Jij bent stom, dus je paard ook….

Ik ben nogal rechtlijnig en er zijn mensen die mij streng vinden. Boos word ik eigenlijk maar zelden. Er is echter één ding waarvan ik compleet door het lint kan gaan: onrechtvaardigheid tegen dieren. En ik heb ook een broertje dood aan achterbaksheid.

Doordat ik nog wel eens clinics geef her en der, kom ik bij verschillende stallen. Onlangs was ik ergens waar meerdere uitlooppaddocks waren. De paarden die daarin stonden hadden een hooinet en een bak met water. Behalve eentje. Die had geen ruwvoer en de waterbak was leeg. Hij stond dus ook zielig te schrapen en liep heen en weer. Ik vroeg wat er aan de hand was dat hij niet had wat de anderen wel hadden. Kan natuurlijk zijn dat daar een medische reden voor is. Maar nee, de dames van stal hadden een hele andere verklaring. Ze verzorgden de paarden gezamenlijk, verdeeld over beurten volgens een rooster. Dat gebeurt op meer plekken en is op zich een uitstekend systeem. Alleen vonden de dames dat de eigenaresse van het zielige paard niet dezelfde hoeveelheid moeite deed als zij. Ze vulde niet alle hooinetten goed bij en sloeg de verste waterbakken over omdat ze lui was – ik citeer hier. Dus in plaats van haar aanspreken, gaven ze haar een koekje van eigen deeg. Lekker puh. Dat zou haar leren.

Zie je hem dan niet voor wat hij is?

Op zo’n moment moet ik altijd even tot tien tellen. En het werd nog erger. Want toen ik op een kalme manier probeerde uit te leggen dat ze daarmee niet de eigenaresse in kwestie te pakken hadden -die er namelijk het grootste deel van de dag niet was en dus niet eens zág wat ze hadden gedaan- maar het páárd, dat er niets aan kan doen, werden de schouders opgehaald. Het meisje was stom, dus het paard ook. Ze konden hem niet meer zien voor wat hij was: een paard, een dier dat van ons afhankelijk is, die er niet voor heeft gekozen om een bepaalde baas te hebben. Ik heb geprobeerd om ze te laten kijken naar het paard, echt kijken, dus laten definiëren wat er zo stom aan hem was. Een paar dames reageerden schuldbewust.

Lafaards

Op mijn verzoek om de eigenaresse aan te spreken op haar volgens hen lakse gedrag in plaats van het paard te straffen, werd schoorvoetend gereageerd. Ik denk werkelijk dat het niet is gebeurd. Iemand ergens op aanspreken is tegenwoordig te eng. Er wordt hooguit geappt. En dat moet je nou juist nooit doen, want dat geeft hele nare ruzies. We hebben niet veel regels hier op stal, maar appen mag alleen over dienstmededelingen. Als je iets dwars zit stap je op iemand af. Als je dat niet durft kom je bij mij en gaan we het samen oplossen met de persoon in kwestie. Natuurlijk is dat soms lastig. Maar kom op zeg, het gaat om iets wat je belangrijk vindt, namelijk de verzorging van paarden.

Roze pingpongballen

Ik heb zelf enkele paarden in pension staan. Als we hier onderling iets afspreken over de verzorging, dan wordt dat nagekomen. Ongeacht wat je er zelf van vindt of bij denkt. Heb je ergens grote problemen mee, dan bespreek je dat met de eigenaar, maar je gaat er niet zelf een invulling aan geven. Ook al wil die dat een paard roze pingpongballen in zijn voerbak krijgt, dan doe je dat. Ik vind daar misschien wel wat van, maar ik heb het afgesproken dus het gebeurt. Heb je ergens vragen over, dan bel je de eigenaar. Ik heb zelf de nodige pensionstallen meegemaakt in mijn leven en heb er een bloedhekel aan als ik iets heb bepaald voor mijn paard, wat niet wordt nagekomen omdat iemand er andere ideeën op na houdt.

Achterbaksheid

Ook in dat verband maakte ik een keer mee hoe iemand op een stal wachtte tot de eigenaar van een paard weg was, om vervolgens een hoeveelheid ruwvoer weg te halen omdat zij vond dat hij teveel kreeg. Ik heb zelfs eens gezien dat een paard een andere hoeveelheid van een voorgeschreven medicijn kreeg omdat de persoon die het gaf -uiteraard zonder enige medische achtergrond- had bedacht dat dat beter was. Ik krijg daar echt vlekken van. Als je iets vindt kan je daarover praten, maar je gaat niet achter iemands rug om zoiets doen. Wachten tot de baas weg is vind ik een achterbakse karakterfout.

Denk je dat ik overdrijf? Kijk eens goed om je heen. Dit komt zoveel vaker voor, maar je hoort er bijna nooit iets over. Het wordt tijd om dit taboe te doorbreken. Want paarden zijn van ons afhankelijk en kunnen er niets aan doen wie hun baasje is. Dát moet je altijd in je achterhoofd houden.

