Het is mooi geweest

Om maar met de deur in huis te vallen: ik stop ermee. Negen jaar lang heb ik vrijwel wekelijks een blog geschreven. Dat was niet mijn werk, het gebeurde naast mijn werk. Het kanaal om dit de wereld in te helpen is mijn website. Die in de lucht houden kost geld. Er zit een omslagpunt in kosten en wat het oplevert. Voor mij is die grens bereikt.

Wat voor mij de druppel was, was het zoveelste mailtje van de provider over stijgende kosten en een duurder abonnement. Ik denk altijd dat lettertjes voor een computer niet zoveel geheugen vergen, maar negen jaar stukjes bewaren in een voor jullie allemaal toegankelijk archief schijnt toch aardig op te lopen. En als daar dan niemand gebruik van maakt, ben ik er ook wel klaar mee. Aan zo’n website zitten allerlei statistieken gekoppeld, waaruit ik precies kan afleiden hoeveel mensen waarnaar kijken. Enkele pieken daargelaten kan ik zien dat steeds minder lezers zitten te wachten op mijn bespiegelingen. Heel af en toe komt er een oude column bovendrijven die dan ineens wordt gedeeld. Maar dat is sporadisch, waaruit ik afleid dat er geen behoefte is aan wat ik te melden heb of had.

Er is geen belangstelling voor

In die negen jaar heb ik geprobeerd om van alles wat mij overkwam of een openbaring was met jullie te delen op een manier waarop ik hoop dat jullie er iets aan hadden. En met jullie meerdere mensen in de paardenwereld. Maar dat is nou net wat niet gebeurde. Niet genoeg althans. Begrijpelijke taal en soms met een kwinkslag of zelfspot. Daar zit genoeg bij wat actueel blijft, gewoon omdat een paard nou eenmaal is wat hij is. Natuurlijk had ik het leuk gevonden als dat nog meer was gaan vliegen. Maar ik ben ook realistisch. Een website was in 2017 nog wel een manier om onder de aandacht te komen, maar is in deze tijd een log en alweer tamelijk ouderwets vehikel. Hoewel ik heel wat jaren meeloop in de paardenwereld en heus het nodige heb bereikt, ben ik geen beroemdheid of bekende naam die daarmee lezers trekt. Zuiver op inhoud is niet genoeg, zo blijkt.

Het werkt niet (meer)

Het klinkt misschien wat verbitterd als ik zeg dat men er niet op zit te wachten wat ik te melden heb. Ik bedoel het meer als iets dat ik onder ogen zie. Het besef is er al een tijdje en er komt een omslagpunt, waarin de inspanning niet meer opweegt tegen wat het opbrengt. En dat laatste moet je dan vooral zien in afgeleid werk of aandacht, of hoe je het maar wilt noemen. Het gaat niet om geld, meer om waardering. Lettertjes brengen al jaren niet meer op wat ze ooit deden. Het besef dat je daarmee in feite mijn hoofd -en de niet onaanzienlijke hoeveelheid kennis die daar inmiddels in zit- huurt, wordt zeker door de komst van AI achterhaald. Dat is nou eenmaal zo, daar moet je je bij neerleggen.

Ik ben er klaar mee

Heeft iets dat ik heb geschreven ooit ergens enige verandering teweeg gebracht? I seriously doubt it. Misschien was het af en toe wel meer een persoonlijke therapiesessie. Schreef ik mijn frustraties van me af. Maar er verandert niks en alles herhaalt zich. Ik zag van de week alweer een paard die nota bene in een les met een strakke slofteugel werd rondgestuurd. Het besef van de schade die daarmee wordt aangericht is er niet of wordt genegeerd voor een quick fix. Op gebied van welzijn houden velen er een eigen standaard op na. Als je ergens -voorzichtig en op basis van solide argumenten- op wijst, hoop ik altijd maar dat iemand daarover wil nadenken. De praktijk is dat je een bak tegengas kunt verwachten, met vaak de nodige bagger er achteraan. Wel elkaar achter elkaars rug de maat nemen over welzijn, maar zelf andere regels hanteren. Ik ben er wel klaar mee.

Andere vorm?

Ik ken mezelf. Er zit een onuitputtelijke behoefte in mij om zaken ten aanzien van paarden toch te delen. Als dat opspeelt zal ik dat vast wel weer doen, maar niet meer elke week. Misschien in de vorm van een gesproken blog of via social media of zo, daar moet ik nog even over nadenken. Ook heb ik het plan om die negen jaar blogs eens goed door te nemen en een aantal te bundelen. Ik denk in een ebook, want wie zit er te wachten om een papieren editie…? Precies.

Het abonnement loopt nog een paar maanden, daarna gaat de website uit de lucht. Dank aan mijn trouwe lezers.

Ik wil eindigen met wat ik tot in het diepste van mijn wezen voel, een gedicht van Ronald Duncan uit 1954. Het stuk over Engeland moet je maar lezen als ‘mijn wereld’.

The horse

Where in this wide world can
man find nobility without pride,
friendship without envy or beauty
without vanity? Here, where
grace is laced with muscle, and
strength by gentleness confined.

He serves without servility; he has
fought without enmity. There is
nothing so powerful, nothing less
violent, there is nothing so quick,
nothing more patient.

