Doffe ogen

Frankrijk is een prachtig land. Kennen jullie de rest van het gezegde ook? Op gevaar af dat ik de paar Franse mensen die ik ken onsterfelijk beledig, voel ik het wel zo. Of misschien komt het omdat ik en vakantie altijd een ietwat gespannen relatie hebben. Ik ging voor de inspiratie. Dat werd toch een beetje anders.

For old times sake heeft Engeland eigenlijk mijn voorkeur. De keuze was echter op Frankrijk gevallen wegens het weer. Het is op een motor – als ik dan toch op vakantie ga mijn favoriete vervoermiddel – wel zo prettig als het droog is en je niet teveel laagjes aan hoeft. Al snel over de grens werd duidelijk dat het geen vakantieseizoen meer was. Even stoppen voor koffie? Vergeet het maar, alles dicht. Een restaurant zoeken? Zelfs dat viel niet mee. Fransen gaan tussen de middag uitgebreid lunchen. Wij wilden alleen koffie. Dat vinden ze gek en daar reageerden ze dan niet zo goed op. Ik omschrijf het als nuffige minachting. Wij voelden ons niet echt welkom. Toevalstreffer? Na een paar dagen van deze ervaringen vind ik van niet. Ik spreek de taal redelijk. In alle landen waar ik poogde in de landstaal te converseren, leverde dat altijd waardering en behulpzaamheid op. Op een enkele uitzondering na wendde men zich in dit deel van Frankrijk zuchtend af. Héb je weer zo’n buitenlander.

Ik schrok ervan

Om gelijk nog maar een heilig huisje om te schoppen: wat ook tegenviel was Saumur. Dé plek van de Franse klassieke dressuur, gebaseerd op de leer van Francois Baucher en de légèreté, wat zich ongeveer laat vertalen als lichtheid en ongedwongenheid. Dé plek waar een van mijn leermeesters John Lassetter een deel van zijn opleiding heeft gehad. Een enorm terrein buiten een fraaie, historische stad. Ik kwam er voor inspiratie, maar ik ga het eerlijk zeggen: ik schrok van wat ik zag. Grote paarden in kleine stallen, die dagelijks de route afleggen van die stal naar de bak en terug. En soms naar de stapmolen. Op zondag hebben ze ‘vrij’, wat betekent dat er niet wordt getraind. Ze glimmen als een spiegel, ze krijgen geplette haver, iets waar wij ongeveer net na de Middeleeuwen mee zijn gestopt (ik chargeer, maar dat komt omdat ik me er zo over verbaas dat iedere vorm van wetenschappelijk bewezen voortgeschreden inzicht hier leek te ontbreken). Ze zullen het ongetwijfeld krijgen, anders gaan ze dood, maar ik zag in geen één stal een paard kauwen op ruwvoer. Voor het werk gaan ze vol in de bandages. Op sommige stallen staat een waarschuwing dat je het paard in kwestie voorzichtig moet benaderen.

Geestdodend

Eén ruiter heeft zo’n zes paarden te rijden, van jong tot ervaren. Het zijn lichte Franse mannetjes (er zijn ook vrouwen, maar die zag ik niet in actie) die echt heel netjes zitten. Ze trainden op trens en dat gebeurde in alle rust. Geen geruk of gepluk. Rijden kunnen ze wel. Maar de geestdodendheid droop er vanaf, ik zag alleen doffe ogen. Ik werd er zo verdrietig van. Ik voelde alleen maar hulpeloosheid en hopeloosheid. Légèreté is een leuk streven, maar zonder sprankeling is dat voor mij niets waard. En waar ik ook altijd wat moeite mee heb is het afgeven op andere, in dit geval ook klassieke opleidingen. Wenen en Portugal, dat was allemaal niks.

