, vriendelijk, rustige ogen en ruwvoer. De paarden werken maximaal twee uur en gaan dan in paddocks. Ze kunnen elkaar voortdurend zien en aanraken. Kortom, het klopt gewoon daar. Na drie geweldige dagen was het tijd om verder te gaan. Ook al omdat de hemelsluizen open gingen. En bleven. Er zat nog een bezoekje Eurodisney en Maastricht achteraan, met vlaai en ander lekker eten dat mijn maag tegen die tijd zeker weer kon waarderen.

Als alles maar goed gaat…

Met de paarden ging alles goed, met dank aan mijn fijne pensionklanten. Ze hadden zelfs kans gezien mijn kippen kunstjes te leren. Het was een rustgevende gedachte dat er zo goed op mijn beesten werd gepast, voor mij een hoofdvoorwaarde om weg te kunnen. Toch sloeg de onrust in de loop van de week enigszins toe. Mijn telefoon bleef maar ‘pling’ zeggen. Hele leuke werkopdrachten hoor, waar ik me nu met plezier op stort. Zo ben ik vandaag naar het welzijnscongres van de KNHS, waarover jullie dus binnenkort meer lezen. Maar ook de buurtapp ging af, omdat er verdachte figuren waren gezien. Nou is het natuurlijk geweldig dat er zo goed wordt opgelet en ook meteen gehandeld, want de politie was al gebeld. Frankrijk is echter een groot land en ik zat op twaalf uur autorijden afstand. En ik ben een ontzettende piekeraar.

Echt niet leuk meer

Zoals gezegd was het ook in het zuiden nat. Dat was nog niks bij wat we thuis aantroffen. We hebben heus wel eens vaker een kletsnatte dag meegemaakt, waarop alles inclusief de rijbak blank stond. Maar dat zakte dan na een dagje weer weg. Nu krijgt het de kans niet, het blijft plenzen. Tot overmaat van feestvreugde was de waterstofzuiger overleden. Alweer. We hebben het grootste deel van de wateroverlast onder controle. Alleen bij Socrates ligt, bij extreem weer als dit, nog een plasje. Het apparaat dat we sinds augustus hebben, is niet zo robuust als de fabrikant doet geloven. We houden ons keurig aan de gebruiksaanwijzing, maar ook deze ging dood. Daar kon ik op afstand niets aan doen, maar eenmaal thuis gingen we toch voor de garantie. Man, man, man, een derdegraads kruisverhoor, waarbij de zweepslagen nog maar net ontbraken. Partner werd er zo woedend van, dat ik hem naar de auto moest sturen om af te koelen. Het sloeg ook nergens op, want het ding is pas drie maanden oud en heeft genoeg gekost, die medewerker stuurt ‘m ook gewoon weer op. Hij gaf na veel gedoe en uitproberen (‘er zit zaagsel in’ ‘nee, dat kan niet, want we hebben er alleen water mee gezogen’ ‘hoe kan hij dan zo vies zijn’ ‘omdat het water in een schúúr is, de machine is voor grof gebruik’…) een nieuwe mee, maar ging daar heel kinderachtig alles afhalen (slang, tweede filter, zuigvoetje) wat we niet mee terug hadden genomen. Terwijl je al weet dat ze die oude op het hoofdkantoor gewoon wegflikkeren.

Ietsje te scherp…

Bij thuiskomst kwam DD hinnikend naar me toe. Op zo’n moment smelt je hart, maar waarschijnlijk was hij het gewoon zat in de natte wei. Ik wou natuurlijk gelijk rijden, maar hij keek dermate fris uit zijn ogen dat de longeerlijn me verstandiger leek. Het was genieten hoe hij bewoog, maar ik was eerlijk gezegd blij dat ik er niet op zat. Een dag later heb ik een rondje door het volkomen verzopen bos gemaakt en zijn we uit nood over de weg terug gereden. Ook de rijbaan heeft nog maar één droge volte waarop je snel bent uitgespeeld. En nu gaat het ook nog stormen.

 

Ik ben bang dat Texel niet langer het Ibiza van het noorden is, maar het Atlantis….

Te heet onder mijn voeten

Het kabinet is gevallen en de hitte-discussie in de paardenwereld vierde weer hoogtij. Van beide word ik niet warm. Van lokale politiek wel een beetje, maar om verkeerde redenen.

Aan een van de vele praattafels zag ik verbeten mannen, maar vooral ook vrouwen uit de politiek elkaar afbekken met nauwelijks verholen woede. In mijn ogen niet de juiste gemoedstoestand om ons land te leiden. Ik krijg daar geen vertrouwen van. Ik vind al die boosheid geen basis voor gezonde discussie over hoe nu verder. Je weet wel, emotie en ratio, dat zijn twee sporen die van elkaar weg lopen. Dat gesnauw is zo niet productief.

Los nou eerst echte problemen op

Op Engelse scholen is leren debatteren een vak. Kunnen we dat hier ook invoeren? En kunnen we dan meteen ook eens beter uitleggen dat het bij gemeentepolitiek belangrijk is om je teen in de lokale samenleving te steken in plaats van koppig vol te houden aan je ego en eigen idee? Dat Texelaars het belangrijk vinden als je over je partijpolitieke schaduw kunt heenstappen in plaats van alleen maar star met je eigen matties meestemmen? Een goed argument is een goed argument, ongeacht van welke zijde of kleur. Als een overgrote meerderheid van de bewoners het waanzin vindt om miljoenen te steken in een cultuurpaleis voor slechts een paar gebruikers, dat ook nog eens een vreemde vorm van concurrentievervalsing voor bestaande commerciële podia vormt en dat zoveel malen duurder uitvalt dan gedacht, waarom ga je daar dan mee door? Te ver heen? Welnee, er is altijd een weg terug. Hoeveel gebruikers hebben we het over en wat zijn dan de uitgaven per persoon? Ik vind dat schrikbarend hoog. Als we dat geld steken in opkopen van vakantiehuizen en daar huisvesting voor bewoners van maken, hebben we in één klap een echt groot probleem opgelost. Lijkt mij nuttiger dan muzieklesruimte à een ton per toeteraar.