Als de kat van huis is…

We hebben een nieuw paard op stal. Eén van de pensionklanten is verhuisd naar een andere plek. In goede harmonie hoor, kwam gewoon qua afstand tot een binnenmanege beter uit voor haar. Maar bij een kleine groep zoals die van ons, heeft zo’n wisseling wel impact. Vooral op mij, want ik hecht me nogal aan onze bewoners.

De merrie die vertrok was DD’s hartsvriendin. Ze stonden de hele dag tegen elkaar aangeplakt. Omdat ze allemaal om de beurt wel eens een tijdje weggaan om te rijden, was het vertrek op zich geen drama. Ze kwam alleen niet meer terug. Hoe dat in een paardenhoofd werkt is natuurlijk voor niemand duidelijk. Mist hij iets? Hij had nog twee merries (en Socrates) om zich over te bekommeren. En, zoals altijd in een groep, schuift een ander vanzelf door. Ik zie hem dus nu met Haya gezellig in een waterplas stampen. Je kunt er geen enkele voorspelling over doen. Ik had verwacht dat de vrij dominante jonge merrie naar voren zou stappen als zijn nieuwe favoriet, maar dat lijkt er tot nu toe nog niet op.

Zumba les tussen de paardenpoep

Het nieuwe paard is een ruin. Zelfde leeftijd als DD, gemakkelijk en sociaal in de omgang. Bij ons gaan nieuwe bewoners altijd eerst een paar dagen apart in de paddock. Dan kunnen ze langzaam aan elkaar wennen en kan de nieuweling worden ontwormd. Wij laten de mest een paar keer per jaar controleren en maken, in overleg met onze dierenarts, daarop een ontwormingsplan. In combinatie met stringent mestruimen, wat in deze natte tijd van het jaar geen pretje is, proberen we daarmee de parasietendruk zo laag mogelijk te houden. Ik ben overigens gezwicht voor de aanschaf van zo’n mestboy-ding, nadat ik weer eens met een te volle kruiwagen vast stond in de prut. Ik kan nu de kruiwagen op een hoger, droger stukje laten en heen en weer lopen. Het is nog steeds een klusje waar geen zumba-les aan kan tippen qua kracht- en conditie opbouw. Maar het wordt net iets minder hachelijk.

Laat ze het zelf uitzoeken

Na die paar dagen gaat de nieuweling in de groep. Ze hebben ruim een hectare en er is nog gras, dus hij gaat er zo tussen. Dat gaat ergens komende week gebeuren. Meestal is het niet erg spannend. Ja, voor de eigenaren. Maar de paarden zijn vaak alleen geïnteresseerd in eten. Soms wordt er even gerend en sneuvelt er een ijzer. Daar moet je je als mens niet teveel in mengen. Wij spreken hun taal niet. Ze moeten het zelf regelen, hoe minder je je daarmee bemoeit, hoe eerder er weer harmonie in de groep komt. Je kunt ook niet voorspellen hoe lang zoiets duurt. Voorlopig staat hij in de paddock en staan er zo dicht mogelijk bij in de wei vier hun nek uit te rekken. Hij staat tussen de merries op stal. Eentje legt het voorzichtig met hem aan, de ander speelt ‘hard to get’. Hoe braaf ook, het geeft altijd enige onrust. Die gaat vanzelf over, ook bij mij.

Het grote oppas-dilemma

We waren nog maar nauwelijks in het nieuwe jaar belandt, of het vakantie- en uitjesdilemma dook alweer op. Het feit dat ik me omring met beesten, waarvan er eentje door zijn ouderdom momenteel bijzonder hulpbehoevend is, maakt het lastig. Ik ben geen vakantieliefhebber, maar af en toe een dagje (of een weekje) weg wil zelfs ik graag. Het vergt enorm veel geregel, waardoor ik al moeilijk begin te kijken bij het idee alleen al. Wat niet betekent dat ik niet wil. Of dat ik dat niet ga proberen te regelen. Of dat ik er vervolgens niet van geniet àls ik het heb geregeld…

Als ik vroeg genoeg opsta kan ik morgen de paarden doen voor we weggaan. De stalgenoten zijn bereid om te helpen, maar zitten soms met werkroosters. Dus wordt voor het binnenhalen de nieuwkomer ‘in het diepe’ gegooid. Maar ze krijgt daarbij de beste hulp die er is: mijn buurmeisje. Ik vind haar nog net iets te jong om het alleen te doen, maar samen gaan ze dat redden. Mijn buurmeisje weet namelijk precies waar alles ligt, hoe alles moet en vooral kent ze de paarden zo goed, dat ik meteen een appje krijg als ze vanuit huis iets afwijkends ziet. Zo’n buurmeisje wens je iedereen toe. De honden zijn er ook blij mee, want die zijn dol op haar. Nu maar hopen dat het hele spul zich een beetje gedraagt. Want je weet het: als de kat van huis is… (ik ben diezelfde avond alweer thuis hoor).