Verbijsterend goed

Een illusie armer gingen we door naar Le Puy du Fou. Een enorm themapark waarbij in grote shows ook met veel dieren wordt gewerkt. Ik had me er enigszins op ingesteld dat ik daar misschien iets van zou vinden, maar dat pakte totaal anders uit. Ja, er kwam van alles voorbij, van Hooglanders tot varkentjes, damherten tot dromedarissen, fretten, honden, allerlei soorten vogels en heel veel paarden. Maar wat daar juist opviel was de vrijheid, het spel, het plezier dat ze uitstraalden. Van een rondje hollen, elkaar achterna zitten of achter een bak voer aan rennen krijgt een beest niks, als hij daarna weer lekker de wei in mag. De shows, de technische hoogstandjes, ik kan het niet beschrijven, zo ongelooflijk indrukwekkend. Zoek maar even op YouTube, al zag ik dat de grootsheid die je in het echt ervaart niet helemaal overkomt. Le bal des oiseaux fantomes is een spektakel met los rondvliegende vogels, waarbij de uilen, arenden, ooievaars, lepelaars en gieren bijna in je nek landen. Bij het einde vliegt er een deltawing over met daarachter ganzen… Voor wie geen Frans verstaat is er een app met een simultaan vertaling, die uitstekend werkt. Er zijn openluchtmuseum-achtige dorpjes met als thema Middeleeuwen of Vikingen of jaren dertig. Ook zijn er een soort doorlopende voorstellingen, met een combinatie van bewegende poppen en acteurs, van zo’n hoog kwaliteitsniveau dat je er verbijsterd uitkomt. We waren er twee dagen en hebben nog niet alles gezien. Echt, een ervaring om nooit te vergeten.

Vakantie levert me stress op

Daarna hadden we nog een paar dagen en een route uitgestippeld, maar het weer sloeg om. Regen, regen, regen. Ik ben er niet trots op en ik deed echt mijn best om er het beste van te maken, maar ik werd er zo niet blij van. Reizen is aan mij niet besteed. De onzekerheid waar we gaan slapen, eten, motor veilig parkeren zodat hij er de volgende ochtend nog intact staat, is voor sommigen avontuurlijk, maar levert mij stress op.

Om het verhaal niet al te lang te maken: ik ben weer thuis. Waar alles prima is verlopen. Het been van DD is wat dunner, maar de zwelling is nog niet weg. Ik zie alleen niets aan hem qua beweging. Meteen na thuiskomst kon ik het uiteraard niet laten en ben ik even met hem gaan stappen aan de hand. Nou ja, heb ik een briesende, dansende vlieger uitgelaten aan een touwtje. Passage-piaffe met vuurspuwende ogen, waar ze in Saumur een hartaanval van hadden gekregen. De dag erna er toch maar opgeklommen voor het stapwerk en…geen vuiltje aan de lucht. Zo braaf als een manegepaard.

Voor bagage heb je op een motor niet veel plek. Het is verbijsterend hoeveel wasgoed het je evengoed oplevert. Qua inspiratie ben ik niet veel opgeschoten. Ik heb komende week wel twee gesprekken waar wat leuks uit kan komen. Maar ik ben toch al zielsgelukkig, want ik zit weer met mijn kont in een zadel. Van een paard, welteverstaan!

Even niet

Ik ben er niet.

Zoek maar even op: le Puy du Fou.

En daarvoor le Cadre Noir in Saumur.

Daar moeten jullie het deze week even mee doen. Als alles goed gaat -en ik als anti-reiziger en professioneel piekeraar ben daar vooraf nooit zo van overtuigd- horen jullie volgende week meer.

Als je doet wat je deed….

Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. Daar sta ik achter, soms moet je eens iets uitproberen. Maar een ander deel van mij is erg van de comfortzone, dus dat botst wel in mijn hoofd. Ik heb daarnaast ook zo mijn principes. Ik hakte echter de knoop door voor een uitprobeersel. Het beviel me echter zo slecht, dat ik me er dagen rot over heb gevoeld.

Ik had een lang gesprek met iemand uit de klassieke trainershoek. Iemand waar ik veel respect voor heb. Ik vertelde openhartig waar ik met DD tegenaan loop. We zitten een beetje op een dood spoor. Het gaat op zich niet verkeerd, maar de galop is gewoon niet goed genoeg. In verzameling en dus in de galopoefeningen is het lastig om voldoende impuls te houden. Hij weet alles, kent alles, snapt de hulpen. Maar dat enorme grote, klassieke lijf met die lange, tamelijke rechte achterbenen heeft het er moeilijk mee. Ik probeer voortdurend al mijn kennis op hem uit. Alle Spaanse rijschool en Saumur oefeningen die ik heb geleerd van John Lassetter in Engeland. Alle basiskennis van mevrouw Barrau. Alle Portugese en Franse invloeden van Valença en Pignon. Maar het valt gewoon niet mee. Of, zoals Frédèric Pignon zou zeggen: ik heb niet genoeg geduld.