Dit staat niet voor dé Texelaar

Nog even een lokale doorn in mijn oog. Er is een bureau ingeschakeld voor ik weet niet hoeveel geld om de mening van de Texelaar te peilen voor de toekomst, in het kader van de omgevingsvisie. Men is voortvarend aan de slag gegaan met kaartjes die je kon insturen, een inspraakmoment met openbare interviews op de markt (waar werkende mensen op dat tijdstip niet komen), een avond die qua datum ongelukkig was gekozen en op de OSG (waar leerlingen in klasverband wel mee moeten doen). De opgetogen aangekondigde respons is daardoor ruim 400 meningen. Op meer dan 14.000 inwoners. Iets van 2,8 procent, waarvan door de opzet het merendeel scholieren. Ik mag toch hopen dat dit niet als representatief wordt meegenomen? Wil je serieus peilen, dan moet je met concrete vragen van deur tot deur. Kost ook, maar levert meer op.

Ik had moeten afzeggen

Een probleem waar de gemoederen in de hippische wereld over oplopen: hitte. Ik werd aangesproken dat ik als verdediger van paardenwelzijn in dit tropische weekend zelfs twee keer was gaan jureren. ‘Ze’ hadden wedstrijden moeten afgelasten, ik had moeten afzeggen. Want in zo’n geval wordt de verantwoordelijkheid altijd graag bij een andere partij gelegd. Wel, de eerste was een avondwedstrijd op een open vlakte, niet ver van zee. Wel warm, maar er stond wind. De andere was nog dichter bij zee, maar in een bos met schaduw. En het ene paard is het andere niet. Mijn Davy ging pas echt lekker bij 25 plus. Sommige Friezen (lang niet allemaal) of koudbloedtypes gaan klinisch dood van zomerhitte, maar met een beetje Arabisch bloed begint het feest dan juist. Je kent je eigen paard toch? Vervoer is misschien wel een issue, maar als je een trailer hebt die je voor en achter kunt openzetten tijdens het rijden, dan waait het lekker door. Wel paard eruit op de locatie en in de schaduw staan. Te heet? Waar zet je ‘m thuis dan neer? Daar is het toch ook warm? Er zijn tegenwoordig veel vrachtwagentjes met airco, waarin ze koeler staan dan buiten.

Gesmolten in het juryhok

Ja, ze krijgen het warm tijdens het rijden. Daar houd je dan dus rekening mee. Kort losrijden, niet pushen. Als een paard oververhit raakt, stopt hij met lopen. Dus als het echt niet gaat heb je dat in de training al gemerkt en ga je niet op wedstrijd. Bravo voor alle afmelders, zo hoort het. Zelf verantwoordelijkheid nemen en niet afschuiven op een organisatie. Kom je wel, dan heb je reden om aan te nemen dat dat kan. Ego of eigenwijs? Je paard geeft het antwoord, dan loopt hij niet. Luister daarnaar in plaats van iemand anders voor je karretje te spannen, zodat je een excuus hebt om niet zelf te hoeven nadenken. Nee, als je ergens medelijden mee wilt hebben, dan met die arme wedstrijdsecretaresses die in een ouwe caravan zitten te zweten. En met juryleden, soms wel in de brandende zon. Maar ja, ook dat is eigen verantwoordelijkheid hè.

Geheugen van een sperciboon

Wetenschap in de praktijk: hoe zit het met het geheugen van een paard? Ieder voorjaar krijgen de mijne een reepje gras achterin het verse stuk naast hun winterwei. Dat heeft een paar maanden rust en drijfmest gehad. Daar mogen ze dan een uurtje op en dat verlengen we iedere dag met een half uurtje.

Ik heb heilig respect voor voorjaarsgras. Ze schrokken het naar binnen, terwijl het -ondanks dat we het laten doorschieten- nog best suikerrijk is. Voor je het weet heb je diarree, moddervette paarden of bij een oude man als Socrates hoefbevangenheid. Heeft ie nog nooit gehad, maar als 24-jarige ligt die kans toch op de loer. Vandaar alle restricties.

Het gras kwam laat dit jaar door het koude en natte voorjaar. Ze liepen dan ook al een paar weken iedere dag voor de doorgang te paraderen, ondanks het bijvoeren van hooi op het winterland. Met het lange termijn geheugen is er dus niets aan de hand. Met hun ingebouwde kalender ook niet. Ze weten kennelijk héél goed dat het voorjaar is en dat ze dan op gegeven moment in het gras mogen.

