Eén ding tegelijk

Ik heb veel vaste lessers, maar zo af en toe komt er een nieuwe bij. Wat voor niveau ook, ik begin vanaf nul. Je weet wel, die basis die zo belangrijk is. Laatst las ik een uitleg wat dat dan precies is, die basis. Na regel twee was ik het plaatje al zoek.

Het probleem waar ik -en dan denk ik met mij velen- tegenaan loop bij zo’n uitleg, is dat het teveel is. En dat is ook de vraag die ik vaak krijg. Ruiters willen dat hun paard beter aan de hulpen komt, meer rechtgericht is, hun zit moet soepeler, hij moet aan de teugel…ze hebben een hele waslijst van zaken die ze willen verbeteren. Begrijp me goed, het is super als je er zo in staat. Je willen verbeteren en daarbij aan jezelf werken, dat is de manier. Alleen lukt dat nooit als je alles tegelijk wilt aanpakken. Dat is het frustrerende. Eén ding tegelijk betekent veel geduld hebben. Het ziet er niet meteen uit alsof je Grand Prix bent.

Hij doet wat jij hem laat doen

Stel, je begint bij het begin. Dat is voor mij het checken van de ho en de go. Stopt jouw paard als je daar de hulp voor geeft en gaat ie meteen naar voren als je dat vraagt? Hier zit vaak al heel veel in. Paarden die wel stoppen, maar pas twee (of vijf) passen later dan wat je eigenlijk in je hoofd had. Dat is niet okay. Geen kwestie van je hulpen harder geven, maar goed uitleggen wat je bedoelt en ook navolgen of je dat antwoord correct krijgt. Consequenter zijn dus. Niet van: ik wou een overgang terug en al kwam die niet bij A, ik zit nu bij F en ik ben een gang lager, dus dat is wel prima. NEE, niet prima. Je zegt dus eigenlijk: zie maar wat je met mijn hulp doet. Ik geef ‘m wel, maar ik meen het niet echt. De momenten dat je het ineens wél echt wil, doet je paard ook die stappen extra die hij altijd mag doen van jou. En dan vind je het ineens heel vervelend.

Hij moet het snappen, jij moet het menen

Het is geen kwestie van harder zijn. Juist niet. Je hulpen moeten zo licht en onzichtbaar mogelijk zijn. Maar je paard moet weten wat je bedoelt en dat je het meent. De hulp voor naar voren werkt net zo. Als je die uit gewoonte de hele tijd geeft, zonder reactie van je paard, welke van de 35 betekent dan wel dat ie moet gaan…? Dus één aanraking is ‘go’. Dat moet een kleine zachte hulp zijn en niet een soort Miss Piggy karatetrap, omdat je er van uit gaat dat hij toch niet gaat luisteren. Je moet hem leren dat die kleine hulp iets betekent. Gaat ie niet, dan geef je meteen een tweede. Nog niks? Zorg dat je duidelijk bent en vlieg voor mijn part in rengalop naar voren (zonder van schrik vervolgens aan je teugels te gaan hangen). Terugnemen en opnieuw proberen. En vooral tussendoor dus niet per ongeluk steeds die hulpen geven zonder reactie te verlangen.

Afleiding en dan van het padje af

Als je dit nog niet goed onder de knie hebt, heeft het weinig zin om aan buiging of houding te werken. Toch is dat wel het gevaar. Als een paard bij deze overgangen heel scheef gaat of zijn hoofd in de lucht steekt, is de verleiding levensgroot om daar ook iets mee te gaan doen. Met de grote kans dat waar je mee bezig was ondersneeuwt in iets anders. Wat dan toch niet goed is op te lossen, omdat je je paard niet hebt geleerd dat jouw hulpen echt iets betekenen.

Werk aan één ding

Er zit nog een risico in alles tegelijk willen doen, maar daardoor niet echt bevestigen. Daarover de volgende keer meer. Nu eerst de tip om aan één ding tegelijk te werken en zorgen dat dat echt goed en vanzelfsprekend wordt. Dat het er niet meteen uitziet alsof je naar de Olympische Spelen kan, moet je voor lief nemen. Besef dat paardrijden een lang traject is. Focus op iets dat je wilt verbeteren en wees blij als dat lukt, hoe lang het ook duurt.

Paardrijden elitesport

Wordt paardrijden (weer) een elitesport. Dat was de kernvraag waarop in een overigens goed onderbouwd betoog dat ik onlangs las antwoord werd gezocht. Het was een waarschuwing voor ontwikkelingen die in het buitenland al volop gaande zijn.