England’s past has been borne on his back.
All our history is his industry.
We are his heirs, he our inheritance.

Blijf bij je vraag

Vorige keer had ik het over de basis. Zeg maar die hele lijst van dingen die moeten kloppen om een beetje knap te kunnen paardrijden. Het gevaar van aan teveel tegelijk werken is dat je de hulpen niet goed bevestigt. En dat je paard er geen bal van begrijpt wat je allemaal bedoelt. Maar er zit nog een puntje in dat ik wil aanstippen en dat heeft te maken met het onbewust aanleren van verkeerde dingen.

Dat we met een paard aan de gang willen is ons idee. Hij wil zelf veel liever gewoon in de wei staan met vriendjes. Spelletjes vindt een paard best leuk, maar serieus trainen…neuh. We hebben ze zo gefokt dat ze redelijk gewillig doen wat wij vragen. Maar ze begrijpen natuurlijk niet waarom. Dus als wij iets proberen te doen wat in hun lichaam niet zo prettig voelt, dan kunnen ze niet bedenken wat ons hogere doel daarachter is. Bijvoorbeeld meer soepelheid of een betere gewichtsverdeling over vier benen zodat ze minder slijten. Ze zeggen dan dus niet automatisch ‘dank je wel, ga ik doen, want het is voor mijn bestwil’.

Voorbenen hangen er los aan

Wat ik vaak zie gebeuren is dat een ruiter aan de slag wil met een bepaalde oefening, neem als voorbeeld het wijken. We doen dat om een paard leniger en sterker te maken. Met name het kruisen van de achterbenen zorgt daarvoor. Een paard heeft geen sleutelbenen, de voorbenen hangen als het ware ‘los’ aan zijn lijf, dus die kunnen veel makkelijker opzij dan die achterkant. Wijken is ook een gehoorzaamheidsoefening, want voor rechtuit gaan hoeft een paard niet na te denken, dat gaat vanzelf. Opzij is andere koffie.

Duwen? Je zit als een wokkel

Het komt er dus op neer dat een paard lichamelijk prima kan wijken, maar dat het niet vanzelf gaat. Hij moet om te beginnen de hulp snappen. Het begint dus met een goede uitleg. Eén been van de ruiter iets naar achteren hebben wij als logische hulp voor opzij bedacht. Het gaat gewoon om de plek en niet -als zo vaak te zien is- om de kracht die je met dat been zet. Je kunt je paard niet opzij duwen. En als je dat probeert, gaat je bovenlichaam allerlei rare verkrampte bewegingen maken, waardoor je je paard enorm in de weg zit. Maar dit terzijde.

Stick to the question

Goed, opzij dus, Maar je paard denkt ‘nee, lastig’. Dus die doet wat een vluchtdier doet als iets lastig wordt: gas geven. En wat doet de ruiter? Die gaat z’n aandacht richten op het afremmen. Maar door te stoppen met het vragen van dat moeilijke wijken, heb je je paard net geleerd dat de manier om van die lastige vraag af te komen hard weglopen is…. Ik heb in Engeland het grote genoegen gehad om een paar jaar te trainen met topinstructeur John Lassetter. Hij had zelf zijn opleiding bij de Spaanse rijschool en het Cadre Noir genoten. Ik heb zo ongelooflijk veel van die man geleerd. Hij was heel streng. Ik hoor hem nog brullen: ‘stick to the question!!!’ Oftewel: blijf bij de vraag die je stelde aan je paard. Natuurlijk wil je niet dat je paard wegrent als je wijken vraagt. Maar bij dat afremmen moet je wél blijven wijken. Dus ook als je hem helemaal terugneemt naar de stap, blijf je om opzij vragen. Doet hij dat, al is het maar één pas, dan ga je rechtuit, stop je met vragen en beloon je.  Vervolgens herhalen en uitbreiden tot meer passen.

Stomme ruiter

Dit gaat op voor alles wat je doet met een paard. Stel je hem een lastige vraag en krijg je vervolgens iets anders dan je wilde? Hoofd omhoog? Scheef gaan? Ander tempo? Ga dan niet eerst daarmee aan de slag, maar blijf bij je vraag. Anders leer je hem zelf hoe hij op een manier die jij niet wil van die vraag af komt. En dan is hij dus geen stom paard, maar doet hij gewoon prima wat je hem zelf hebt geleerd…

Eén ding tegelijk

Ik heb veel vaste lessers, maar zo af en toe komt er een nieuwe bij. Wat voor niveau ook, ik begin vanaf nul. Je weet wel, die basis die zo belangrijk is. Laatst las ik een uitleg wat dat dan precies is, die basis. Na regel twee was ik het plaatje al zoek.

Het probleem waar ik -en dan denk ik met mij velen- tegenaan loop bij zo’n uitleg, is dat het teveel is. En dat is ook de vraag die ik vaak krijg. Ruiters willen dat hun paard beter aan de hulpen komt, meer rechtgericht is, hun zit moet soepeler, hij moet aan de teugel…ze hebben een hele waslijst van zaken die ze willen verbeteren. Begrijp me goed, het is super als je er zo in staat. Je willen verbeteren en daarbij aan jezelf werken, dat is de manier. Alleen lukt dat nooit als je alles tegelijk wilt aanpakken. Dat is het frustrerende. Eén ding tegelijk betekent veel geduld hebben. Het ziet er niet meteen uit alsof je Grand Prix bent.