Leuk gezelschapsspelletje

Hoewel ik eigenlijk het gras nog niet eens echt lang genoeg vond, wilde ik ze het toch niet langer ontzeggen en heb ik zondagavond een stukje afgeheind. Dat kan alleen als ze binnen staan, want als ze me daar in de weer zien met draden en paaltjes, is er geen houden aan. Ik ben echt bang dat ze dan door de dubbele tussendraad springen. Het is overigens altijd een klusje, want hoe goed je het ook opbergt, voor mijn gevoel keurig opgerold op een houten plankje, schrikdraad zit ALTIJD in de knoop. Ik heb er op zich wel geduld voor om het te ontwarren en ben daar na al die jaren ook best handig in. Partner liep echter de nodige krachttermen te uiten.

Ze stáán in hun eten

Ondertussen konden de paarden vanuit stal via hun buitenluiken ons in de weer zien, wat de nodige opwinding, geknor en gespitste oren gaf. Je verwacht misschien dat ze er de volgende ochtend bij het buitenzetten als een raket vandoor schieten… Nee dus. Hun korte termijn geheugen is niet zo geweldig. Ik heb me ooit laten uitleggen dat dat komt omdat ze niet hoeven te jagen voor hun eten. Gras groeit overal en loopt meestal niet weg, dus dan hoef je niet te onthouden in welk holletje je potentiële prooi is weggekropen. Ze waren alweer vergeten dat en vooral waarom ze de vorige avond zo van de leg waren.

Opzij, opzij, opzij

Haya en DD gaan altijd eerst naar buiten, dan Harry, dan Lindsey en Socrates, die met zijn ouder wordende gebit wat langer over zijn eten doet, als laatste. Omdat ze er echt elke dag vroeg uitgaan, weer of geen weer, is er nooit sprake van opwinding. Ze sjokten er braaf in, omdraaien en wachten tot ik het halster heb afgedaan. Gewoontegetrouw liepen Haya en DD naar achteren om te kijken hoe het zat met de doorgang en…halverwege zagen ze ineens de paaltjes. Je zág het kwartje vallen. De stap werd iets vlotter, ging over in een drafje en, nadat ze door kregen dat de doorgang echt open was, een vliegende galop. Socrates, die zijn maten daar al zag toen hij naar buiten ging, brak het wereldsnelheidsrecord voor bejaarde paarden.

Weight watchers in de praktijk

Na een uur was de pret voorbij. Omdat ze dan echt al een buik vol hebben, laten ze zich relatief makkelijk eruit sturen. De draad gaat weer dicht, waarna ze de rest van de dag als een mopperende menigte staan te demonstreren voor die doorgang. Als ik over het erf loop word ik luidkeels deelgenoot gemaakt van het ongenoegen. Vooral DD is nogal vocaal, maar die heeft een stemmetje als een Shetlander, dus die neem je toch niet serieus. Het uurtje wordt langzaam uitgebreid naar twee uurtjes. Dat houd ik wel een week of twee vol. Pas dan blijft het open en gaan we paaltjes per dag een klein stukje verzetten.

Niks veranderd

Over herinnering gesproken. Het was ook de week van dodenherdenking. Het is niet heel gewoon, het is heel bijzonder dat mannen en vrouwen hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. Het mag niet worden vergeten en het minste wat we kunnen doen is dit als herinnering eren. In Nederland is respect tonen voor nog levende veteranen niet zo gebruikelijk. Het past niet zo in onze aard, dat ‘thank you for your service’. Maar veteranen verdienen die waardering wel, want ze zijn of waren bereid om hun leven in de waagschaal te stellen. En al was dat ver weg, het was óók voor onze vrijheid en voor de instandhouding van ons comfortabele leventje. Want oorlog elders kan veel meer effect hier hebben dan menigeen denkt. Texel heeft een verdrietige oorlogsgeschiedenis, waardoor de herdenking ook altijd wordt bijgewoond door een aantal Georgiërs. Terwijl we in een stille tocht naar de begraafplaats liepen kreeg één ervan bericht dat een familielid dat in de Oekraïne zat de schuilkelder in moest wegens een dreiging. Het raakte me diep. Wij herdenken iets vreselijks van bijna 80 jaar geleden, waarvan we allemaal vinden dat het nooit meer mag gebeuren, terwijl het nu in de 21e eeuw niet eens zo ver weg wéér gebeurt… Wie heeft er nou het geheugen van een sperciboon, vraag je je dan af.

Zeg eens wat aardigs

Op Texel hebben we zwerfkeien liggen op plekken waar vliegtuigen zijn neergestort in de Tweede Wereldoorlog. Er staan plaquettes bij met de namen van de gesneuvelden. In het Luchtvaart- en Oorlogsmuseum bij het vliegveld kunnen ze je er alles over vertellen. Texelse veteranen zorgen dat deze plekken er optimaal bij liggen. Ben je hier en zie je zo’n kei, sta dan even een moment stil bij die mensen van toen, maar ook de veteranen van nu. En als je ze aan het werk ziet bij zo’n kei -herkenbaar aan het jasje met logo- maak dan eens een praatje. Vraag eens naar hun ervaringen. Doe eens gek, geef ze die ‘thank you for your service’. En koester de vrijheid die wij hier met z’n allen hebben.

Gebruik je eigen hoofd

Een goede vriend verzuchtte laatst op facebook dat mensen niet meer in staat lijken om zelf na te denken. Ik ben het met hem eens. Maar ik geloof dat het komt omdat we geen verantwoordelijkheid meer (willen) dragen. En dat is volgens mij weer terug te leiden naar de idioot doorgeslagen claimcultuur. ‘Gebruik je eigen hoofd’, roep ik regelmatig. Maar dat is geen mode meer.