De prijzen stijgen voor iedereen de pan uit. Als pensionstalhouder of manege eigenaar kan je niet anders dan doorberekenen als je zelf niet failliet wil gaan. Dat maakt het houden van een paard of het rijden bij een manege steeds duurder en daarmee minder bereikbaar. Er zijn voorbeelden uit het buitenland, waarbij deelname aan wedstrijden ook steeds duurder wordt. Het startgeld gaat omhoog en er worden allerhande toeslagen opgelegd. Vaak niet om winst te maken, maar om gewoon uit de kosten te komen. Nou is dat hier nog niet het geval, toch zie ik wedstrijdorganisaties worstelen om de zaken rond te krijgen. Neem het aantal vrijwilligers dat er nodig is. Je moet wat over hebben voor je club en je sport. Dat is wat er aan alle kanten wordt gezegd. Maar in de huidige tijd wordt dat op allerlei plekken van je verwacht. Heb je kinderen die verschillende sporten doen, dan hol je van de manege naar het voetbalveld. Heb je nog ouders of gammele buren, dan ben je daarnaast ook nog mantelzorger, omdat de reguliere zorg piept en kraakt qua bezetting. Je hebt op tal van plekken al ‘verplichte’ vrijwilligerstaken die qua uren best oplopen. Vaak met een afkoopsom, wat meer voelt als dreiging dan aanmoediging.

Misschien mogen we wel niet meer….

Is de hoeveelheid vrijwilligerswerk dan zo toegenomen? Op sommige plekken wel ja. Er zijn steeds meer regels voor hoeveelheid bemensing. Ik denk alleen maar aan de verplicht ingestelde toezichthouder bij dressuurwedstrijden. Dit is geen oordeel hoor, ze zijn helaas nodig. Al vind ik er wel wat van dat we deze taak als juryleden ongevraagd in onze schoenen kregen geschoven, maar dat terzijde. We liggen onder een vergrootglas en zonder dit rijden we over een paar jaar misschien helemaal niet meer. Er zijn namelijk altijd mensen waarbij het ego de overhand neemt als ze het idee hebben dat ze zich moeten bewijzen. Daar werd ik fijntjes op gewezen door een goede vriendin, die genoeg inzicht in de paardenwereld heeft om te kunnen constateren dat er op basiswedstrijden nog altijd mensen rondrijden die eigenlijk naar huis moeten worden gestuurd, maar de week erna elders gewoon weer een winstpunt halen. Zij vond dat welzijn nog steeds vooral met de mond werd beleden en als ik eerlijk ben moet ik haar daarin gelijk geven. Is het niet op wedstrijden, dan wordt er thuis nog genoeg afgemarteld met slofteugels of recreatiepaarden die na weken stilstand ineens een rit van een paar uur moeten maken.

Geen geschikte paarden meer

Hoge prijzen en minder afnemers betekent ook minder paarden. Je krabt je als fokker wel drie keer achter je oren momenteel. De paarden die er zijn worden daardoor ook nog eens duurder. Waag je je eraan, dan wil je dat geweldige veulen, wat misschien niet het iets minder talentvolle maar wel door ook de wat mindere goden makkelijk na te rijden paard is. Maar ja, waar moeten we het dan op leren straks? Want maneges worden nu al geconfronteerd met torenhoge verzekeringspremies en claims als er iemand af ligt. Het is een spiraal en niet de goede kant op.

Droom lekker verder

Veel zaken zijn een golfbeweging. Misschien gaan we wel weer terug naar hoe het was in mijn beginjaren. Een paar paardjes in een wei bij een boer. Geen fancy stallen met gouden knoppen, geen rijbaan met eb en vloed bodems. Erop klimmen (met toestemming uiteraard) omdat je dat zo graag wou, mits je niet ging lopen zeuren als het mis ging. Zonder aangemeten zadel, zonder hoofdstel. Honderd keer eraf vallen en daardoor leren hoe je erop kon blijven. Hiervoor is het echter wel nodig dat er boeren blijven. Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer het een pleidooi daarvoor is. Willen we paardrijden en paardensport blijven behouden, dan moeten we terug naar de roots. Een leuk idee, maar een utopie. De wereld beweegt vooruit. Ik zie het somber in.

 

 

Uitstervende dinosauriër

Wegens ingewikkeld gedoe rond mijn website is ooit de mogelijkheid om je op mijn blogs te abonneren verdwenen. Inmiddels heb ik iemand gevonden die er veel verstand van heeft en hoera, het kan weer, als je je registreert onderaan de contactpagina van mijn website. Gratis en voor niks. Hoef je niks meer te missen, mocht ik even uit je social media bubbel zijn verdwenen. Ik heb gepolst of er uitgevers trek in hadden om een bundel uit te geven. Maar aangezien niemand meer een boek leest en dus ook niet koopt, gaat dat ‘m niet worden. Je moet het hiermee doen.