Hij doet wat jij hem laat doen

Stel, je begint bij het begin. Dat is voor mij het checken van de ho en de go. Stopt jouw paard als je daar de hulp voor geeft en gaat ie meteen naar voren als je dat vraagt? Hier zit vaak al heel veel in. Paarden die wel stoppen, maar pas twee (of vijf) passen later dan wat je eigenlijk in je hoofd had. Dat is niet okay. Geen kwestie van je hulpen harder geven, maar goed uitleggen wat je bedoelt en ook navolgen of je dat antwoord correct krijgt. Consequenter zijn dus. Niet van: ik wou een overgang terug en al kwam die niet bij A, ik zit nu bij F en ik ben een gang lager, dus dat is wel prima. NEE, niet prima. Je zegt dus eigenlijk: zie maar wat je met mijn hulp doet. Ik geef ‘m wel, maar ik meen het niet echt. De momenten dat je het ineens wél echt wil, doet je paard ook die stappen extra die hij altijd mag doen van jou. En dan vind je het ineens heel vervelend.

Hij moet het snappen, jij moet het menen

Het is geen kwestie van harder zijn. Juist niet. Je hulpen moeten zo licht en onzichtbaar mogelijk zijn. Maar je paard moet weten wat je bedoelt en dat je het meent. De hulp voor naar voren werkt net zo. Als je die uit gewoonte de hele tijd geeft, zonder reactie van je paard, welke van de 35 betekent dan wel dat ie moet gaan…? Dus één aanraking is ‘go’. Dat moet een kleine zachte hulp zijn en niet een soort Miss Piggy karatetrap, omdat je er van uit gaat dat hij toch niet gaat luisteren. Je moet hem leren dat die kleine hulp iets betekent. Gaat ie niet, dan geef je meteen een tweede. Nog niks? Zorg dat je duidelijk bent en vlieg voor mijn part in rengalop naar voren (zonder van schrik vervolgens aan je teugels te gaan hangen). Terugnemen en opnieuw proberen. En vooral tussendoor dus niet per ongeluk steeds die hulpen geven zonder reactie te verlangen.

Afleiding en dan van het padje af

Als je dit nog niet goed onder de knie hebt, heeft het weinig zin om aan buiging of houding te werken. Toch is dat wel het gevaar. Als een paard bij deze overgangen heel scheef gaat of zijn hoofd in de lucht steekt, is de verleiding levensgroot om daar ook iets mee te gaan doen. Met de grote kans dat waar je mee bezig was ondersneeuwt in iets anders. Wat dan toch niet goed is op te lossen, omdat je je paard niet hebt geleerd dat jouw hulpen echt iets betekenen.

Werk aan één ding

Er zit nog een risico in alles tegelijk willen doen, maar daardoor niet echt bevestigen. Daarover de volgende keer meer. Nu eerst de tip om aan één ding tegelijk te werken en zorgen dat dat echt goed en vanzelfsprekend wordt. Dat het er niet meteen uitziet alsof je naar de Olympische Spelen kan, moet je voor lief nemen. Besef dat paardrijden een lang traject is. Focus op iets dat je wilt verbeteren en wees blij als dat lukt, hoe lang het ook duurt.

Het puzzeltje van paardrijden

Het is het jaar van het paard, dus dat belooft wat voor mij en mijn mede-liefhebbers. Hoewel het er met de wereld maar somber voorstaat momenteel. Iedereen is boos, verdrietig of heeft een kort lontje. Als je reikwijdte bestaat uit een beeldscherm en toetsenbord ziet het er helemaal akelig uit, zoveel ellende wordt daar over elkaar uitgestort.

Partner las van de week een verhaaltje van iemand die uitlegde waarom het toch zo mis gaat met de wereld momenteel. Ik moest erover nadenken, maar ik denk dat hij gelijk heeft. Alles gaat te snel. We hebben en nemen geen tijd meer om zaken te overdenken. Informatie die vroeger per post of koerier van A naar B ging, flitst nu in flarden van seconden ons leven binnen. Alles is gericht op snelheid. Ook onze reactie. Het moet meteen en meteen raak. Als je al dan niet noodgedwongen moet wachten, ga je automatisch meer nadenken. En dan kan de uitkomst wel eens heel anders worden.

Onze hersens lopen achter

Even tot tien tellen? Dat is er niet meer bij. Er wordt van je verwacht dat je gelijk reageert, handelt en graag meteen raak. Eerst even iets proberen, overwegen en dan weer een stapje? Kan niet meer. Nu, nu, nu. En zo niet, dan zoeken we ons heil elders. Wij mensen zijn helemaal niet gemaakt voor die snelheid. We hebben zelf zo’n omgeving gecreëerd waarin dit de norm is geworden. Maar ons brein heeft zich niet met dezelfde snelheid ontwikkeld voor zoveel en zulke output. Of het verwerken van zulke grote hoeveelheden informatie. We zijn wel al een beetje aangepast. Kijk maar eens een TV programma van dertig jaar terug. Vinden we nu traaaaaaag.

Terug naar de basis…? Ammehoela!

