Het puzzeltje van paardrijden

Het is het jaar van het paard, dus dat belooft wat voor mij en mijn mede-liefhebbers. Hoewel het er met de wereld maar somber voorstaat momenteel. Iedereen is boos, verdrietig of heeft een kort lontje. Als je reikwijdte bestaat uit een beeldscherm en toetsenbord ziet het er helemaal akelig uit, zoveel ellende wordt daar over elkaar uitgestort.

Partner las van de week een verhaaltje van iemand die uitlegde waarom het toch zo mis gaat met de wereld momenteel. Ik moest erover nadenken, maar ik denk dat hij gelijk heeft. Alles gaat te snel. We hebben en nemen geen tijd meer om zaken te overdenken. Informatie die vroeger per post of koerier van A naar B ging, flitst nu in flarden van seconden ons leven binnen. Alles is gericht op snelheid. Ook onze reactie. Het moet meteen en meteen raak. Als je al dan niet noodgedwongen moet wachten, ga je automatisch meer nadenken. En dan kan de uitkomst wel eens heel anders worden.

Onze hersens lopen achter

Even tot tien tellen? Dat is er niet meer bij. Er wordt van je verwacht dat je gelijk reageert, handelt en graag meteen raak. Eerst even iets proberen, overwegen en dan weer een stapje? Kan niet meer. Nu, nu, nu. En zo niet, dan zoeken we ons heil elders. Wij mensen zijn helemaal niet gemaakt voor die snelheid. We hebben zelf zo’n omgeving gecreëerd waarin dit de norm is geworden. Maar ons brein heeft zich niet met dezelfde snelheid ontwikkeld voor zoveel en zulke output. Of het verwerken van zulke grote hoeveelheden informatie. We zijn wel al een beetje aangepast. Kijk maar eens een TV programma van dertig jaar terug. Vinden we nu traaaaaaag.

Terug naar de basis…? Ammehoela!

Ook in de paardenwereld is alles gericht op output. Het plaatje, het eindresultaat. Er wordt altijd wel geroepen dat de basis zo belangrijk is, maar werkelijk die stap terug doen om dat goed te bevestigen doen maar weinigen. Wil je paard iets niet? Dan komt er een goeroe die dat moet oplossen. Waarbij vaak snel duidelijk wordt dat het ware probleem iets anders is. Je geeft tegenstrijdige signalen, je paard snapt niets van je. Of hij associeert jouw komst met niet leuke dingen die daarna komen, zoals hard werken met veel dwang of wedstrijden met een ruiter die stijf van de stress ineens heel anders reageert dan thuis.

Hij doet het, maar snapt hij het?

Dit is maar één voorbeeld, maar het geldt voor zoveel meer. Als je zesjarige tegenwoordig nog geen Z is, wordt er gevraagd wat er mis is gegaan. Wat je met een paard kunt is het gevolg van gestage training, die is gebaseerd op geduldige uitleg en opbouw. De ‘kunstjes’ zijn niet het doel. Het zijn oefeningen waarmee je een paard sterker maakt op de juiste plekken, zodat hij straffeloos een ruiter kan dragen. Iets waarvoor zijn lijf namelijk niet is gemaakt. Het zijn ook manier om hem uit te leggen dat als jij ‘dit’ doet je ‘dat’ van hem verlangt. Vraag je dat op zo’n manier dat hij het als een leuk spelletje ervaart, dan werken vrijwel alle paarden daar graag aan mee. Mits je daarbij wel helder en vooral consequent bent. Miscommunicatie is een bron van ellende.

Neem effe pauze

Het is geen schande als iets niet meteen lukt. Het is zeker geen schande om dan even een stapje terug te doen en rustig te overdenken wat de beste aanpak is. Het is ook beslist niet erg om iets te proberen en te concluderen dat dat het toch niet is. Die oranje lintjes zijn niet het ware geluk. Fanatisme, ego, spanning? Het is nutteloos. De volgende dag is de wereld nog precies hetzelfde. Met als enige risico dat je het vertrouwen van je liefste vriendje hebt beschadigd. Tel tot tien. Het puzzeltje, dát is de lol van paardrijden.

Ik ga cavia’s houden

Het is niet handig om iemand die toch al niet zo goed is in op reis gaan een paar dagen voor vertrek te bestoken met quasi bezorgde appjes over de chaos op de weg en de annuleringen op Schiphol. Tot overmaat van feestvreugde besloten de paarden ook nog even te demonstreren waarom cavia’s houden eigenlijk veel leuker is, door met z’n allen door de draden te vliegen.

Ik had nog honderd dingen te doen. In mijn hoofd was het een zeer georganiseerd lijstje. De sneeuw was ook bij ons gevallen, maar met mate, dus daar viel best omheen te werken. Beetje extra tijd voor het sneeuwvrij maken van het pad naar de wei. Maar met zulk weer is het spul meestal wel wat frisser dan normaal. En sneeuw hadden ze ook al een tijdje niet gezien. Dus besloten Harry en DD te beginnen met een rondje arreslee zonder slee. Harry staat op blote voeten, dus niks geen last. DD heeft voor ijzers. Die remde op de gebruikelijke plek voor de draad, maar stond ineens op schaatsen, dus hij gleed er dwars doorheen. Dat was natuurlijk gek en van alles wat niet normaal is gaan paarden rennen… Binnen een minuut waren ze allemaal overal dwars doorheen.