Als schrijver voel ik me een uitstervende dinosauriër. Het moet allemaal kort, snel, pakkend. Doet dat je ergens aan denken? De manier waarop we tegenwoordig omgaan met het opleiden van paarden en paardrijden in het algemeen? En zo kan ik nog wel een paar paralellen trekken. Het is de tijd waarin we leven. Het heeft geen enkele zin om daar tegenin te gaan. Verspilde energie. Evolutie beweegt vooruit.

Vind je het nog wel leuk….?

Is het daarom nutteloos om mee te gaan in de welzijnshype rond paardrijden? Zeker niet. We moeten misschien wel gaan wennen aan het idee dat de traditionele manier van paardensport bedrijven ten dode is opgeschreven. Dat wil niet zeggen dat we niet op andere wijzen ontzettend kunnen genieten van het samenspel met een paard. En dat is dan toch een soort ‘terug naar de basis’. Misschien geen slecht idee. Want als ik sommige wedstrijdruiters zie, vraag ik me serieus af of ze nog wel doorhebben dat ze ooit zijn begonnen met rijden omdat ze dat zo leuk vonden.

Omgaan met teleurstellingen

Ik kan me niet voorstellen dat je gaat paardrijden alleen voor het lintje en de glorie. Daarvoor is het een veel te ingewikkelde (en kostbare) sport, met veel meer verliezers en teleurstellingen dan in welke andere tak ook. Aan rondgaan in zo’n mooi pakkie gaat een zee van tijd met zweet, modder en tranen vooraf. Succes is niet het wedstrijdresultaat, maar de weg er naartoe. De band die je opbouwt met een paard, de lessen die je leert op die reis en waar je de rest van je hippische leven lol van hebt. Dit besef komt pas vele jaren later, als je ontdekt dat een dag na een overwinning de wekker gewoon weer vroeg gaat omdat je voor de paarden moet zorgen, de stallen nog net zo moeten worden uitgemest en, bij gebrek aan een passende uitdrukking op z’n Engels ‘the sun doesn’t shine out of your ass’.

Is dat wat je zou willen?

Succes kopen is deels mogelijk. Een kant en klaar paard, de duurste trainers en een batterij aan personeel om al het werk te doen. Het komt voor, maar het is niet lang houdbaar. En de lol gaat er ook meestal snel af als blijkt dat het toch lastig is om zonder gedegen basis, met dat zweet en die modder, echt te presteren. Het is gewoon een feit: als je iets wilt, moet je aan de bak. En dat is alleen vol te houden als het je passie is. Maar heb je wel helder wát je echt wilt?

Terug bij af

Geniet je van het samenspel met een paard? De verfijning van jouw kennis, waardoor je ze begrijpt en zij jou? Het is niet verkeerd om er af en toe bij stil te staan of je aan het rijden bent om je stalgenoten te imponeren of te voldoen aan verwachtingen die je denkt dat anderen van je hebben. Ik geef eerlijk toe dat ambitie mij nooit vreemd was. Waar talent of geld tekort schoot, probeerde ik dat met heel hard werken te compenseren. Socrates, met zijn hevige hooikoortsallergie, was de eerste die me terug bij af bracht. Ik had andere verwachtingen van ons carrièrepad toen ik eraan begon, maar ik heb tot zijn einde precies een jaar geleden intens van hem gehouden. Hoe heftig hij ook was, ik heb me nog nooit een moment ongerust gevoeld op zijn rug. Hij had een gouden karakter. En van de week legde ik iemand uit dat de ritjes nu met DD vooral therapeutisch zijn, om ervoor te zorgen dat zijn rug goed blijft. Niet ter verfijningen van de oefeningen uit een ZZproef, wat ik misschien eigenlijk in mijn achterhoofd zou willen. Ik dacht er later aan terug dat het misschien wel meer therapeutisch is voor mij. Want wat wil ik nou ècht? Dat hij geen pijn heeft, elke dag blij in de wei staat en spelend om zijn vriendjes heen danst. Dat ik zijn malle hoge hinnik hoor als hij me ziet. Ik kan nog met hem rijden, we kunnen nog samen over het strand en door de zee. Daar kan geen oranje lintje tegenop.

Het is allemaal hetzelfde

Er was een tijd dat ik me dagelijks met veel genoegen door grote bergen informatie heen vrat. De bibliotheek was mijn tweede thuis. Tegenwoordig hebben we het internet, dus hoef je niet eens meer van huis. Nog steeds houd ik ervan om me grondig in zaken te verdiepen, al vind ik wel dat mijn denkproces is veranderd met de jaren. Het was ooit absorberen, proberen, toepassen, mislukken, opnieuw een beetje anders proberen tot het wel lukte. Of niet en dan ging ik een andere manier zoeken. Er zat minder overdenking en meer ongeduld achter. En meer prestatiedrang. Tja, de jeugd.