Niet alles wat over de oceaan komt is een zegen voor de mensheid. Amerika wordt door sommigen nog steeds als het beloofde land gezien. Maar dat was toch echt de plek waar je als eerste voor het minste of geringste een rechtzaak aan je broek kreeg. Gevolg is dat iedereen zich zoveel mogelijk probeert in te dekken en nergens meer verantwoordelijkheid voor neemt. We moesten daar aanvankelijk in ons nuchtere kikkerlandje hartelijk om lachen. Die malle yanken ook. Inmiddels is het over het water hierheen gewaaid en staat je eigen verzekering in de startblokken om te kijken of iets wat bij jou gebeurt en waarvoor je dus bij hen al jaren premie betaalt kan worden verhaald op een andere partij.

Accuzuur, niet opdrinken…

Ik vind dit een kwalijke ontwikkeling. Tegelijkertijd heb ik geen idee hoe we dit kunnen terugdraaien. Maar het is volgens mij de reden van idiote waarschuwingen als: stop niet uw hond in de magnetron om hem op te drogen. Of: het wordt morgen dertig graden, trek niet uw ski-jas aan. Ik denk dat we daar ook aan te danken hebben dat we vroeger een groene weerkaart zagen met vrolijke gele zonnetjes als het warm werd, terwijl er nu een dreigend rode versie is, die met alarmmeldingen, hel en verdoemenis wordt gepresenteerd. Dat niet zelf nadenken zorgt er volgens mij ook voor dat er nog steeds mensen met paarden in een trailer rondrijden als de mussen van het dak vallen. Die wachten tot de overheid een vervoersverbod voor vee oplegt. Tot die tijd kan het gewoon… Overigens moet ik daar wel bij opmerken dat er tegenwoordig superdeluxe vervoersmiddelen voor paarden zijn mét airconditioning, waarin ze koeler staan dan buiten in de schaduw.

Straks ook verboden

Dat niet zelf nadenken leidt tot steeds meer overheidsingrijpen, waar we dan vervolgens erg op mopperen. Zo was ik op die ene hete dag naar de Slufter gegaan. Voor niet-Texelaars: een natuurlijk gat in de duinenrij, waardoor een fantastisch gebied is ontstaan, waar een zeearm naar binnen loopt. Die is helaas afgezet met een touw, want broedgebied. Maar je mag er aan de zijkant langs. Omdat je een paar kilometer tot de zee moet lopen, doet praktisch geen toerist dat, dus ik lag daar moederziel alleen. Tot er een jong gezinnetje aan kwam zwoegen, met parasol en twee scheppen. Ik dacht nog: een kuil graven op het strand, waar heb je zin in met dit weer. Maar nee, het spul klom tegen het duin op. Duinen, je weet wel, die kwetsbare dingen die ervoor zorgen dat Texel niet vol water loopt. Bovenop begon pa verwoed te spitten. Dus uitgerekend op de plek die als zeewering dient, onze bescherming tegen natte voeten, ging meneer even lekker het helmgras weghakken voor een zitje. Terwijl er kilometers leeg strand voor hun neus lagen, waar je jezelf een hernia kunt spitten zonder enig nadelig effect op de natuur.

Misschien vereist het inzicht in wat hieraan verkeerd is wat meer hersencellen dan de gemiddelde toerist bezit, maar ik geef je op een briefje dat over niet al te lange termijn op deze plek dus óók een hek staat met een verbodsbord. Met dank aan de niet nadenkers die tegelijk vinden dat de hele wereld alleen om hen draait. Als zij maar lekker zitten. Ik weet uit ervaring dat er in die duinen de nodige bijtende zandvliegen en dazen leven. De natuur heeft zo haar methoden voor karma.

Lekker in de zon

Onze paarden stonden intussen de hele dag in de brandende zon. Voordat jullie mij aanklagen: daar kozen ze helemaal zelf voor. Gelukkig heeft Staatsbosbeheer nog een paar bomen langs de rand van onze wei laten staan, zodat er in de middag een strook schaduw is waar ze naartoe kunnen. Maar dat deden ze dus niet. We hebben gezorgd dat de waterbakken constant vol vers water waren. Of paarden nadenken heeft de wetenschap twijfels over, maar ik ga ervan uit dat ze het in dit geval prima zelf konden uitzoeken. Ze leven allemaal nog, maken een tevreden en happy indruk en ik heb ’s avonds in het afgekoelde bos heerlijk gereden. Van mij mag die zomer nog wel even duren.

 

 

Mannen, niet doen!

Bij voorbaat excuses aan alle mannen die dit niet doen. Maar kan jij het soms niet laten, dan een welgemeend advies: doe het niet. Ik spreek namens alle vrouwen. We vinden je acuut een ongelooflijke l*l…

Ik heb sinds enige tijd een elektrische fiets. Dus als ik tot ontdekking kom dat er geen brood meer in de vriezer ligt, dan haal ik tegenwoordig niet langer mijn schouders op om het bij een appel te laten. De Koog is vlakbij en met deze fiets is dat zelfs bij windkracht 8 een eitje, dus ik haal even vers brood. Zo ook van de week. En het was prachtig weer, dus ik genoot zelfs van het ritje. Iets dat voorheen niet denkbaar was in de combinatie met het woord ‘fiets’. Ik vond het zelfs zo leuk, dat ik besloot om de toeristische route terug te nemen, in plaats van de kortste weg.