Jachtseizoen 2.0

Ik was nog op stal aan het uitmesten en hoorde het meteen. In een reflex greep ik de twee grootste halsters en zette ik het op een hollen. Er is namelijk een reden waarom we ze niet bij elkaar hebben, wat ik liefst wel zou willen. Grote labrador Harry verandert in een dodelijke pitbull als hij bij Sjakie in de wei staat. Over de draad zijn ze dikke vrienden. Bij elkaar jaagt hij hem op. En als zijn Ierse eigenaren hem dan zouden kunnen zien hebben ze er spijt van dat ze hem als ‘te langzaam’ hebben verkocht, want hij haalt snelheden waarmee hij met gemak de Grand National wint. Voor het zover was had ik Harry al in zijn lurven. Snel op stal gezet en daarna Sjakie ook gepakt. DD is geen punt, die kun je werkelijk bij alle paarden zetten. Die stond al blijmoedig te grazen met de dames, blij met de strook vers gras, die ze niet mochten hebben.

Om moedeloos van te worden

Het is altijd zo’n moment dat je het liefst even een potje wilt janken. Eén ravage aan draden, afgebroken (want koud) paaltjes. Maar ja, dat heeft niet zoveel zin. Dus een nieuwe rol schrikdraad gepakt en van voren af aan begonnen om alles te herstellen. Dat betekent honderd keer op en neer door de aangevroren en dus hobbelige weide. Eerst de belangrijkste draden hersteld en de inmiddels gekalmeerde rest een voor een terug in hun landje gezet. Daarna met hulp van de toegesnelde buurvrouw twee uur bezig om alles te herstellen, stroom te checken en Harry weer bij zijn vriend te voegen. Sjakie mocht als laatste naar buiten.

Ik weet zelf ook wel dat het glad is

Als je paarden houdt, gebeuren zulke dingen. Het hoort erbij. Leuk is anders. Het gebeurt nooit op een zonnige dag bij plus 20 graden en alle tijd van de wereld. Wat op zo’n moment niet helpt bij mijn gemoedstoestand is de telefoon die maar blijft plingen. Iedereen verwacht tegenwoordig meteen antwoord op alles. Ikzelf ook hoor, ik heb er ook een bloedhekel aan als ik een vraag stel en er wordt 24 uur niet op gereageerd. Maar dat is wat anders dan meteen. Door de sneeuw en de gladheid gingen lessen wel/niet door. Dat vergt enige communicatie. Zoals gezegd had ik nog een lijstje af te werken om alles goed achter te laten, zodat iedereen bij mijn afwezigheid weet wat ie moet doen. En wie mij kent weet dat ik superslecht ben in weggaan, dus ik laat aanwijzingen achter tot in het tig-voudige. Maar goed, of ik ook echt ga ligt nu in handen van de weergoden. Dus misschien tot straks.

Ik ben geen hugger

Verwacht van mij geen warme omhelzing om het nieuwe jaar in te luiden. Of een hand. Ik wens jullie alle goeds, maar met uitzondering van partner houd ik niet van close contact. Tenzij je een paard bent. Dan ben ik all over you. Of een hond of een kat of een kip… alle beesten eigenlijk wel.

Ik had rond oud en nieuw een paar rustige dagen. Nog wel wat lesjes, administratie afronden, dat soort zaken. Maar er was ook, voor het eerst sinds lange tijd, gelegenheid om eens op de bank te zitten en met uitzicht op de paarden zaken te overdenken. Soms geïnspireerd door oudjaarsreflecties die op social media voorbij kwamen. Verhalen vol inspiratie, plannen en juichende ‘wegaanertegenaan’ tjakka’s. Ik heb dat namelijk allemaal niet.

Uit het oog, uit het hart

Nu ik me erbij heb neergelegd dat een terugkeer in de sport voor DD geen optie is, begin ik daar steeds meer rust in te vinden. Ik heb er lang mee geworsteld, gesparteld zelfs. Alsof mijn identiteit verbonden is met die ring ingaan. En in zekere zin heb ik ontdekt dat het ook zo werkt. Want nu ik niet meer start ben ik op een bepaalde manier minder zichtbaar. Ik jureer nog wel overal en nergens. Maar je wordt toch anders bekeken als je niet meer zelf die ring inrijdt. Het lijk wel -zeker in eigen omgeving- dat de hoeveelheid en kennis en ervaring die ik in al die jaren heb opgedaan ineens niet meer telt. Als je professor bent wordt diepgang als waardevol gezien. Als je zoveel hebt gestudeerd op paardenaangelegenheden, dan wordt het afgedaan als oud gezeur.

Je kan er ook eens naar luisteren he…

Is het iets van alle tijden? Ik zie jonge(re) instructeurs af en toe met veel overtuiging iets roepen, waar ik een totaal andere visie op heb. Wat natuurlijk kan hè, iedereen zo z’n aanpak. Dat wordt soms ook letterlijk gezegd, het is goed dat er meerdere smaken zijn. En dat ben ik ook wel ten dele met ze eens. Maar een paard blijft wel altijd een paard. Het betekent ook niet automatisch dat een (mijn) andere visie een minderwaardige is. Het gaat daarbij wel om de uitleg. “Hij neemt je in de maling”, is niet meer van deze eeuw. Er zit een nuanceverschil tussen adequaat leiding geven en ‘weten wie de baas is’.