Het schoolbord en de appgroep

Als je met meerdere mensen iets doet, werken, sporten of andere leuke dingen, dan is er al snel behoefte aan onderlinge afstemming. Een groot deel van mijn leven was ik voor mijn paarden aangewezen op pensionstallen. Voor mededelingen van huishoudelijke aard was daar meestal een schoolbord. Wie er wanneer niet was en of iemand een schabrak, singel, borstel (vul maar in) had gezien.

Hoe groter de groep, hoe eerder de toon veranderde van vragend naar scherp. ‘Waar is mijn … ‘ werd meestal al snel  ‘wie heeft er aan mijn … gezeten’ en ‘alweer de troep niet opgeruimd’. Voor mensgerichte types zoals ik, is dat genoeg om de rest van de dag met een steen in mijn maag rond te lopen. Zelfs als ik zeker wist dat ik absoluut niet aan je … had gezeten en keurig alles had achtergelaten. Ik ben nou eenmaal in sommige opzichten een zachtgekookt ei. Hoe feller de berichtgeving, hoe meer ik de neiging kreeg om uit de buurt te blijven. Ik beken eerlijk dat ik wel eens ben doorgereden, als ik aan de geparkeerde auto’s zag wie er op stal was. Wat toch best bizar is als je bedenkt dat paardrijden mijn passie is en ik dus het liefste bij mijn paard wil zijn. Maar wel iets om over na te denken, als je weer eens in een onbezonnen moment je frustratie op een bord wil kalken.

Concentratie van een goudvis

Ik heb al weer aardig wat jaren een eigen stal. We hebben ook een schoolbord, of eigenlijk een schoolborddeur bij de zadelkamer. Maar daarnaast is er een nieuw fenomeen bijgekomen: de appgroep. Reuze praktisch voor lesafspraken, gezamenlijke buitenritten met de buurt en ja, ook voor vergaderingen of andere werkgerelateerde zaken.

Op stal heb ik een duidelijke afspraak met de meiden. Het bord en de app is alleen voor mededelingen. Als je er niet bent, schrijf je dat op en kan iedereen invullen wie wie vervangt. Dat bord is voor mij reuze handig, want ik ben geen 18 meer en af en toe gezegend met de concentratiespan van een goudvis. Dus dan is het prettig als je langs de zadelkamer loopt en ziet dat je nog een stal moet uitmesten. Maar ik wil beslist niet dat er irritaties of frustraties op komen. Als je er een gezicht bij ziet en een toonhoogte hoort, voorkomt dat veel ellende. De scherpte die je soms in een geschreven zin meent te zien, kan er door intonatie volledig uit gaan. Bovendien denk ik dat de meeste mensen face to face iets voorzichtiger zijn in hun uitlatingen, maar dat terzijde.

Kort door de bocht

Ik maak ook deel uit van niet-paardgerelateerde appgroepen. Afgelopen week was het weer eens zo ver. Iemand gooide zijn frustraties er even uit. Maar het betrof iets dat slechts één persoon in de groep aanging. En wat betreft de oorzaak kon je concluderen dat die geïrriteerde apper zelf niet duidelijk genoeg was geweest. Nogal kort door de bocht dus. Je kan het al raden, vervolgens ging de hele groep los. Voornamelijk met niet zinvolle opmerkingen als ‘dat vind ik ook’ of ‘dat vind ik niet’. Ik werd knettergek van mijn eigen telefoon en zette van ellende het groepsgeluidje uit, waarna ik vervolgens een appje miste dat wèl relevant was.

Verstoppen achter een schermpje?

Taal heeft zo zijn beperkingen en geschreven taal heeft dat nog meer. Dat merk ik dagelijks aan de soms bijzondere uitleg die mensen geven, die mijn stukken (niet goed) hebben gelezen. Waaruit je kan opmaken dat ik ze niet goed genoeg heb geschreven, maar dat is lang niet altijd het geval. Iedereen geeft overal zijn eigen interpretatie aan, een eigen waarheid. Dat is uiteraard prima, ik doe dat ook. Lastiger vind ik dat sommigen zich achter een toetsenbord of schermpje, ver van de betrokkenen, sneller geneigd voelen om een mening de wereld in te gooien, zonder enige reflectie of nader onderzoek. Wacht eerst even tot je alle kanten van een verhaal hebt gehoord. Of, als er iets niet goed is gegaan of iets bevalt je niet, spreek de persoon die het betreft er even persoonlijk op aan. Volgens mij voorkomt dat veel stress. Onze voormalige dichter-des-vaderlands René Gude zei het al: het leven is al genoeg gedoe, laten we een beetje mild zijn voor elkaar.