Toch eens proberen…?

Goed, die trainer hoorde mijn geweeklaag aan en vroeg naar de optoming. Gewoon, een simpel dubbel gebroken trensje. Daar loopt hij keurig op. Voor zo’n enorm paard is hij netjes licht en zacht in de mond. Ik ben ook zelf eerder te los dan te strak. Ze suggereerde dat het misschien een goed idee is om een stang en trens te proberen. Ik stond niet meteen in de aanslag. Eigenlijk vind ik dat namelijk onzin. Meer ijzer aan de voorkant geeft in mijn logica eerder meer rem achter. Maar ze had goede argumenten uit de klassieke leer. En ze betoogde dat DD met zijn reusachtige bouw er wel de ruimte voor heeft, in tegenstelling tot de tegenwoordige KWPNers met hun ieniemienie hoofdjes. Kortom, waarom probeerde ik het niet?

Het leek wel een schriktraining-parcours

Ik heb een paar weken om de brij heen gedraaid. Het was sowieso nog even puzzelen met de gaatjestang, om alles op de juiste maat te krijgen. Maar op een dag kreeg mijn impulsievere ik de overhand en besloot ik het te proberen. Het kon er immers ook weer uit. Weet je wat, ik neem het mee naar de rijvereniging. Lekker rustig in de binnenbak.

Helaas was ik even vergeten dat daar onlangs een nieuw dak op is geplaatst. De stalgang lag nog vol bouwmateriaal, de ramen van de kantine waren afgeplakt, terwijl er daarachter wel schimmen en geluiden waren en op de tractor in een zijvak lag een zeil dat bewoog als je langsreed en een acculader die zoemde en knipperde…

In mijn toptijd reed ik regelmatig met stang en trens omdat dat nou eenmaal verplicht was op dat niveau. Dus het gevoel van twee teugels is niet nieuw. Ik ben erg van de doorhangende stangteugel, dus dat deed ik nu ook. Maar alleen al het gewicht van het hele spul verbaasde DD. Hij deed absoluut niet vervelend of raar. Maar hij snapte het gewoon niet. Dus deed hij het enige dat hij kon verzinnen: voluit leunen.

Hij veranderde niet in Totilas

Wat doe je als een paard compleet op je handen gaat hangen? Niet trekken, maar proberen de achterhand te activeren met overgangen. Ja, koekoek, dan moet er wel een vorm van reactie op de ‘ho’ zijn. Die was er niet. Niet dat hij ging rennen hoor. Maar dat mooie subtiele terugkomen op een gedachte, zoals ik in mijn hoofd had, was ver te zoeken. Voeg daar ook nog lekker wat spanning van de schrikeffecten in de omgeving bij en je snapt ongeveer wat voor ritje ik had.

De slimmeren onder ons waren natuurlijk halverwege afgestapt om de gewone trens er weer in te hangen. De slomere -zoals ik- reden gewoon door, in de hoop dat hij op miraculeuze wijze ineens het licht zou zien en als een veertje verder zou dansen. Dream on. En dan is een paard van zijn afmetingen echt een heel groot en sterk beest.

Ik schaamde me dood

‘Hij moet eraan wennen, blijf volhouden’, was het advies dat ik kreeg. Nou echt niet. Als hij op zijn trens superlicht is, dan ga ik toch niet nog een keer zo’n gewichthefsessie met hem doen? Ik schaamde me diep en voelde me zó gemeen. Ik heb hem duizend keer mijn excuses aangeboden, met nederig gebogen hoofd klontjes gegeven en met tranen in mijn ogen beloofd nooit meer zo stom te doen. Ik geloof dat hij me heeft vergeven, want de dag erna was hij weer zijn vertrouwde fijne zelf qua aanleuning. Pfew. En een paar dagen later reed ik met een stalgenootje een rondje buiten in een vliegende storm, waarbij we wandelaars met paraplu’s tegenkwamen. Dat zorgde eerder voor kortsluiting in zijn hoofd, waarna ik een week met zo’n ding door de wei heb gelopen. Hij keek nog wel als een hert in de koplampen, maar liep er toch op zijn teentjes langs. Ik was zo trots op hem.

Dan maar geen pirouettes voor een 10.