Met paarden ben je nooit uitgeleerd. Dat is absoluut waar en ik probeer daar naar te leven. Daarom stort ik me nog steeds graag in lezingen, clinics en trainingen. Sommige dingen heb ik voor mijn gevoel al honderd keer gezien, maar nog steeds word ik soms verrast. Ik verdiep me momenteel weer eens in de methode van Tristan Tucker. Geweldig, omdat hij een rustige, paardvriendelijke aanpak uitdraagt en dat op een bemoedigende manier.

Vergelijk het maar eens

Het zal dus de leeftijd zijn, maar ik neem iets meer de tijd om over zoiets te reflecteren. Wat gebeurt er nu eigenlijk? Wat me opvalt is dat je, als je goed kijkt, ontdekt dat het eigenlijk allemaal een soort van op hetzelfde neerkomt. Parelli, Irwin, Anja Beran, Pignon, Brenderup, het Cadre Noir, de Spaanse rijschooltrainers en zelfs de Portugese rijmeesters waar ik naartoe ben geweest…in de basis kom je uit op hetzelfde.

Rechtuit gaat op instinct

Een paard is een vluchtdier, een prooidier en een kuddedier, waarvoor veiligheid het belangrijkste doel is. Rechtuit lopen gaat vanzelf. Langzaam, hard, dat maakt niet uit. Pootje over opzij of achterwaarts is andere thee. Daarvoor moet een paard nadenken waar z’n benen zitten en hoe hij die gaat wegzetten. Dat vergt brainpower. Als een paard zich ergens druk over maakt of zich gestrest voelt, dan kost dat ook hersencapaciteit. Ga je op zo’n moment aan de slag met iets waarover hij moet nadenken, zoals dat pootje over of achterwaarts, dan moet zijn hoofd twee dingen tegelijk doen. Zijn de hulpen goed bevestigd en vraag je het vriendelijk, dan kiest hij meestal voor het makkelijkste om zijn brein mee bezig te houden en neemt dus de stress voor dat enge af. Maak je de fout om er druk op te zetten en spanning toe te voegen, dan ga je dubbelop verkeerd. Dit is een dun lijntje.

Gaat nooit om halshouding

Al die mensen die het begrepen hebben, hebben er een eigen systeem voor, een naam aan gegeven of laten ons denken dat zij een unieke oplossing hebben. Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik tot de conclusie kom dat ze, op kleine nuances na, allemaal precies hetzelfde doen. Geen waardeoordeel hoor, ik vind iedereen die probeert goed te doen voor paarden geweldig. Ik kwam in Portugal, met al die hengsten en verbaasde me er toen nog over dat we meteen na het opstijgen zijgangen moesten rijden. Pignon en trouwens Carl Hester ook raken niet uitgepraat over het controleren van de schouders. En bij mijn waardevolle leermeester John Lassetter, die zijn opleiding in Wenen en Saumur had genoten, reed ik altijd een vast programma rond pylonen met zijn befaamde zes oefeningen, die niets anders waren dan trainingen voor het paard om zijn voor- en achterbenen zijwaarts weg te zetten. Wat ik overigens wel een opvallend verschil vind tussen al deze mensen en wat je dan misschien moderne dressuur zou kunnen noemen is dat die oudgedienden vrijwel nooit over hals/hoofdcontrole of -houding spreken. Niet nodig, want dat komt vanzelf goed als een paard zijn lijf verder correct gebruikt.

Nooit dwingen of forceren

Het echt tot je door laten dringen van deze principes, van welke trainer dan ook, vergt dat je je ego én je wil om te winnen even aan de kant zet. Want het paard bepaalt het tempo. Ik bedoel niet in snelheid van bewegen, maar van leren. Het gaat er vooral om dat je de hulpen voor die zijgangen -vanaf de grond of vanuit het zadel- op een goede manier bevestigt, zodat hij op momenten van stress weet wat je van hem verwacht en dat dus  gaat doen, zodat de spanning kan wegvloeien.

Te filosofisch, dit verhaal? Wacht maar tot je ouder wordt.

Een tweede kans

Verdienen ruiters die zich hebben misdragen tegenover een paard een tweede kans? Ik moest eraan denken terwijl ik een Engels artikel op social media las over Charlotte Dujardin. Je weet wel, de topamazone waarvan -hoe toevallig- een filmpje werd gelekt vlak voor de Olympische Spelen, waarop is te zien hoe ze een paard van een leerling meerdere malen slaat met een zweep.