Ik fietste terug via de noordkant van het dorp, langs het prachtige duingebied van De Nederlanden, met op de achtergrond het oorlogsschip, wat helemaal geen boot is, maar een rijtje bomen die, vanaf een afstandje als je redelijk slechtziend bent, wel iets weghebben van een driemaster. Tja, in de oudheid hadden ze geen Specsavers. Maar goed, het is een mooi gebied en min of meer mijn achtertuin. Dus ik zat zeer tevreden op mijn fiets.

Bijna thuis en…

Een flink eind in het buitengebied ging ik rechtsaf het fietspad op. Dit is het Waalenburger pad, het noordelijkste stuk. Dit deel eindigt bijna recht tegenover onze schuur. Ik fietste blijmoedig naar huis, me verheugend op de verse broodjes. Bij het eind aangekomen stopte ik voor de kruising met de weg, want ik hoorde een auto naderen. Mijn fiets stond al gericht naar links, waar de oprit van onze schuur is. Om het fietspad te vervolgen moet je hier een meter of dertig naar rechts.

Hij wist het beter

Naast mij stopte een man op een sportfiets. Type aardrijkskundeleraar, net gepensioneerd. Er was geen vrouw bij en al snel snapte ik waarom. Hij keek minzaam opzij en zei: u moet hier naar rechts. Als volwaardig eilandbewoner ken ik bijna iedereen hier. Dit was geen Texelaar, zoals ook aan zijn accent te horen was. Er zat geen vraag in zijn woorden. Het was niet eens een constatering, meer een opdracht, met enige nadruk uitgesproken. Ik tilde een wenkbrauw op, lachte vriendelijk zonder mijn stuur van positie te laten veranderen en maakte aanstalten om verder te rijden. Hij gaf zich echter niet zomaar gewonnen. ‘Het fietspad gaat daar verder.’ Hij wees met gestrekte wijsvinger en zijn hoofd maakte een dringende beweging in diezelfde richting.

Alsof ik doof was

Ik bedankte hem vriendelijk, nog steeds zonder aanstalten om in de door hem zo vurig aangeduide richting te gaan. De deur van onze schuur was slechts een paar meter van me verwijderd. ‘U moet het zelf weten hoor, maar ik zou het niet doen’, klonk het al wat dreigender. Hij praatte steeds luider, om zijn woorden kracht bij te zetten. Of om die onnozele vrouw die niet wilde luisteren duidelijk te maken dat ze beter gewoon kon doe wat hij zei. ‘Het maakt niet zoveel uit naar welk dorp u toe moet, dit pad is echt de beste route’, zei mijn zelfbenoemde Texelgids.

Geen spoor van schaamte

Ik knikte nog maar eens beleefd en had moeite om een diepe zucht binnen te houden bij dit typische gevalletje van mansplaining. Het werd tijd om hem uit zijn lijden te verlossen. Ik zette aan, liet mijn fiets uitrollen met één been steppend naast de trapper. Met één hand schoof ik de schuurdeur open. Terwijl ik mijn fiets naar binnen duwde kon ik het niet laten om om te kijken. Hij stond nog steeds stil, niet eens verbouwereerd, maar met een licht geïrriteerde trek op zijn gezicht.

Als hij inderdaad leraar was, heb ik nu al medelijden met zijn voormalige leerlingen.

Relatietherapie?

Haaks op ons rustige, redelijk afgelegen landweggetje waar we wonen, loopt het mooiste fietspad van Texel. Over een heel oud dijkje, tussen de bomen. De oversteek bij de weg ligt niet recht tegenover elkaar. Het fietspad verspringt nog geen 50 meter, maar wel net in een flauwe bocht. Als je het niet weet, zie je vanaf de uitrit van de ene, de inrit van de andere niet. Daar hebben de lokale wegbeheerders iets op gevonden, gebaseerd op logica, namelijk een pijl. Op een bordje aan een paal, recht tegenover de uitrit van het fietspad. Niet te missen, als je ogen in je hoofd hebt of bij een sterkte van boven de min vijf met een bril of lenzen.

Met deze hitte vertoef ik graag samen met één van de honden in een hangmat onder de bomen, aan de voorzijde van het terrein. Daar ontspint zich momenteel dagelijks meerdere keren het volgende. Ik lieg hier geen woord van, als je het mee wil maken moet je hier maar een uurtje komen liggen. Over het fietspad nadert een vakantie vierend gezin. Het is niet nationaliteit-gebonden, want het gebeurt net zo vaak met Duitsers als met Nederlanders. Wel zijn het altijd enigszins dezelfde types, herkenbaar aan de iets te nieuwe Human Nature outdoorkleding met sandalen. Vader, laten we hem voor het gemak Kees noemen, rijdt een paar meter voorop en verkondigt met te luide blijmoedigheid wetenswaardigheden die hij uit een VVV folder heeft opgediept. Moeder Sandra volgt licht zuchtend. Je ziet aan haar dat ze liever op een terrasje met een koel drankje zou willen zitten, ver van dat betweterige gelul. Maar daarachter komen nog twee lamlendige koters, dus die kans is verkeken. Of soms een fietskar met hond. Die overigens net zo uit zijn ogen kijkt als Sandra.