Een paard gaat niet beter luisteren van dwang

Ben ik als instructeur veranderd? Ik denk het wel. Ik heb zoveel meer geleerd over paardengedrag, het paardenlichaam, de diepere achtergronden en nog steeds verdiep ik me daar iedere gelegenheid die ik heb in. Dwang, pijnprikkels, vastbinden? Allemaal korte termijn oplossingen met risico op blessures. Maar, zoals goede vriendin en superdokter Yteke altijd zegt: er vloeit geen bloed uit. Daardoor zie je nooit meteen of je ergens schade mee aanricht. En vaak geeft een paard zich aanvankelijk over, waardoor het lijkt alsof iets een oplossing is. Zie je wel, nu doet hij wat ik wil. Waarbij rijden dan even is gereduceerd tot gehoorzaamheid en onderwerping. Maar dat vinden de meeste mensen wel lekker, met onze behoefte aan controle en bij velen de eigenlijk onderliggende angst.

Niet bellen als het mis gaat

Ik kan het uitleggen waarom mijn aanpak is wat het is. Het is niet uit de lucht gegrepen. Maar de energie om daarvoor op de barricaden te gaan wordt minder. Als je liever een quick fix wilt ga je toch lekker naar die ander? Als je mij niet wilt geloven, graas dan lekker het internet af tot je iets vindt wat past bij wat je toch al in je hoofd had. Geef ‘m een poedertje in plaats van je probleem uiteen te rafelen en in kleine stapjes -ja, dat duurt- te repareren. Ik word berustend. Dan toch niet? Ik voel steeds minder de behoefte om aan te halen wie en wat ik ben. Het wordt vast een rustig jaartje.

Rechtrichten is uit de mode

Het weer is toepasselijk voor de kerst: ijselijk koude oostenwind. Guur en donker. Zelfs onze paarden zijn blij als ze rond half vijf in de schemering naar binnen morgen, de watjes.

Hoewel de grote mannen zich wel warm houden. Het is zo leuk om te zien. Ze spelen en spelen. Vast een teken dat DD zich fysiek een stuk beter voelt dan vorig jaar om deze tijd, toen zijn rug opspeelde. Hij brengt nu halve dagen op zijn achterbenen door, passagerend en steigerend rond zijn maat. Fijn voor mij, want ik kan mezelf niet zo erg motiveren met deze snijdende kou. Ik weet wel dat het meevalt als ik er eenmaal opzit, maar om dat als een half Michelin mannetje te doen… nadeel van al dat spelen was trouwens wel dat hij zijn winterdeken half sloopte. Tja, meer dan tien jaar oude Ierse degelijkheid heeft ook z’n houdbaarheid. Dezelfde nieuw besteld, maar ja, kerst. Hij staat dus nu met een geïmproviseerde stapel staldekens onder een regendek, waarvan ik hoop dat t blijft liggen. En heel blijft, want het is echt het laatste wat ik heb.

Haastklussen

Het was een soort race tegen de klok om voor de kerst alles af te krijgen. Er kwam nog een vertaling tussendoor. Interessant boek over de geschiedenis van het lang en laag rijden, dat wel op wat teentjes in de paardenwereld gaat staan, vrees ik. Niet mij afmaken, ik heb de originele tekst niet bedacht. Er lagen nog wat dingen die af moesten, alle lessers wilden nog wel even voor de jaarwisseling, die dit keer ook wat onhandig in de week valt, ik ging nog jureren en tot overmaat van feestvreugde landden er ineens nog wat online proeven in mijn inbox. Ik was al vergeten dat we dat deden. Maar goed, ook nog even naar eer en geweten gedaan.

Zo scheef als een hoedje

Wat me daarbij zeer opviel was iets dat me ook al dwars zit na de laatste paar keer jureren in het wild: rechtrichten is uit de mode. Zelfs op hoger niveau zie ik paarden die wendingen uitzeilen of invallen en dan de AC lijn als een soort scheve krab afleggen. Meestal is het de buiging naar rechts die te wensen overlaat, maar soms zie je eentje die dat andersom heeft. Of zelfs naar beide kanten. En dan vraag ik me altijd af: hebben die mensen geen instructeur die daar wat van zegt? Hoe wil je nou een pirouette, appuyement of een wissel rijden als je paard daar in galop zo’n beetje in travers op af gaat? Als je in draf een volte maakt en de achterbenen dweilen naar buiten weg? Of hij overbuigt zijn nek en de kont komt naar binnen? Dat voel je toch? Iemand ziet dat toch? Dat is op B L niveau al iets om aan te geven, maar hoger kom je er helemaal niet mee weg. Althans niet bij mij.

Misrekening

Het bleek overigens echt kerst. Hoewel alle websites aangaven dat het hier hooguit min 1 zou worden, deed de gevoelstemperatuur mijn optimisme de das om en was vanmorgen de waterleiding op stal toch bevroren. Slechte inschatting van mij, maar daar doe je niks aan als het eenmaal mis is. Afwachten dus of er nog schade is. Ik heb de noodgevallen klusjesman onder speed dial. Gelukkig staat er vandaag een lekker zonnetje op de stal. Inmiddels is alles ontdooit en ik hoor en zie nog nergens iets spuiten of druppelen, dus ik houd hoop.