Ik heb al eerder iets gepost over dit onderwerp. Er zit zoveel verwerpelijks aan dit verhaal. Ten eerste de mishandeling. Daar is terecht een enorme ophef over ontstaan. Het feit op zich kan niet door de beugel. Ze is daarnaast een belangrijk rolmodel. Paardenmeisjes willen haar zijn en nemen alles wat zij doet als voorbeeld. Juist iemand in haar positie zou paardenwelzijn moeten promoten, zoals haar mentor Carl Hester altijd uitgebreid doet. Ze kreeg een schorsing van een jaar en een hoge geldboete. Maar wat ik ook bijzonder onfris vind, is het toevallige tijdstip van publiceren van deze video. Hoewel de geleerden het er nooit over eens zijn geworden wanneer deze belastende opnamen zijn gemaakt (de advocaat die het naar buiten bracht zei twee jaar eerder, Charlotte zelf zegt vier jaar) heeft er dus iemand jarenlang hiermee rondgelopen zonder iets te melden. Daar vind ik iets van. Kom er dan meteen mee. Als je dat niet doet en zij dat zelf kennelijk niet als verkeerd ziet, dan bestaat de kans dat ze er nog twee of zelfs vier jaar mee is doorgegaan.

Iedereen liet haar vallen als een baksteen

Goed, gedane zaken. Charlotte heeft schuld erkend, is diep door het stof gegaan en absoluut publiekelijk aan de schandpaal genageld. Probeer je even in te leven hoe dit moet zijn geweest voor haar, hoe fout ze ook is geweest. Ik denk dat ze meerdere nachten huilend in haar bedje heeft gelegen. De val was diep en mensen achter een toetsenbord zijn genadeloos. Haar schorsing loopt officieel af op 23 juli. Gaan we haar dan terugzien in de ring? Een deel van de mensen die reageerde op het artikel kon niet wachten. Ze hebben haar vergeven, denken vooral terug aan de harmonische ritten die we van Charlotte hebben gezien. Maar natuurlijk is er een (zeker in Engeland, maar hier ook best grote) groep die-hards, die vinden dat ze nooit meer in de buurt van een paard mag komen. En die roert zich nog steeds, vaak in termen waar de honden geen brood van lusten.

Lading bagger

Iedereen mag vinden wat ie wil. Uiten ook zelfs, in onze gelukkig nog vrije deel van de wereld. Als je je mening baseert op horen zeggen, wat in vrijwel alle gevallen gebeurt, dan past daar enige zorgvuldigheid bij. Het is zo makkelijk om een lading bagger over iemand uit te storten, veilig vanuit je eigen luie stoel. Wat als het over jou zou gaan? Probeer je dat even voor te stellen.

Ik denk dat je als publiek persoon in zo’n positie zeker een tweede kans verdient. Juist dan kan je vertellen hoe je tot inkeer bent gekomen, inziet hoe fout je handelde en hoe je het nu beter doet. Degene die achteraf nog nooit heeft gedacht ‘hm, hier was ik toch niet zo redelijk tegen mijn paard’ liegt volgens mij dat ie barst. We hebben allemaal zo onze missers, ik voel me zeker niet te groot om toe te geven dat ik vaak oliedomme dingen heb gedaan. Voortschrijdend inzicht, opgedane kennis en misschien ook iets meer gelatenheid door de leeftijd helpt mee.

Je moet het zelf voelen

Paardenwelzijn moet van binnen uit komen, zei van de week iemand tegen me. Dat klopt helemaal en datzelfde geldt voor respect en fatsoen. Je kunt tot op zekere hoogte iets afdwingen met sancties, dus dan doen mensen iets niet uit angst voor straf. Maar als je het niet echt tot je neemt en van binnen uit ook echt zo voelt, dan steekt het toch wel weer de kop op, op een onbewaakt en vooral onbespied moment. Wanneer gaat het mis? Onmacht, onvermogen, gebrek aan kennis? Ik denk dat angst ook meespeelt. Het valt me steeds meer op hoeveel mensen er eigenlijk bang zijn voor hun paard. Of om daarop te rijden. Ze willen het toch en zetten daarin door. Maar van angst verstijf je en schiet je in grove motoriek, terwijl je hersens in de vecht-vlucht-bevries-modus gaan. Dat is geen schande en als je zo graag wil rijden is dat geen reden om het niet te doen. Mits je je vooraf wel even heel goed voorneemt dit niet te laten omslaan in boosheid of onredelijk gedrag naar je paard.

Ik vind dat we Charlotte een tweede kans moeten geven. Wat vinden jullie?