Een pijl is te simpel

Sinds de mobiel niet meer in hand mag worden gehouden tijdens het fietsen, waar deze soort zich als één van de weinigen braaf aan houdt, stopt Kees bij de kruising. Enige twijfel over de route kan natuurlijk niet, als zelfbenoemde hopman. Google maps raadplegen is een nederlaag. En hoe opmerkzaam hij ook vijftig verschillende boom- en vogelsoorten spot en benoemt, een pijl op een bordje is waarschijnlijk te simpel om serieus te worden genomen. Kees neemt een kloek besluit en slaat linksaf. Sandra volgt aarzelend. ‘Eh Kees, moeten we hier niet naar rechts?’, probeert ze voorzichtig. Waarop Kees luid roept ‘Nee, want we gaan naar Den Búrg…’ Sandra is nog niet helemaal murw. Ze vertraagt en doet nog een poging. ‘Maar Kees, ik zag een pijl naar réchts.’ Inmiddels komt het hele spul tot stilstand, ongeveer ter hoogte van mijn hangmat. Ik zie de kleur in de nek van Kees oplopen en besluit de temperatuur nog wat te verhogen door duidelijk verstaanbaar op te merken ‘ze heeft gelijk, je moet naar rechts’. En ik zweer het je, het antwoord bij dit soort types is dan altijd hetzelfde. Kees weigert in mijn richting te kijken, maar zegt krachtig ‘nee’!

Die wordt gedumpt

Wat er daarna gebeurt is volgens mij een goede indicatie voor de staat van de relatie. Als Kees eieren voor zijn geld kiest en omdraait, is er nog hoop voor hem. Even zo vaak zie ik ze echter de verkeerde weg vervolgen, Sandra met nog iets meer neerhangende schouders, maar met een toegenomen vastbeslotenheid om hem bij de eerstvolgende gelegenheid te dumpen. Wat helemaal killing is, is het vervolgen van de verkeerde weg, aan het einde bij de kruising met de grote weg tot de conclusie komen dat je inderdaad fout zit en dan omkeren. Met de blik uiteraard stug vooruit, om mijn grote grijns maar niet te hoeven zien. Vakantiepret, zullen we maar zeggen.

 

Gevaar komt van boven

Zijn wij eens een weekje weg (het werd Lemmer in plaats van Sardinië), breekt meteen de pleuris uit op Texel. Twee Apache-helikopters hingen laag boven het eiland voor opnamen van het programma ‘Hunted’. Tja en dan zijn de rapen gaar natuurlijk. Voor- en tegenstanders roerden zich op social media, waaronder onze burgemeester. Tot mijn verbazing, want ik probeer net een bezwaar tegen een plan voor paramotorvliegers vlakbij ons in elkaar te flansen. Die hangen langer boven je dan Apaches.

Een hete luchtballon boven je paarden. Of een drone. Of een parachute. De gedachte is genoeg om een paardenhouder vlekken in de nek te bezorgen. In de lokale krant staat dat een aanvraag voor paramotorvliegen in behandeling is genomen. Dicht genoeg bij ons om het te zien en te horen. Zijn ze nou helemaal gek geworden?

Hoe zit ’t met rust en natuur?

We zitten op een natuureiland. Er zijn ooit kernwaarden vastgesteld, waarvan je verwacht dat alle voorstellen voor iets nieuws er tegenaan worden gehouden. Kennelijk is dat niet het geval, anders hadden ze tegen deze plannenmakers gezegd dat ze het maar in Den Helder moeten proberen. Of Lelystad. Okay, dat is vals. Er is op Texel heus wel plek voor zoiets. We hebben immers een vliegveld. In de aanvraag staat dat het maar om ongeveer 15 dagen per jaar gaat (jaja, wacht maar tot ze eenmaal de vergunning hebben). Dat is toch wel te regelen in een hoekje van het vliegveld, waar ze en de omgeving helemaal zijn ingesteld op vliegtuigen, parachutisten en bijbehorend geluid? Of op het auto- en motorcrossterrein wat daar ook ligt?

Niet zo’n handige combinatie

Maar nee, het moet op een plek waar in de nabije omgeving maneges zitten, veel wordt paardgereden en paarden staan. Komt er nou niemand op het idee dat dat misschien niet zo’n handige combinatie is? Nog los van het feit dat het bijna naast een van de meest idyllische fietspaadjes door de natuur is, waar buizerds in de bomen broeden en weidevogels zitten. Maar, nu komt het. Bij het opvragen van de aanvraag om goed beslagen ten ijs te komen zat een brief van de gemeente dat er alleen bezwaar kan worden gemaakt in het kader van openbare orde en veiligheid. En het mag alleen over het opstijgen en landen gaan. Dus overlast als ze in de lucht hangen of bezwaar omdat je die herriedingen in je omgeving een inbreuk op jouw woongenot of bedrijfsvoering met paarden vindt, wordt niet in behandeling genomen! Uiteraard heb ik gelijk gevraagd waar ik dan wel terecht kan met een bezwaar in die richting. Bij de luchtvaartautoriteiten. Welja, gelijk van dik hout. Je zou toch verwachten dat je hier als gemeente  wat over te zeggen hebt?

Ongelukken met dodelijke afloop

Het betekent dus, als dit doorgaat, dat ik op de waarschijnlijk mooie dagen dat deze dingen de lucht in gaan, niet kan paardrijden, niet kan lesgeven en de paarden uit veiligheidsoverwegingen op stal moet houden, om te voorkomen dat ze schrikken en gaan rennen, waarbij ze zich in het ergste geval lelijk blesseren en in minder zware gevallen toch minstens een ijzer verliezen, waardoor we de hoefsmid weer nodig hebben. Voor de niet paardenkenners nog een keer: een paard is een vlucht- en prooidier van nature. Gebeurt er iets waar hij van schrikt, dan is zijn eerste reactie om vol gas de benen te nemen, desnoods dwars door alle omheiningen heen. In het wild springt gevaar in zijn nek. Dus alles wat geluid maakt en van boven komt, is voor een paard reden tot grote paniek. Zeker het speciale geluid dat deze dingen maken, wat een toonhoogte heeft die voor dieren extra irritant is. Alles van boven op deze hoogte is riskant. Er zijn meerdere incidenten bekend met hete luchtballonnen en drones, soms zelfs met zeer nare afloop.