Ik besef me net dat dit de laatste is van het jaar. Ik heb nauwelijks verzaakt, dus minstens vijftig weekberichten gemaakt. Hopelijk doe ik jullie er een plezier mee. Of zet ik jullie soms even aan het denken. Met frisse moed op naar 2026…

Jury als kind van de rekening

Het was een beetje rare week voor mij, maar daar zal ik jullie niet mee vermoeien. Tussendoor weer veel gejureerd. Winterwedstrijden is soms afzien, door de omstandigheden en de faciliteiten waar je dan mee wordt geconfronteerd. Ik doel daarbij op de diverse juryhokjes.

Je zou toch zeggen dat een jury een belangrijk onderdeel is voor een dressuurwedstrijd. Wel, op sommige plekken voelt het meer als een noodzakelijk kwaad, dat ook nog ergens moet worden weggestopt. Het verbaast me dat daar vanuit de KNHS niet meer regels of toezicht voor is. Eerste vereiste is dat je de baan kunt zien. Helemaal. In de meeste proeven moeten onderdelen bij C worden uitgevoerd. Dat is lastig als je ergens half in een nok zit weggestopt. Of zo dicht er tegenaan met een hoge wand voor je, dat je voorover uit het raam moet hangen.

Ramen moet je doorheen kunnen kijken

Tweede is dat je de baan tot het einde aan toe goed moet kunnen overzien. Sfeerverlichting is leuk voor de kerst, maar met een donkere bakwand en bodem en de voorliefde voor donkere paarden onder dressuurruiters blijft het zelfs met goede ogen turen geblazen. Wat niet helpt is dat sommige geïmproviseerde hokjes zijn voorzien van plexiglas, wat snel gekrast raakt en dan dus soft focus wordt. Voor de wedstrijd een lapje over de ramen is ook geen luxe… Zo’n raam moet liefst wel open kunnen. Niet iedereen hoort mijn bel en als iemand verkeerd rijdt of er gebeurt iets anders waarvoor communicatie nodig is, dan is het wel handig als dat kan zonder het hokje uit te hoeven rennen.

Van sauna tot ijsgrot

Derde punt is de verwarming. Ik snap het hoor, zo’n hokje is het kind van de rekening. Maar als je verwacht dat iemand daar een paar uur geconcentreerd en secuur werk doet, dan is het wel handig als je even controleert hoe comfortabel het is. Meestal staat er een elektrisch kacheltje. Met enige mazzel staat die aan, zodat het al enigszins behaaglijk is. Soms niet en dan zijn je vingers en neus blauw voordat je aan het einde van de rubriek bent. Terwijl de haren van je benen er meestal tegen die tijd zijn afgeschroeid, maar dat terzijde.

Met mazzel een kussentje…

Het laatste punt dat ik wil aanhalen zijn de stoelen. Meervoud, want ook een schrijver moet het kunnen uithouden, waarbij een goede plek voor het beschrijven van protocollen er nog bij komt. Ik vraag me af of wedstrijdorganisaties zelf wel eens in zo’n hokje gaan zitten. Doe het voor de grap eens. Meer dan eens tref ik keiharde stoelen, wiebelstoelen, krukjes of zelfs een keer een plank op twee kratjes. En dat dan dus een paar uur.

Kan het eraf…?

Ik wil niet teveel zeuren hoor, ik snap dat er veel komt kijken bij het organiseren van een wedstrijd. En op de meeste locaties is het uitstekend geregeld. Er zijn echter uitzonderingen. Na een paar uur afwisselend rillend en stomend krijg ik meestal tot op de cent nauwkeurig een vergoeding uitbetaald van wel 5,50 per uur. Ongeveer het startgeld van twee ruiters. En de schrijver krijgt als het meezit een doosje chocolade. Nou doe ik het daar niet om, het is hobby en passie. Maar ik vraag me op sommige plekken wel af of men zelf zo gek zou zijn om daar te gaan zitten.

Het einde van een tijdperk

Ik had mijn vorige blog net af toen het bericht van Carl Hester voorbij kwam over de dood van Valegro en Uthopia. Twee voormalige toppaarden, die vrijwel hun hele leven samen zijn opgetrokken en dressuurgeschiedenis hebben geschreven. Hoe mooi en integer is het om ze ook samen een barmhartig einde te gunnen, zodat niet één van de twee eenzaam achterblijft. Ik heb ze meerdere keren in actie gezien en zelfs ontmoet, hun overlijden is het einde van een tijdperk.

De dood van een paard hakt er in. Het is ook fysiek een groot iets dat wegvalt. De lege stal, de lege wei, het schrijnt lange tijd. Zelfs als je wéét dat je iets goeds hebt gedaan. Carl legt het uit in zijn bericht, oude mannetjes met oude paardenkwalen die langzaam heviger worden. Het vergt een groot paardenhart om daar op tijd bij in te grijpen. Hoe vaak zien we niet dat er eindeloos door wordt gekwakkeld omdat iemand die zware beslissing voor zich uitschuift? Bij de Dag van het Oudere Paard van De Paardenkamp hebben we een lezing over ‘wanneer is het genoeg’. Die zit ieder jaar vol. Veel mensen worstelen hiermee. Laten gaan vinden wij heel moeilijk.