Ook in de paardenwereld is alles gericht op output. Het plaatje, het eindresultaat. Er wordt altijd wel geroepen dat de basis zo belangrijk is, maar werkelijk die stap terug doen om dat goed te bevestigen doen maar weinigen. Wil je paard iets niet? Dan komt er een goeroe die dat moet oplossen. Waarbij vaak snel duidelijk wordt dat het ware probleem iets anders is. Je geeft tegenstrijdige signalen, je paard snapt niets van je. Of hij associeert jouw komst met niet leuke dingen die daarna komen, zoals hard werken met veel dwang of wedstrijden met een ruiter die stijf van de stress ineens heel anders reageert dan thuis.

Hij doet het, maar snapt hij het?

Dit is maar één voorbeeld, maar het geldt voor zoveel meer. Als je zesjarige tegenwoordig nog geen Z is, wordt er gevraagd wat er mis is gegaan. Wat je met een paard kunt is het gevolg van gestage training, die is gebaseerd op geduldige uitleg en opbouw. De ‘kunstjes’ zijn niet het doel. Het zijn oefeningen waarmee je een paard sterker maakt op de juiste plekken, zodat hij straffeloos een ruiter kan dragen. Iets waarvoor zijn lijf namelijk niet is gemaakt. Het zijn ook manier om hem uit te leggen dat als jij ‘dit’ doet je ‘dat’ van hem verlangt. Vraag je dat op zo’n manier dat hij het als een leuk spelletje ervaart, dan werken vrijwel alle paarden daar graag aan mee. Mits je daarbij wel helder en vooral consequent bent. Miscommunicatie is een bron van ellende.

Neem effe pauze

Het is geen schande als iets niet meteen lukt. Het is zeker geen schande om dan even een stapje terug te doen en rustig te overdenken wat de beste aanpak is. Het is ook beslist niet erg om iets te proberen en te concluderen dat dat het toch niet is. Die oranje lintjes zijn niet het ware geluk. Fanatisme, ego, spanning? Het is nutteloos. De volgende dag is de wereld nog precies hetzelfde. Met als enige risico dat je het vertrouwen van je liefste vriendje hebt beschadigd. Tel tot tien. Het puzzeltje, dát is de lol van paardrijden.

Ik ben geen hugger

Verwacht van mij geen warme omhelzing om het nieuwe jaar in te luiden. Of een hand. Ik wens jullie alle goeds, maar met uitzondering van partner houd ik niet van close contact. Tenzij je een paard bent. Dan ben ik all over you. Of een hond of een kat of een kip… alle beesten eigenlijk wel.

Ik had rond oud en nieuw een paar rustige dagen. Nog wel wat lesjes, administratie afronden, dat soort zaken. Maar er was ook, voor het eerst sinds lange tijd, gelegenheid om eens op de bank te zitten en met uitzicht op de paarden zaken te overdenken. Soms geïnspireerd door oudjaarsreflecties die op social media voorbij kwamen. Verhalen vol inspiratie, plannen en juichende ‘wegaanertegenaan’ tjakka’s. Ik heb dat namelijk allemaal niet.

Uit het oog, uit het hart

Nu ik me erbij heb neergelegd dat een terugkeer in de sport voor DD geen optie is, begin ik daar steeds meer rust in te vinden. Ik heb er lang mee geworsteld, gesparteld zelfs. Alsof mijn identiteit verbonden is met die ring ingaan. En in zekere zin heb ik ontdekt dat het ook zo werkt. Want nu ik niet meer start ben ik op een bepaalde manier minder zichtbaar. Ik jureer nog wel overal en nergens. Maar je wordt toch anders bekeken als je niet meer zelf die ring inrijdt. Het lijk wel -zeker in eigen omgeving- dat de hoeveelheid en kennis en ervaring die ik in al die jaren heb opgedaan ineens niet meer telt. Als je professor bent wordt diepgang als waardevol gezien. Als je zoveel hebt gestudeerd op paardenaangelegenheden, dan wordt het afgedaan als oud gezeur.

Je kan er ook eens naar luisteren he…

Is het iets van alle tijden? Ik zie jonge(re) instructeurs af en toe met veel overtuiging iets roepen, waar ik een totaal andere visie op heb. Wat natuurlijk kan hè, iedereen zo z’n aanpak. Dat wordt soms ook letterlijk gezegd, het is goed dat er meerdere smaken zijn. En dat ben ik ook wel ten dele met ze eens. Maar een paard blijft wel altijd een paard. Het betekent ook niet automatisch dat een (mijn) andere visie een minderwaardige is. Het gaat daarbij wel om de uitleg. “Hij neemt je in de maling”, is niet meer van deze eeuw. Er zit een nuanceverschil tussen adequaat leiding geven en ‘weten wie de baas is’.

Een paard gaat niet beter luisteren van dwang

Ben ik als instructeur veranderd? Ik denk het wel. Ik heb zoveel meer geleerd over paardengedrag, het paardenlichaam, de diepere achtergronden en nog steeds verdiep ik me daar iedere gelegenheid die ik heb in. Dwang, pijnprikkels, vastbinden? Allemaal korte termijn oplossingen met risico op blessures. Maar, zoals goede vriendin en superdokter Yteke altijd zegt: er vloeit geen bloed uit. Daardoor zie je nooit meteen of je ergens schade mee aanricht. En vaak geeft een paard zich aanvankelijk over, waardoor het lijkt alsof iets een oplossing is. Zie je wel, nu doet hij wat ik wil. Waarbij rijden dan even is gereduceerd tot gehoorzaamheid en onderwerping. Maar dat vinden de meeste mensen wel lekker, met onze behoefte aan controle en bij velen de eigenlijk onderliggende angst.