Ieder zijn hobby

Het verbijstert me op meerdere punten. Ik ga ze niet allemaal opnoemen, denk zelf maar even na. Maar je zou toch willen dat er nu op Texel wordt opgestaan en krachtige keuzes worden gemaakt. We hoeven hier niet alles te doen wat overal elders kan. Neem nou eens een standpunt in en sta daarvoor. Prima dat iemand een leuke hobby heeft, maar doe dat dan waar er toch al soortgelijke activiteiten zijn. Ik zou ook wel willen paardrijden dwars door alle natuurgebieden of op plekken waar nu andere dingen gebeuren. Maar dat kan of mag niet en dat is prima, want ik heb een alternatief in de vorm van ruiterpaden of rijbanen. Als ik of mijn leerlingen daar straks niet langer veilig zijn doordat onze paarden schrikken van herrie of iets boven hen, vind ik daar wat van. Maar goed, ik heb twitter ook gelezen, dus als Apaches al zo’n reactie geven, heb ik goede hoop dat dit wordt verwezen naar waar het wél kan: het vliegveld. Want ik gun iedereen zijn hobby.

 

ps. Het webinar dat ik donderdag heb verzorgd (was hartstikke leuk, dank voor alle enthousiaste reacties) op www.paardenkamp.nl/webinar is nog een weekje te zien. Maar wil je nog meedoen aan de prijsvraag, kijk dan vóór maandag. De vragen staan op diezelfde site.

De volgende plaag

Toen ik rond 22.30 ging afvoeren zat er ineens een nieuw huisdier in de bijkeuken. Op het blad boven de wasmachine. Niet ondenkbaar dat hij of zij door de kat mee naar binnen was gesleept en daar was achtergelaten, omdat de nabije geur van kattenbrokken bij nader inzien aantrekkelijker bleek. Hij of, gezien het formaat waarschijnlijker, zij, zat doodstil, als in shock. Niet zo harig als een vogelspin, maar wel richting dat formaat.

Ik ben diep vanbinnen een boomknuffelaar. Dus terwijl ieder ander een rondslingerende schoen had gepakt, greep ik een wijnglas dat merkwaardigerwijs ook dicht in de buurt stond. De nieuwe huisgenoot raakte behoorlijk in paniek toen deze dome over hem heen werd gezet en rende wild rondjes, wat zijn niet zo aaibare voorkomen nog onaantrekkelijker maakte. Maar dieren kunnen bij mij ver gaan, dus ik schoof er toch voorzichtig een kaartje onder. Ik kwam een hand tekort om de buitendeur te openen, dus liep ik even naar partner, die nog onderuitgezakt op de bank zat. Mijn licentie-to-kill wierp één blik, deinsde naar achteren en brulde dat ik het monster naar Ecomare moest brengen of op zijn minst naar de boot, zodat het eiland er voorgoed van verlost zou zijn. Met doodsverachting en de grootst mogelijke boog om mij heen opende hij de deur. Het regende, dus ik vond het zielig om mijn nieuwe vriendje in het gras te storten. De houtstapel naast de hooikap bood vast genoeg beschutting. Al ben ik bang dat partner zich de eerste maanden niet meer in de hut begeeft als hij dit leest. Hij kwam pas weer een beetje tot rust bij het idee dat het hopelijk vijf muggen scheelt. Eerdere ervaringen hebben me trouwens geleerd dat het kuddedieren zijn, dus ik ben benieuwd.

Een delicate balans

Bij het begin van de corona crisis deed ik de voorspelling dat iedereen, zodra er weer een beetje beweging mogelijk was, op vakantie gaat in eigen land. Liefst een plek waar weinig problemen zijn geweest. Zoiets als Texel dus. Na wekenlange stilte en een lucht zonder vliegtuigstrepen zagen we ze komen, de stroom auto’s van de boot richting de vakantieparken. Daar is op zich niks mis mee, als iedereen een beetje verstandig is en zieken thuisblijven. De economie van dit eiland is gebouwd op toerisme. Natuurlijk was de afgelopen tijd geen realistische periode, maar menigeen verzuchtte dat we het Texel van vroeger even terug hadden. Terug naar zo stil betekent dat er tal van voorzieningen, waar we hier allemaal van meegenieten, dicht moeten. Dat gaat te ver. Er is een delicate balans. Wanneer is druk te druk? Als je dat hier vraagt, breekt meestal meteen de pleuris uit. De mens is in de kern kennelijk een egoïstisch wezen, dat méér beter vindt als het het eigen hachje betreft. In feite heb je genoeg als je in je eerste levensbehoeften en die van je kroost kunt voorzien. Dat stadium zijn we allang voorbij. Ik zeg bewust ‘we’, want ik behoor daar ook toe.