Zie je het wel…?

Daar komt nog bij dat lang niet iedereen goed kan inschatten hoe een paard eraan toe is. Hun natuur gebiedt dat ze pijntjes verdoezelen. Een beetje stijf valt niet zo snel op. Niet meer gaan liggen omdat opstaan moeilijker wordt, en daardoor chronisch slaapgebrek krijgen, is zo’n signaal. Maar er zijn er meer. Het lastige is dat oudere paarden soms worden ‘weggestopt’, minder in handen komen of minder zorgvuldig worden verzorgd. Ik zeg het voorzichtig, want ik snap het wel. Als je er niet meer mee kunt doen wat je het liefste wil, namelijk rijden, dan is het een dure kostganger. Logisch dat er vaak een goedkopere oplossing wordt gezocht. En die is lang niet altijd verkeerd. Ergens in een kudde, wat meer achteraf. Maar als je ze niet zelf aan huis hebt of iedere dag ziet, dan is het te hopen dat er een deskundig paardenmens toezicht houdt en aangeeft wanneer er iets opvalt.

Kuddedieren hebben een maatje nodig

Als je meerdere paarden hebt die ook nog eens samen naar buiten gaan -zoals bij Carl- dan is het wegvallen van eentje een ingrijpende gebeurtenis voor de hele groep. Ik merkte dat na de dood van Socrates. Hoewel de laagste in rang was hij toch een soort steunpilaar voor de rest. Ze zijn wekenlang van slag geweest. Dit gebeurt overigens ook bij verhuizingen. Op kuddedieren hebben dit soort dingen veel meer impact dan wij ons kunnen voorstellen. Maar wat kun je eraan doen om er rekening te houden? Hoe groter de groep, hoe beter. Dan hebben ze steun aan elkaar. Paarden hebben een maatje nodig.

Oude mannen kwaaltjes

DD zit hele dagen aan Harry vastgeplakt. Die heet officieel Dharkan, wat verraadt dat ze even oud zijn. Allebei bijna 18 jaar en ook met vergelijkbare oude mannen kwaaltjes. Vorig jaar zaten we nog dik in de ellende met DD’s rug. Dat gaat gelukkig goed. We rijden recreatief, niet vaker dan drie keer per week op zijn rug. Daarnaast longeren we, doen we een beetje vrijheidsdressuur (hij loopt inmiddels hardhollend achter een paraplu aan) en speelt hij hele dagen in de wei alsof hij bij de Spaanse rijschool zit. Steigeren, pirouettes, rondjes om elkaar heen galopperen…als je ze daar ziet lijken ze drie jaar. Harry heeft een vergelijkbaar pensioen met dezelfde fysieke klachten. We hebben nog steeds plezier samen en houden hun conditie scherp in de gaten. Ik denk dat als de tijd daar is we ook deze twee tegelijk moeten laten gaan. En net als met Valegro en Uthopia zal dat het einde van een tijdperk zijn, maar dan voor mij.

Thuisfront, dus niet zeuren

Ik had even een weekje overgeslagen. Geen inspiratie, beetje druk. Nou ja, veel weg bedoel ik dan eigenlijk. Das ook druk, maar dan anders. Het jaarlijkse galaconcert van het Korps Mariniers kwam er tussendoor. En tegenwoordig ben je sneller in Londen dan in Rotterdam. Zeker als daar tegelijkertijd een volksverhuizing dronken Schotse voetbalsupporters naartoe wil.

Ik zit lekker in de concerten de laatste tijd. We waren naar het matinee van de filmmuziek in Amsterdam. Vorig jaar ook en daar was ik toen diep van onder de indruk. Dit jaar iets minder. Minder bekende nummers, wat op zich niet verkeerd hoeft te zijn, maar het raakte mij niet. Als altijd waren er een paar gast-solisten. Daarbij werd de -in mijn ogen hè- fout gemaakt te denken dat harder automatisch ook beter is. Het orkest werd volledig overstemd. Het is een algemeen iets wat kennelijk tegenwoordig op de geluidstechnicus-school wordt gepropageerd. Ik zat met mijn vingers in mijn oren en als ik opzij keek zag ik dat meer. Kan nooit de bedoeling zijn.

Het ging ineens over mij…

Een paar dagen later stapte ik daarom enigszins voorzichtig in mijn lange jurk de volgende concertzaal in. Maar het kan dus wél anders. De afstemming tussen het geweldige orkest van het Korps Mariniers en de fenomenale gastzangeres Floor Jansen was perfect. Het werd een memorabele avond. Niet in de laatste plaats door het thema. Dat was namelijk een eerbetoon aan het thuisfront. Waar ik ook toe behoor.