Niet bellen als het mis gaat

Ik kan het uitleggen waarom mijn aanpak is wat het is. Het is niet uit de lucht gegrepen. Maar de energie om daarvoor op de barricaden te gaan wordt minder. Als je liever een quick fix wilt ga je toch lekker naar die ander? Als je mij niet wilt geloven, graas dan lekker het internet af tot je iets vindt wat past bij wat je toch al in je hoofd had. Geef ‘m een poedertje in plaats van je probleem uiteen te rafelen en in kleine stapjes -ja, dat duurt- te repareren. Ik word berustend. Dan toch niet? Ik voel steeds minder de behoefte om aan te halen wie en wat ik ben. Het wordt vast een rustig jaartje.

Rechtrichten is uit de mode

Het weer is toepasselijk voor de kerst: ijselijk koude oostenwind. Guur en donker. Zelfs onze paarden zijn blij als ze rond half vijf in de schemering naar binnen morgen, de watjes.

Hoewel de grote mannen zich wel warm houden. Het is zo leuk om te zien. Ze spelen en spelen. Vast een teken dat DD zich fysiek een stuk beter voelt dan vorig jaar om deze tijd, toen zijn rug opspeelde. Hij brengt nu halve dagen op zijn achterbenen door, passagerend en steigerend rond zijn maat. Fijn voor mij, want ik kan mezelf niet zo erg motiveren met deze snijdende kou. Ik weet wel dat het meevalt als ik er eenmaal opzit, maar om dat als een half Michelin mannetje te doen… nadeel van al dat spelen was trouwens wel dat hij zijn winterdeken half sloopte. Tja, meer dan tien jaar oude Ierse degelijkheid heeft ook z’n houdbaarheid. Dezelfde nieuw besteld, maar ja, kerst. Hij staat dus nu met een geïmproviseerde stapel staldekens onder een regendek, waarvan ik hoop dat t blijft liggen. En heel blijft, want het is echt het laatste wat ik heb.

Haastklussen

Het was een soort race tegen de klok om voor de kerst alles af te krijgen. Er kwam nog een vertaling tussendoor. Interessant boek over de geschiedenis van het lang en laag rijden, dat wel op wat teentjes in de paardenwereld gaat staan, vrees ik. Niet mij afmaken, ik heb de originele tekst niet bedacht. Er lagen nog wat dingen die af moesten, alle lessers wilden nog wel even voor de jaarwisseling, die dit keer ook wat onhandig in de week valt, ik ging nog jureren en tot overmaat van feestvreugde landden er ineens nog wat online proeven in mijn inbox. Ik was al vergeten dat we dat deden. Maar goed, ook nog even naar eer en geweten gedaan.

Zo scheef als een hoedje

Wat me daarbij zeer opviel was iets dat me ook al dwars zit na de laatste paar keer jureren in het wild: rechtrichten is uit de mode. Zelfs op hoger niveau zie ik paarden die wendingen uitzeilen of invallen en dan de AC lijn als een soort scheve krab afleggen. Meestal is het de buiging naar rechts die te wensen overlaat, maar soms zie je eentje die dat andersom heeft. Of zelfs naar beide kanten. En dan vraag ik me altijd af: hebben die mensen geen instructeur die daar wat van zegt? Hoe wil je nou een pirouette, appuyement of een wissel rijden als je paard daar in galop zo’n beetje in travers op af gaat? Als je in draf een volte maakt en de achterbenen dweilen naar buiten weg? Of hij overbuigt zijn nek en de kont komt naar binnen? Dat voel je toch? Iemand ziet dat toch? Dat is op B L niveau al iets om aan te geven, maar hoger kom je er helemaal niet mee weg. Althans niet bij mij.

Misrekening

Het bleek overigens echt kerst. Hoewel alle websites aangaven dat het hier hooguit min 1 zou worden, deed de gevoelstemperatuur mijn optimisme de das om en was vanmorgen de waterleiding op stal toch bevroren. Slechte inschatting van mij, maar daar doe je niks aan als het eenmaal mis is. Afwachten dus of er nog schade is. Ik heb de noodgevallen klusjesman onder speed dial. Gelukkig staat er vandaag een lekker zonnetje op de stal. Inmiddels is alles ontdooit en ik hoor en zie nog nergens iets spuiten of druppelen, dus ik houd hoop.

Ik besef me net dat dit de laatste is van het jaar. Ik heb nauwelijks verzaakt, dus minstens vijftig weekberichten gemaakt. Hopelijk doe ik jullie er een plezier mee. Of zet ik jullie soms even aan het denken. Met frisse moed op naar 2026…

Jury als kind van de rekening

Het was een beetje rare week voor mij, maar daar zal ik jullie niet mee vermoeien. Tussendoor weer veel gejureerd. Winterwedstrijden is soms afzien, door de omstandigheden en de faciliteiten waar je dan mee wordt geconfronteerd. Ik doel daarbij op de diverse juryhokjes.