Ruzie in de tent

Ho, ho, we zijn nog niet weg hè. Er moet nog heel veel gebeuren voordat we in het vliegtuig stappen. Al komt de datum nu wel prettig in beeld. Er is nog veel waar ik me tot die tijd druk over maak. Zo heb ik uit mijn ooghoek de ruzie tussen de KNHS en de FNRS uit de hand zien lopen. Echt niet goed voor de paardenwereld.

Ruzie, ik heb daar niets mee. Van nature ga ik niet zo lekker op conflicten. Maar soms zijn ze er. En dan moet je daar wat mee, want ervoor weglopen geeft helemaal een onbevredigd gevoel. Bovendien is het niet effectief, want als je het niet oplost komt het altijd terug. Ineens was daar het bericht dat de wegen van de paardensportbond KNHS en de manege-branche organisatie FNRS gingen scheiden. Een hoog oplopende (bobo)ruzie lag daaraan ten grondslag. Maar als ik even speur in de annalen, dan loopt het al jaren niet heel erg lekker tussen die twee.

‘Paardrijden’ is het raakvlak

Paardensport is niet helemaal de juiste noemer voor manegewerk. Het is met elkaar verbonden doordat het allebei met paarden en met rijden te maken heeft. Samenwerking is van de ene kant bekeken logisch, want samen ben je sterker en de buitenwereld ziet de verschillen toch niet. Maar de raakvlakken zijn eigenlijk niet eens zo groot, als je erover nadenkt. Een sportbond en een organisatie voor ondernemers, dat loopt qua belangen niet echt gelijk. De manegeruiters liggen wel wat in de lijn van de paardensporters, maar dan vooral de recreatieve. De topsport heeft een hele andere invalshoek. Feit is dat er een samenwerking was en die is nu over. In een tijd waarop de hele paardenwereld momenteel op een dun lijntje loopt is zo’n knallende ruzie niet erg goed voor het totale imago.

Waar doe je het voor

De manegewereld heeft het zwaar. De kosten rijzen de pan uit, gemeente doen steeds lastiger over regeltjes en ruimtegebruik en gemotiveerd personeel zonder negen-tot-vijf mentaliteit is bijna niet te vinden. Laat staan de paarden die heel blijven en stoïcijns zijn. Klanten hebben hoge verwachtingen en staan bij het minste of geringste met eisen of zelfs claims te zwaaien. Ga er maar aan staan. Ik heb diep respect voor de hardwerkende mensen, die hun uiterste best doen om liefhebbers die willen leren rijden die kans te geven. En daarnaast ook nog proberen om hun pony’s en paarden een goed leven te bieden. Natuurlijk zijn er tal van voorbeelden waar het qua paardenwelzijn niet zo goed is. Er zijn ook steeds meer types die het tegenstaat dat een dier wordt gebruikt om geld mee te verdienen, voor het plezier van de mens. Tja, leren rijden op een stokpaard of uit een boekje werkt helaas niet. Niet iedereen woont zo landelijk dat je kunt oefenen op pony’s die ergens in een wei lopen. Los daarvan spelen maneges een belangrijke rol bij het leggen van een eerste basis over paardenkennis, die nodig is om het welzijn te verbreden én het imago van de paardenwereld te verbeteren.

Relatietherapie

Zo’n ruzie is koren op de molen van de anti’s. Beseffen de betrokkenen dat genoeg? Er is een groep bezorgde manege-eigenaren die probeert de scherven te lijmen. Ze hebben een nuchter verhaal en proberen in mijn ogen best tactisch op te treden. Relatietherapie, zoiets. Maar bij tenminste één van de partijen staan de hakken wel heel diep in het zand.

Voor een doel of voor je ego

Waartoe ben je op aarde? Dat zou de achterliggende gedachte bij alle organisaties moeten zijn. Waarom doe je wat je doet en voor wie? Als ego daarin een rol speelt (‘kijk mij eens even iets goeds voor jullie doen’) dan is dat hét recept voor onenigheid, want dan is er altijd wel iemand die zich beledigd voelt. Voor samenwerkingen geldt dat je je moet afvragen wat je komt halen en wat je komt brengen. Daar moet een gezond evenwicht tussen zijn. Verder is enig incasseringsvermogen en een helicopterview wel een must. Het hogere doel blijven zien en niet strandden in details. En beseffen dat je nooit helemaal krijgt wat je wilt, want dat hoort bij geven en nemen. Het is net een huwelijk. Maar goed, die sneuvelen tegenwoordig ook bij bosjes, dus ik voorzie geen goede afloop.

 

Een frisse nieuwe start lijkt misschien te prefereren boven een doorzeurende gewapende vrede. De tegenstanders van paardensport (ja, die zijn er) wrijven zich in de handen. Ooit wel eens gehoord van ‘verdeel en heers’…? Wie heeft nog vijanden nodig met zulke vrienden?