Nooit laten merken wat je voelt

Thuisfront klinkt best gezellig. De werkelijkheid is dat niet altijd. Als je partner militair is, dan weet je waar je aan begint. Ik trouwde niet alleen met hem, maar ook een beetje met het Korps Mariniers. Is mijn relatie met defensie altijd zo’n gelukkige geweest? Niet altijd, moet ik heel eerlijk bekennen. Als partner in zijn laatste tijd in actieve dienst werd gevraagd hoe lang we getrouwd waren, antwoordde hij altijd ‘een jaar of zeven’. Dat was toen minder dan de helft, maar kwam misschien wel overeen met de werkelijke tijd die we bij elkaar waren. Het hoorde erbij. Het was zijn leven, het maakte hem tot wie hij was. Ik kan niet zeggen dat ik daar grote problemen mee had. Ik ben nogal zelfstandig. Maar je kan wel flink doen, het was niet altijd prettig.

“Eeeeh, sorry schat…”

Minder leuk waren bijvoorbeeld de keren dat we iets hadden gepland en hij werd weggeroepen. Ik herinner me nog een verbouwing, waarvoor we de complete inboedel naar de schuur moesten verplaatsen. Ik had de dozen klaarstaan. De telefoon ging. Zijn stem was nauwelijks te verstaan over het geluid van het vliegtuig waar hij halsoverkop in stapte, op weg naar één of andere ramp op de wereld. En zo hebben we ook nog eens tot een hele nacht lijmresten van een vloer lopen krabben, omdat hij ineens ergens werd ingezet, maar we de aannemer een kale afwerkvloer hadden beloofd. Ik heb mezelf altijd prima gered, maar het is niet altijd leuk om dat ook alleen te moeten doen.

Machteloos

Wat doet het met je, als je partner ergens op de wereld aan het oorlog voeren is? Machteloos is het eerste woord dat in me opkomt. Allemaal vrije keus, tot je dienst. Maar als je in het nieuws berichten hoort over AID’s, aanslagen of gevechten en je zit thuis, dan slaat je hart toch effe een slagje over als je wordt gebeld door een onbekend nummer of de deurbel gaat. Ik ben van het type ‘niet zeuren’. Als je daar de kogels om je hoofd fluiten is het een beetje afleidend als het thuisfront loopt te zaniken over een auto die niet start of een paard dat wat mankeert. Klein leed, in vergelijking. Maar is dat wel zo? Heeft thuisfront minder recht om dingen die spelen -en hoe klein ook, wel impact hebben op jouw leven- te delen omdát dat andere werk belangrijker is?

De machteloosheid die ik voelde bij dingen die er gebeurden, maar waar ik geen controle over had, hebben toch wel een spoor nagelaten. Ik was dus aangenaam verrast met het aangekondigde eerbetoon. Dat dat echter maar één nummer was vond ik dan weer wat sober. En typerend. Het thuisfront is héél belangrijk, maar niet teveel. Cynisch toch wel. Ach, niet zeuren…

Gratis paardentraining

De bietencampagne is in volle gang. Hoeveel leertheorieën wil je in de praktijk zien? Kom dan even bij onze paarden kijken. Hun weiland grenst aan het bietenland, waar momenteel monsterachtige machines in ronddenderen. Vervelend? Helemaal niet! Een geweldige kans juist.

Als er iemand pro-agrarisch is ben ik het wel. Ik besef zeer goed dat onze voedselvoorziening afhankelijk is van de mannen en vrouwen die hier lange dagen hard voor werken. En natuurlijk geeft dat soms overlast. We zijn de tijd van paard en wagen voorbij. Gelukkig maar, want we zijn ook met iets meer monden om te voeden. Het is wel een feit dat de machines tegenwoordig van zo’n formaat zijn dat onze infrastructuur daar niet helemaal meer op is berekend. Het gaat allemaal wel als iedereen een beetje rustig aan doet…tja, daar hebben we wel een teer punt. Want tijd is geld. En het is vast ook verleidelijk om het gas in te trappen als je als zestienjarige (of soms ook de wat oudere ‘jeugd’) op zo’n enorme dumper mag rijden. Dat je remweg ietsje langer is en bij ons de ramen rinkelen is misschien nog een stap te ver voor de nog niet uitontwikkelde neocortex. Met de paarden het erf af is momenteel wel een dingetje, temeer daar voor de never ending wegwerkzaamheden tussen ons en het bos nu zelfs een enorme loopgraaf is aangelegd voor de ingang van het ruiterpad.

Cursus verkeersmak maken

Genoeg gemopperd. Ik wilde het hebben over leertheorieën. Om te beginnen gewenning. Daarvoor heb je een paar paarden nodig die niet bang zijn als die enorme bietenrooier langskomt. Want als het hele spul op rut gaat, werkt het niet. Bij ons is eigenlijk alles redelijk verkeersmak, maar de nog iets wiebelige types merken nu aan hun maten dat weglopen niet nodig is. Dus wennen ze aan dat gevaarte. Daar komt nog bij dat ze ’s ochtends een stripje vers gras krijgen, vlák naast het bietenland. Er is dus ook een beloning áls ze dat ding verdragen. Derde punt is dat die machine z’n werk doet en dus steeds bij ze wegrijdt. Het wegnemen van druk in optima forma.

En hoe vaak doe jij dit…?