Je zou toch zeggen dat een jury een belangrijk onderdeel is voor een dressuurwedstrijd. Wel, op sommige plekken voelt het meer als een noodzakelijk kwaad, dat ook nog ergens moet worden weggestopt. Het verbaast me dat daar vanuit de KNHS niet meer regels of toezicht voor is. Eerste vereiste is dat je de baan kunt zien. Helemaal. In de meeste proeven moeten onderdelen bij C worden uitgevoerd. Dat is lastig als je ergens half in een nok zit weggestopt. Of zo dicht er tegenaan met een hoge wand voor je, dat je voorover uit het raam moet hangen.

Ramen moet je doorheen kunnen kijken

Tweede is dat je de baan tot het einde aan toe goed moet kunnen overzien. Sfeerverlichting is leuk voor de kerst, maar met een donkere bakwand en bodem en de voorliefde voor donkere paarden onder dressuurruiters blijft het zelfs met goede ogen turen geblazen. Wat niet helpt is dat sommige geïmproviseerde hokjes zijn voorzien van plexiglas, wat snel gekrast raakt en dan dus soft focus wordt. Voor de wedstrijd een lapje over de ramen is ook geen luxe… Zo’n raam moet liefst wel open kunnen. Niet iedereen hoort mijn bel en als iemand verkeerd rijdt of er gebeurt iets anders waarvoor communicatie nodig is, dan is het wel handig als dat kan zonder het hokje uit te hoeven rennen.

Van sauna tot ijsgrot

Derde punt is de verwarming. Ik snap het hoor, zo’n hokje is het kind van de rekening. Maar als je verwacht dat iemand daar een paar uur geconcentreerd en secuur werk doet, dan is het wel handig als je even controleert hoe comfortabel het is. Meestal staat er een elektrisch kacheltje. Met enige mazzel staat die aan, zodat het al enigszins behaaglijk is. Soms niet en dan zijn je vingers en neus blauw voordat je aan het einde van de rubriek bent. Terwijl de haren van je benen er meestal tegen die tijd zijn afgeschroeid, maar dat terzijde.

Met mazzel een kussentje…

Het laatste punt dat ik wil aanhalen zijn de stoelen. Meervoud, want ook een schrijver moet het kunnen uithouden, waarbij een goede plek voor het beschrijven van protocollen er nog bij komt. Ik vraag me af of wedstrijdorganisaties zelf wel eens in zo’n hokje gaan zitten. Doe het voor de grap eens. Meer dan eens tref ik keiharde stoelen, wiebelstoelen, krukjes of zelfs een keer een plank op twee kratjes. En dat dan dus een paar uur.

Kan het eraf…?

Ik wil niet teveel zeuren hoor, ik snap dat er veel komt kijken bij het organiseren van een wedstrijd. En op de meeste locaties is het uitstekend geregeld. Er zijn echter uitzonderingen. Na een paar uur afwisselend rillend en stomend krijg ik meestal tot op de cent nauwkeurig een vergoeding uitbetaald van wel 5,50 per uur. Ongeveer het startgeld van twee ruiters. En de schrijver krijgt als het meezit een doosje chocolade. Nou doe ik het daar niet om, het is hobby en passie. Maar ik vraag me op sommige plekken wel af of men zelf zo gek zou zijn om daar te gaan zitten.

Het einde van een tijdperk

Ik had mijn vorige blog net af toen het bericht van Carl Hester voorbij kwam over de dood van Valegro en Uthopia. Twee voormalige toppaarden, die vrijwel hun hele leven samen zijn opgetrokken en dressuurgeschiedenis hebben geschreven. Hoe mooi en integer is het om ze ook samen een barmhartig einde te gunnen, zodat niet één van de twee eenzaam achterblijft. Ik heb ze meerdere keren in actie gezien en zelfs ontmoet, hun overlijden is het einde van een tijdperk.

De dood van een paard hakt er in. Het is ook fysiek een groot iets dat wegvalt. De lege stal, de lege wei, het schrijnt lange tijd. Zelfs als je wéét dat je iets goeds hebt gedaan. Carl legt het uit in zijn bericht, oude mannetjes met oude paardenkwalen die langzaam heviger worden. Het vergt een groot paardenhart om daar op tijd bij in te grijpen. Hoe vaak zien we niet dat er eindeloos door wordt gekwakkeld omdat iemand die zware beslissing voor zich uitschuift? Bij de Dag van het Oudere Paard van De Paardenkamp hebben we een lezing over ‘wanneer is het genoeg’. Die zit ieder jaar vol. Veel mensen worstelen hiermee. Laten gaan vinden wij heel moeilijk.

Zie je het wel…?

Daar komt nog bij dat lang niet iedereen goed kan inschatten hoe een paard eraan toe is. Hun natuur gebiedt dat ze pijntjes verdoezelen. Een beetje stijf valt niet zo snel op. Niet meer gaan liggen omdat opstaan moeilijker wordt, en daardoor chronisch slaapgebrek krijgen, is zo’n signaal. Maar er zijn er meer. Het lastige is dat oudere paarden soms worden ‘weggestopt’, minder in handen komen of minder zorgvuldig worden verzorgd. Ik zeg het voorzichtig, want ik snap het wel. Als je er niet meer mee kunt doen wat je het liefste wil, namelijk rijden, dan is het een dure kostganger. Logisch dat er vaak een goedkopere oplossing wordt gezocht. En die is lang niet altijd verkeerd. Ergens in een kudde, wat meer achteraf. Maar als je ze niet zelf aan huis hebt of iedere dag ziet, dan is het te hopen dat er een deskundig paardenmens toezicht houdt en aangeeft wanneer er iets opvalt.