Smaken verschillen

Het is zeuren, de laatste tijd. Ik zie bij grote dressuurwedstrijden, waarvoor je een paar jaar geleden lang van tevoren kaartjes moest reserveren, af en toe half lege tribunes. Voor de kür zijn mensen nog enigszins te porren, maar ook daarvoor loopt de animo terug. Evenementen worden tegenwoordig alleen massaal bezocht als Britt Dekker haar opwachting maakt. Is de belangstelling voor paardensport in een vrije val?

Ik heb net de jaarlijkse jurybijscholing achter de rug. Altijd een leuk weerzien met collega’s en een hartelijke gastheer. Aan de hand van videofragmenten gingen we aan de slag. We waren behoorlijk eensgezind. Hoe komt het dan toch dat we in de dagelijkse praktijk altijd met juryverschillen te maken zullen hebben en houden? Je kan er duizend bijeenkomsten tegenaan gooien, iedereen heeft nou eenmaal zijn eigen smaak en voorkeuren, die een stempel op de score drukken. Of iets een 7 of een 8 is lijkt een kleinigheid. Maar als je dat over de hele linie doortrekt, maakt het voor de eindscore echt uit. En dat heb je zelfs al bij een halve punt verschil. Bij zo’n bijeenkomst kan je een video eindeloos terugspoelen en daar de argumentatie van de hoofdjury tegenaan houden. De realiteit is dat iedereen zijns weegs gaat en eenmaal alleen in het juryhokje kan doen wat hij of zij wil. Juryverschillen zijn inherent aan onze sport. If you can’t stand the heat, don’t go near the kitchen. En dat is precies wat sommige dressuurruiters tegenwoordig doen.

Doodstille kantine

Ik word best veel gevraagd om te jureren en doe dat met liefde. Dat moet ook wel, want voor het geld en de gezelligheid hoef je het niet te doen. Dat laatste ligt niet aan de organisaties. Die zijn hardwerkend, enthousiast en gastvrij. Het ligt meestal ook niet aan de ruiters. De wedstrijden waar ik recent heb gepunt, blonken uit in paardvriendelijk en correct rijden en ik word daar blij van. Het enige is dat men komt, rijdt, briefje haalt en weer gaat, waardoor het meer regel is dan uitzondering dat ik na afloop alleen nog met een wedstrijdsecretaresse en een ringmeester in een lege, doodstille kantine me af zit te vragen waarom ik tot een half uur na afloop moet nablijven, als er toch niemand meer is. En hoe aardig de secretaresse ook, zo gaat de lol er wel af.

Worstelaars en waterskiërs

Jarenlang was ik een vaste gast bij alle grote wedstrijden. Vaak beroepsmatig, maar ook wel als liefhebber. Vorig jaar heb ik voor het eerst alles aan me voorbij laten gaan. En met mij dus meer mensen. Waarom? Tja, gewetensvraag. Ik kan nog altijd in vervoering raken van een prachtig samenspel tussen mens en paard. Dat is extra mooi op muziek, maar ook zonder dat kan ik kippenvel krijgen van een prachtige proef. Die zijn nog steeds te zien. Je moet echter door een paar worstelaars en waterskiërs heen om de pareltjes te kunnen bewonderen. Was dat vroeger anders? Misschien is mijn herinnering gekleurd of is mijn geduld tanende. En for the record: het gaat me dus niet om de perfecte proef, maar om het perfecte rijden. Onzichtbaar samenspel, zonder geprik of geruk. En wat je in de ring te zien krijgt is dan nog één ding, wat gebeurt er thuis achter de schermen? Dat zal in het verleden echt niet anders zijn geweest, maar toen wist je dat niet. Net zo verkeerd natuurlijk. Nu is er veel meer beeld bij, helaas soms letterlijk en ik kan dat niet helemaal uitpoetsen als ik ergens naar kijk.