Dit is training die we gewoon cadeau krijgen. Ik ben er hartstikke blij mee. Maar er zijn de hele dag momenten die je kunt gebruiken, als je er bewust mee bezig bent. Dat gaat bij mij meestal onbewust, maar nu ik me dus net een paar weken helemaal in dat boek had vastgevreten, denk ik er iets meer over na. Het is van de Australiër Warwick Schiller, die in Amerika woont. Hoewel hij Western-georiënteerd is, staat hij open voor alle disciplines en heeft hij zich verdiept in gedragswetenschap. Ik moet echt zeggen: zijn verhaal is bijzonder inspirerend en echt een aanrader. Als je het weet zie je het ook. Iemand die een hoofdstel omdoet, vindt dat z’n paard zijn hoofd vervelend omhoog doet en hem ongeduldig iets toebrult of zelfs een tik geeft. Iemand die een paard dat naar de uitgang trekt meer wil laten doorlopen van die poort áf. Een paard dat steeds over de buitenschouder wegvalt met nóg meer hulpen en geweld proberen tegen te sturen… Ik kan zo nog wel even doorgaan. Als je het zo leest schud je misschien zuchtend je hoofd. Maar kijk even in je eigen omgeving, hoe vaak gebeuren dit soort dingen niet?

Schiet nou eens op

Als ik alle wijze tips in dit boek zo overdenk, komt het heel vaak terug op geduld. Wij mensen zijn notoir ongeduldig. We vinden dat paarden meteen moeten reageren en alles zomaar moeten snappen. Daarmee gaan we volledig voorbij aan het wezen paard en het leven in een kudde structuur. Maar ook dat vinden we ‘normaal’, want óns normaal is wat we opleggen aan alles om ons heen. Naast geduld zijn verwachtingen ook grote boosdoeners. Daar om ik de volgende keer op terug, mét de roze olifant.

 

Over verwachting gesproken, ik had ook een cadeautje in mijn schoen! Meerdere zelfs, want toen ik ’s ochtends tegenwoordig weer in het halfdonker mijn kaplaars aantrok, voelde dat alsof iemand er een prop watten voorin had gestopt. Grapje van de katten en niet van chocolade….

Donkere wolk

Ik vind mezelf geen spiritueel type. Volgens mij ben ik meer van het aardse, nuchtere soort. Toch kan ik niet ontkennen dat ik momenteel zeer de bui voel hangen. Een constant gevoel van onheil, bevestigd doordat er kort na elkaar allemaal grote en kleine nare dingen in mijn omgeving gebeuren.

Het lijkt wel of het in de lucht hangt. De Wet van Murphy, maar dan niet alleen van die quasi grappige ongelukjes waarom je kunt lachen. Een vervelende spanning van ‘wat is er nóu weer’. Niets gaat soepel, alles lijkt moeizaam. Veel mensen (en dieren!) zijn boos, onrustig, ontevreden en doen lastig. Ik doe mijn best om het me niet aan te trekken. Niet alles is persoonlijk. Maar de drukkende sfeer die ik denk te voelen beïnvloedt me toch.

Ik heb zo mijn buien dat ik niet zo lekker ga. Dan probeer ik altijd het motto: ‘fake it till you make it’ toe te passen. Oftewel, met een grote glimlach rondlopen tot je je vanzelf enigszins prettiger gaat voelen. Is ook leuker voor de buitenwereld. Maar geloof mij, vanbinnen ziet het er allemaal niet zo zonnig uit. Hierbij probeer ik tevens de stap-voor-stap-methode. Dus geen gepieker over alles wat nog niet is of nooit komt, maar aanpakken wat voor je neus oplossing nodig heeft. Eén stap tegelijk en dan heb je in ieder geval iets om tevreden over te zijn, want dat is dan afgerond. Dit klinkt allemaal erg leuk, maar makkelijk is het niet. Niet piekeren is als niet denken aan een roze olifant.

Waar denk je aan?

Zoals al eerder vermeld ben ik bezig met weer een vertaling, dit keer van een erg goed boek. Ook heel dik dus veel werk, maar dat terzijde. Het gaat over principes die je kunt gebruiken in de training van je paard. Helder en duidelijk. Het laatste hoofdstuk gaat over intentie. Waar zijn je gedachten als je ergens mee bezig bent? Waar denk je aan? Het mooie is dat de schrijver zelf heel eerlijk aangeeft dat hij daar pas in een later stadium in is gedoken. Het werkt voor paarden en tegen somberheid.

Jij denkt het en hij doet het

Als je denkt dat iets niet wil of niet gaat lukken, dan gáát dat ook niet lukken. Een paard is zo goed afgesteld op non verbale communicatie, dat hij voor helderziend kan doorgaan. Dat is ie niet, hij ‘leest’ ons gewoon heel goed en heeft geleerd dat na een bepaalde actie, houding of beweging van ons iets anders volgt. Is dat iets wat hij minder leuk vindt, dan begint hij al met protesteren in zo’n vroeg stadium dat wij denken dat we de actie nog niet eens hebben gevraagd. En dat protest kan van alles zijn, van wegdraaien of weglopen tot erger. Het is dus belangrijk om je niet op het eindresultaat te richten, maar op een kleinere stap in het proces.

Roze olifant, roze olifant….

In het boek worden allerlei voorbeelden gegeven. Iemand die niet om zijn paard kan lopen om ‘m de andere kant op te longeren. Een paard dat zich niet laat zadelen. Kwestie van de stapjes kleiner maken, niet in één dag het einddoel willen bereiken en vooral niet denken aan de roze olifant. Dat eerste is nog wel te doen, maar dat laatste? Gelukkig geeft hij daar ook tips voor. Ik ga niet teveel verklappen, want ik vind het echt een heel goed boek, dat jullie gewoon zouden moeten lezen. Maar er is dus een oplossing voor en die probeer ik momenteel heel hard toe te passen, zodat ik niet blijf hangen in die donkere wolk.