Kuddedieren hebben een maatje nodig

Als je meerdere paarden hebt die ook nog eens samen naar buiten gaan -zoals bij Carl- dan is het wegvallen van eentje een ingrijpende gebeurtenis voor de hele groep. Ik merkte dat na de dood van Socrates. Hoewel de laagste in rang was hij toch een soort steunpilaar voor de rest. Ze zijn wekenlang van slag geweest. Dit gebeurt overigens ook bij verhuizingen. Op kuddedieren hebben dit soort dingen veel meer impact dan wij ons kunnen voorstellen. Maar wat kun je eraan doen om er rekening te houden? Hoe groter de groep, hoe beter. Dan hebben ze steun aan elkaar. Paarden hebben een maatje nodig.

Oude mannen kwaaltjes

DD zit hele dagen aan Harry vastgeplakt. Die heet officieel Dharkan, wat verraadt dat ze even oud zijn. Allebei bijna 18 jaar en ook met vergelijkbare oude mannen kwaaltjes. Vorig jaar zaten we nog dik in de ellende met DD’s rug. Dat gaat gelukkig goed. We rijden recreatief, niet vaker dan drie keer per week op zijn rug. Daarnaast longeren we, doen we een beetje vrijheidsdressuur (hij loopt inmiddels hardhollend achter een paraplu aan) en speelt hij hele dagen in de wei alsof hij bij de Spaanse rijschool zit. Steigeren, pirouettes, rondjes om elkaar heen galopperen…als je ze daar ziet lijken ze drie jaar. Harry heeft een vergelijkbaar pensioen met dezelfde fysieke klachten. We hebben nog steeds plezier samen en houden hun conditie scherp in de gaten. Ik denk dat als de tijd daar is we ook deze twee tegelijk moeten laten gaan. En net als met Valegro en Uthopia zal dat het einde van een tijdperk zijn, maar dan voor mij.

Het stemmetje in je hoofd

Kennen jullie de filmpjes van Celeste Barber? Deze Australische maakt hilarische parodieën op idiote, zogenaamd perfecte internetmodellen. Ze heeft een grote schare volgers die haar werk bejubelen. De hoeveelheid doodongelukkige mensen die een onhaalbaar ideaal najaagt blijft echter onveranderd groot.

Sociale media verkoopt fantasie. Niet mijn kreet, maar wel eentje waar ik van harte mee instem. Het is trouwens niet iets van de laatste tijd hoor. In de Middeleeuwen was je als kunstschilder je leven niet zeker als je een al te realistisch portret maakte van de toevallig oerlelijke hoogwaardigheidsbekleder. Nu hebben we daar photoshop en handige filters voor.

Niemand is voortdurend leuk

Vaak zonder dat we het zelf in de gaten hebben, worden die perfect gemaakte beelden of verhalen toch iets waar we onszelf aan afmeten. Met allemaal ellende tot gevolg. Vrijwel niemand gaat iets naar buiten brengen dat onder de noemer saai of gewoontjes valt. Het is onze aard om iets te zoeken om mee te pronken -al dan niet verzonnen of opgeleukt- en we zijn tegenwoordig verslaafd aan duimpjes. Gevolg is een permanente onrust bij de rest, om die opgefokte, onhaalbaar hooggelegde lat toch ook te bereiken. Wat natuurlijk niet lukt. Waardoor we ons rot voelen. Zie je wel, ik ben niet goed genoeg. Een vicieuze cirkel naar beneden ligt op de loer, als een draaikolk in diep water.

Het stemmetje in je hoofd

Ik zie het ook in de paardenwereld. Filmpjes van perfect uitgevoerde oefeningen of mensen die prachtige dingen doen met paarden. De jarenlange training, het zweet, de mislukkingen…het lijkt op het internet niet te bestaan. Als je je eigen prestatie of misschien het uiterlijk van jezelf of je paard gaat afmeten aan al die perfectie, dan is de teleurstelling groot. Iemand kan honderd keer tegen je zeggen dat het onrealistisch is om te verwachten dat alle onderdelen van je proef vlekkeloos gaan. Dat een paard altijd foutloos reageert op al je aanwijzingen. Maar ergens in je achterhoofd zit dat ene filmpje en dat stemmetje dat je voorhoudt dat jij het niet goed doet.

Jezelf niet steeds onderuit trappen

Het gaat niet om perfectie. Het gaat om wat je doet, wat je voelt, hoe je iets beleeft. Niet het einddoel, maar de reis. Je houdt toch van je paard, je vond hem toch zo leuk? Houd je daaraan vast. Het is belangrijk om een doel te hebben. Bij alles. Maar dat doel moet wél realistisch en haalbaar zijn. Waar je die lat legt is voor iedereen verschillend. Maar áls je die steeds zo legt dat het toch niet lukt, gooi je jezelf in die draaikolk. Dan ben je elke keer opnieuw boos op jezelf. Neem je per dag iets voor. Iets wat kan, een kleine stap. Zodat je tevreden kan zijn en met een glimlach kan rondlopen. En soms kan die stap iets groter zijn, of bestaan uit meerdere stappen, want uitdagen mag best. Teleurstellingen horen erbij, maar voortdurend jezelf de put in helpen om te voldoen aan een fake beeld is momenteel de bron van veel kwaad.