Altijd maar meer

Gaan we in een razende race om zo snel mogelijk terug te gaan naar het oude? De gedachte dat sommige dingen misschien ‘te’ waren is snel verdwenen nu de maatregelen worden versoepeld. Hup hup, we moeten weer hoog, hard en ver om veel en meer geld te verdienen. De megalomane vakantievilla’s moeten hun rendement opbrengen en de wanstaltige paleizen die nog in planning of aanbouw zijn hebben klandizie nodig. Je krijgt de geest nooit terug in de fles. Ik zeg ook niet dat wat we hebben weg moet. Maar vanaf nu pas op de plaats maken om te voorkomen dat we de kip met de gouden eieren slachten? Welnee, er wordt gemopperd op de gemeente als ze beperkingen willen opleggen aan herrietoerisme, het bouwen van nog meer en grotere vakantieonderkomens of het benutten van slaapplaatsen. Snelheidsbeperking? Ze lijken wel gek. Op volle snelheid passeren, zelfs op de kleine binnenweggetjes, waar even op elkaar wachten om ruimte te bieden teveel van onze tijd kost. Altijd maar meer.

De volgende plaag…

Verandering en al helemaal gevoelsmatig achteruit is lastig. We zijn echter vindingrijk als mens. Allerlei initiatieven van de laatste tijd zijn daar voorbeelden van. Ik vrees alleen dat we alle goeie dingen en mogelijkerwijs enige bezinning zo vergeten zijn, in de grote vaart om zo snel mogelijk het banksaldo weer op te krikken.

Is na ziekte een invasie van enge spinnen niet ook één van de plagen die over de mensheid wordt uitgestort als straf voor inhaligheid en gulzigheid? In dat geval: maak je borst maar nat…

 

 

 

Ik ga op reis en ik neem mee…

Als jullie dit lezen is het weer tijd voor het grote V-woord. Vakantie. Dat werkt heel raar in mijn hoofd. De aanloop er naartoe, normaal toch iets waar iedereen zich op verheugt, is voor mij een stressvolle periode. Mijn partner is druk in de weer met routes, kaarten en lijstjes. Hij doet zijn uiterste best om dat voor zichzelf te houden, maar wil toch af en toe de vreugde die hij daarbij voelt met me delen. Dat is lief bedoeld, maar op zich al genoeg om mij zenuwachtig te maken.

Hoewel ik zelf heb meebepaald wat het doel wordt en ik er echt naar uitkijk om dat land te ontdekken, krijg ik tijdens de voorbereidingen slapeloze nachten. Wat compleet idioot is. We hebben de perfecte oppas in huis, waarbij alle beesten in vertrouwde handen zijn. De hele buurt is staande bij om bij te springen, mocht er iets aan de hand zijn. Ik heb een pinpas en creditcard op zak, dus als ik iets vergeet mee te nemen is dat zo opgelost. Ik ben een expert in reizen met slechts drie schone onderbroeken en de kleren die ik aan heb, want op een motor kan je nou eenmaal niet veel meer meenemen. Dus ik begrijp eerlijk gezegd helemaal niets van mezelf.

Out of my hands

Het gekke is dat ik voor werk wel vaker op reis moet. Interviews of lesgeven in het buitenland, daar draai ik mijn hand niet voor om. Ik heb geen hekel aan vliegen en weet me op altijd goed te amuseren met mensen kijken. Het verschil is dat ik dan ergens heen ga met een duidelijk doel, ik ga iets doen. Nu ga ik ook iets doen, namelijk een mooi land bekijken, maar op één of andere manier is dat toch niet helemaal hetzelfde. In de aanloop dan hè, want het gekke is dat als ik eenmaal hier de deur achter me dicht trek, er niets meer aan de hand is. Ik kan goed loslaten. Het zit ‘m in al het geregel ervoor. Het gevoel dat ik anderen opzadel met iets dat mijn verantwoordelijkheid is, die ik nogal zwaar opvat. Ben ik eenmaal weg, dan is het ‘out of my hands’ en dan berust ik daarin. Dus heb geen meelij, ik geniet er heus wel van. Als ik maar eenmaal op pad ben.

Discriminatie?

Wij hebben iets met de zee. Geen wonder, als eilandbewoner. Ik word vaak gevraagd of dat niet lastig is, altijd met die boot. Voor ons is dat ingebakken, niet iets dat wij als belemmering ervaren. Natuurlijk is het even een geregel als je ’s avonds niet terug kan. Maar daar staat zoveel moois tegenover. En qua reistijd valt het echt mee, iemand uit Groningen of Limburg doet er vaak langer over naar het midden van het land. We merken wel vaak dat de reis van ons naar elders kennelijk korter is dan andersom, omdat wij die boot niet als obstakel zien, maar ‘overkanters’ vaak wel. Van discriminatie merk ik niet veel. Misschien dat er ooit baantjes of klussen aan me voorbij zijn gegaan als een opdrachtgever ‘Texel’ hoorde, maar we zijn hier goed aangesloten op de 21e eeuw, dus veel werk kan digitaal. En als jurylid reken ik de boot nooit (die overigens voor ons inwoners goedkoper is) want je moet wat voor je sport overhebben en ik heb de -misschien overschattende- gedachte dat ik door positief te jureren met veel aanwijzingen erbij ruiters vooruit help. En dat doe ik het liefste.

Altijd langs de zee

De zee dus. Mijn partner kan ook genieten van inlands berggebied, maar dat red ik alleen beperkt, als er sneeuw ligt. Hij had in een ver verleden het plan opgevat om me na een zomerse wandeling in de Alpen ten huwelijk te vragen bovenop een berg. Nou, die fles champagne kon ongeopend mee terug in de rugzak, want ik vond het er verschrikkelijk. Vandaar dat onze reisdoelen nu wijselijk zijn gekoppeld aan de zee. Terwijl jullie dit lezen zit ik mijn eerste gintonic te drinken op een ferry.

Ireland…here we come.