Niet gehinderd door enige kennis

Ik ben echt te naïef soms. Van de week hoorde ik weer een verhaal waarvan ik altijd denk dat het niet klopt. Maar het bleek echt zo. Ik ben verbijsterd over de manier waarop soms met paarden wordt omgegaan. Het gebrek aan kennis en het gemak waarmee wordt gedacht dat het dier zich maar moet aanpassen.

Wat is het geval: een vrouw -dat zijn het bijna altijd- heeft in haar jonge jaren pony gereden en daar goede herinneringen aan. Ze is inmiddels in de veertig, de kinderen gaan naar school en ze heeft kennelijk genoeg tijd en geld, dus het kriebelt weer. Hoe leuk het was wordt waarschijnlijk enigszins geromantiseerd, want herinneringen zijn niet altijd zulke goede weergaven van de werkelijke waarheid. Het plan om weer aan een paard te beginnen wordt steeds serieuzer. Tot zover niets mis mee. En je verwacht dan dat iemand zich daar goed in gaat verdiepen. Of even een tijdje bij een manege gaat rijden. Om weggezakte kennis en vaardigheden op te diepen, maar ook om te ervaren of je het nog steeds echt wel zo leuk vindt. Ik zei het al, ik ben naïef. Een paard is tegenwoordig iets dat je kennelijk lichtvaardig aanschaft, zonder bij deskundigen advies in te winnen. En er zijn altijd handelaren die daar gretig in mee gaan.

Och, we zetten er wel een schaap bij….

Goed, deze mevrouw gaat dus zonder al die voorbereiding op pad en koopt…een tweejarige hengst. Je leest het goed. Ze hebben thuis ruimte, dus het arme dier wordt ergens in een weitje gezet. Dat gezelschap van een soortgenoot een eerste vereiste is, is qua kennis helaas weggezakt of nooit doorgedrongen. Met een jonge hengst valt dat overigens ook niet mee. Voor je het weet spelen de hormonen op en klimt hij overal bovenop. In een week tijd is het weitje veranderd in een veld vol prut. Tja, oktober he, en in de top tien van natheid, als ik het KNMI mag geloven (wat ik de laatste tijd steeds minder doe, want de voorspellingen voor hier zitten er tegenwoordig zo ver naast dat ik niet eens meer kijk).

Les 1 hoe het niet moet

Je hebt een paard, dus je wilt er wat mee doen. Van de verzorging is het hoeven uitkrabben blijven hangen, dus dat gaat ze doen. Bij een tweejarige hengst die nog nooit in handen is geweest. Weet dat beest veel, die snapt er niets van. Voor een vluchtdier is één been optillen op commando al best een dingetje. Zijn veiligheid zit ‘m in het vermogen om hard weg te lopen als het spannend wordt. Gaat lastiger op drie benen. Dit is dus een oefening die je met veel rust, beleid en kennis van zaken moet aanleren. Maar nee, vroeger ging dat zo, dus mevrouw tilt met enige kracht het been op en als het paard het probeert weg te trekken, houdt ze het zo lang mogelijk vast. Hij is uiteraard sterker en rukt zich los, waarna ze hem in een hoek zet en even stevig aanpakt…

Paard heeft het gedaan

Zie hier, de eerste twee trauma’s. Wat heeft dit paard geleerd? Mensen zijn eng en onbetrouwbaar, een been optillen resulteert in een pak ransel. Als je pech hebt stond hij vast en heeft hij zich losgerukt. Dat is dan trauma drie, waarbij hij zichzelf heeft geleerd dat hij weg kan komen van het ‘enge’ door zich los te rukken. Dit paard heeft nu al enige geestelijke schade die voor altijd ergens in zijn achterhoofd (amigdala eigenlijk) blijft hangen. En ik ben bang dat daar nog meer bij gaat komen. Tot het punt dat ze tot de conclusie komt dat het een ‘gevaarlijk’ paard is, dat weg moet omdat zijn karakter niet deugt. Terwijl hij kennelijk van nature redelijk braaf is, want een tweejarige hengst die zich dit laat welgevallen zonder terug te meppen of anderszins in de tegenaanval te gaan is op zich al iets om je handen bij dicht te knijpen.

Alles voor het geld

Diep verdrietig kan ik van zoiets worden. Waarom niet even een boek lezen? Ik ben toevallig weer met een vertaling bezig, maar dit keer wel van een in mijn ogen nuttig verhaal over hoe je een paard iets leert. Je zou ook iemand kunnen vragen die er verstand van heeft? Het internet is niet altijd een goede raadgever, maar in dit geval denk ik bijna: beter dan niets. Hoe krijgen we mensen toch zover dat ze zich even goed oriënteren voordat ze gaan goochelen met een levend wezen? Je geeft je kind toch niet aan een groep bavianen mee? En zo’n handelaar deugt in mijn ogen ook niet, want die weet donders goed met wat voor levenslange ellende hij zo’n paard opzadelt. Geld is een grotere verslaving dan drugs.