Abonneren op deze blogs? Ga naar de contactpagina van deze website, scroll helemaal naar beneden en laat je email adres achter.

Uitstervende dinosauriër

Wegens ingewikkeld gedoe rond mijn website is ooit de mogelijkheid om je op mijn blogs te abonneren verdwenen. Inmiddels heb ik iemand gevonden die er veel verstand van heeft en hoera, het kan weer, als je je registreert onderaan de contactpagina van mijn website. Gratis en voor niks. Hoef je niks meer te missen, mocht ik even uit je social media bubbel zijn verdwenen. Ik heb gepolst of er uitgevers trek in hadden om een bundel uit te geven. Maar aangezien niemand meer een boek leest en dus ook niet koopt, gaat dat ‘m niet worden. Je moet het hiermee doen.

Als schrijver voel ik me een uitstervende dinosauriër. Het moet allemaal kort, snel, pakkend. Doet dat je ergens aan denken? De manier waarop we tegenwoordig omgaan met het opleiden van paarden en paardrijden in het algemeen? En zo kan ik nog wel een paar paralellen trekken. Het is de tijd waarin we leven. Het heeft geen enkele zin om daar tegenin te gaan. Verspilde energie. Evolutie beweegt vooruit.

Vind je het nog wel leuk….?

Is het daarom nutteloos om mee te gaan in de welzijnshype rond paardrijden? Zeker niet. We moeten misschien wel gaan wennen aan het idee dat de traditionele manier van paardensport bedrijven ten dode is opgeschreven. Dat wil niet zeggen dat we niet op andere wijzen ontzettend kunnen genieten van het samenspel met een paard. En dat is dan toch een soort ‘terug naar de basis’. Misschien geen slecht idee. Want als ik sommige wedstrijdruiters zie, vraag ik me serieus af of ze nog wel doorhebben dat ze ooit zijn begonnen met rijden omdat ze dat zo leuk vonden.

Omgaan met teleurstellingen

Ik kan me niet voorstellen dat je gaat paardrijden alleen voor het lintje en de glorie. Daarvoor is het een veel te ingewikkelde (en kostbare) sport, met veel meer verliezers en teleurstellingen dan in welke andere tak ook. Aan rondgaan in zo’n mooi pakkie gaat een zee van tijd met zweet, modder en tranen vooraf. Succes is niet het wedstrijdresultaat, maar de weg er naartoe. De band die je opbouwt met een paard, de lessen die je leert op die reis en waar je de rest van je hippische leven lol van hebt. Dit besef komt pas vele jaren later, als je ontdekt dat een dag na een overwinning de wekker gewoon weer vroeg gaat omdat je voor de paarden moet zorgen, de stallen nog net zo moeten worden uitgemest en, bij gebrek aan een passende uitdrukking op z’n Engels ‘the sun doesn’t shine out of your ass’.

Is dat wat je zou willen?

Succes kopen is deels mogelijk. Een kant en klaar paard, de duurste trainers en een batterij aan personeel om al het werk te doen. Het komt voor, maar het is niet lang houdbaar. En de lol gaat er ook meestal snel af als blijkt dat het toch lastig is om zonder gedegen basis, met dat zweet en die modder, echt te presteren. Het is gewoon een feit: als je iets wilt, moet je aan de bak. En dat is alleen vol te houden als het je passie is. Maar heb je wel helder wát je echt wilt?

Terug bij af

Geniet je van het samenspel met een paard? De verfijning van jouw kennis, waardoor je ze begrijpt en zij jou? Het is niet verkeerd om er af en toe bij stil te staan of je aan het rijden bent om je stalgenoten te imponeren of te voldoen aan verwachtingen die je denkt dat anderen van je hebben. Ik geef eerlijk toe dat ambitie mij nooit vreemd was. Waar talent of geld tekort schoot, probeerde ik dat met heel hard werken te compenseren. Socrates, met zijn hevige hooikoortsallergie, was de eerste die me terug bij af bracht. Ik had andere verwachtingen van ons carrièrepad toen ik eraan begon, maar ik heb tot zijn einde precies een jaar geleden intens van hem gehouden. Hoe heftig hij ook was, ik heb me nog nooit een moment ongerust gevoeld op zijn rug. Hij had een gouden karakter. En van de week legde ik iemand uit dat de ritjes nu met DD vooral therapeutisch zijn, om ervoor te zorgen dat zijn rug goed blijft. Niet ter verfijningen van de oefeningen uit een ZZproef, wat ik misschien eigenlijk in mijn achterhoofd zou willen. Ik dacht er later aan terug dat het misschien wel meer therapeutisch is voor mij. Want wat wil ik nou ècht? Dat hij geen pijn heeft, elke dag blij in de wei staat en spelend om zijn vriendjes heen danst. Dat ik zijn malle hoge hinnik hoor als hij me ziet. Ik kan nog met hem rijden, we kunnen nog samen over het strand en door de zee. Daar kan geen oranje lintje tegenop.