Eén cm achter de loodlijn? Kop eraf…

Mijn vaste stek was in veel gevallen de losrijring. Ik zoog op wat ik daar zag. Hoe vaak heb ik daar niet iets ontdekt waar ik later thuis veel plezier van had? Het correct rijden van wendingen en overgangen bijvoorbeeld. En dat hoeken doorrijden niet een automatisme zou moeten zijn, maar een bewust stukje van de training. In Rotterdam heb ik ooit een middag ademloos op de stoffige tribune van de kleine binnenmanege zitten kijken hoe Reiner Klimke gewoon op een trensje zijn Biotop verbeterde in galop, ondertussen mevrouw Barrau naast me met één hand in de houdgreep houdend, anders was ze hem spontaan gaan zoenen, zo mooi was het. Maar er zijn steeds meer plekken waar dat losrijden tegenwoordig achter gesloten deuren gebeurt. En ik snap dat. Je kan zeggen dat de filmpjesmakers mede voor bewaking van het welzijn zorgen en dat als je het netjes doet als ruiter je niets te vrezen hebt. Maar het ontaardt soms ook in een hetze. In naam van welzijn worden mensen kapot gemaakt. En je kan er niets tegenin brengen, want het paard heeft geen stem en moet dus beschermd. Tot je dienst, maar is dit dan de manier waarop je iets oplost? Wat heeft het tot nu toe opgeleverd, behalve dan dat we onder een vergrootglas liggen bij instanties waarvan we weinig goeds te verwachten hebben? Volgens mij hebben steeds meer mensen geen zin in dat negatieve gedoe en keren ze zich af van paardensport.

Britt kan niet overal naartoe

Vooruitgang en evolutie betekent dat er dingen veranderen. Daar zijn wij niet zo goed in. Je kan er lang tegen blijven vechten en krampachtig proberen alles bij het oude te houden. Kost enorm veel energie, vaak veel geld en het is een heilloze weg, want je houdt het toch niet tegen. In meegaan en nieuwe wegen zoeken is productiever. Ik zie de oplossing ook nog niet, dus ik heb geen idee hoe we in de toekomst gaan genieten van het prachtige samenspel tussen mens en paard. Want ik hoop wel dat dát blijft. Maar ik zie wel dat oude tijden niet gaan herleven.

Hoe jaag je vrijwilligers weg

Er is al zoveel over te doen geweest. Hoe vaak hebben we het al niet voorbij zien komen. Te weinig respect voor officials, juryleden die zich beklagen dat ze worden uitgescholden of onbeschoft bejegend. Welnu, ik wil even een heilig huisje omver trappen. Wat denken we van andersom…?

Ik ben zelf official, namelijk dressuurjury. En in die hoedanigheid tegenwoordig ook automatisch toezichthouder. Hoewel lang niet iedereen het altijd met mijn uitslag of beslissingen eens zal zijn geweest, heb ik mezelf nog nooit bedreigd gevoeld. Ik geloof gerust dat anderen dat wel meemaken. Misschien in andere delen van het land meer dan in mijn omgeving. Ik heb die ervaring in ieder geval niet en ik ben toch al -even rekenen- 22 jaar jury. Wat ik echter wél soms zie is de andere kant. En die vind ik minstens zo kwalijk.

Gaat niet om punten

Het gaat mij om het omgekeerde: officials die zich als ware machtswellustelingen gedragen tegenover deelnemers, organisatie, schrijvers of andere vrijwilligers. Ik heb het niet over dressuurjury’s die volgens de deelnemers te lage punten geven. Dat is een hele andere discussie, waarover we nooit uitgepraat raken en waarbij het al dan niet gebruiken van AI nu ineens een nieuwe dimensie toevoegt. Ga ik het nu niet over hebben.

“Weet je wel wie ik ben…”

Het gaat niet alleen over jury’s, maar over alle soorten officials zich door een badge, keycord, hesje of een naamkaartje ineens behoorlijk belangrijk voelen. Voor een evenement zijn ze dat ook, maar daarmee ben je niet boven alles en iedereen verheven. Het feit dat ik dit vaker heb gezien dan dat ik zelf als jury onheus ben bejegend, zegt mij dat het echt geen zeldzaamheid is. Wel denk ik dat het om een klein aantal gaat op een grote groep, die juist op uiterst positieve wijze een bijdrage levert aan onze mooie sport. Hoe iets is bedoeld en overkomt maakt verschil, niet iedere ontactische opmerking heeft te maken met arrogantie of een vals gevoel van superioriteit. Maar we kunnen niet ontkennen dat ze ertussen zitten, de ietwat opgeblazen ego’s.

Groepsgedrag

Vrijwilligers zijn dun gezaagd. Dat geldt in zekere zin ook voor officials. Zeker voor grote evenementen moet je er een paar dagen voor uittrekken om genoeg mensen aan te trekken. Waarschijnlijk hebben verenigingen zelf wel een soort zwarte lijst van officials die ze liever niet willen hebben, door ervaringen uit het verleden. Maar als de spoeling dun is moet je soms wel. Iemand in zo’n functie aanspreken op arrogant gedrag, als bijvoorbeeld de koffiejuffrouw een kattige opmerking krijgt omdat ze niet snel genoeg in de gaten heeft dat het een official betreft die op kosten van de organisatie koffie gratis mag halen of als een verkeersregelaar wordt afgesnauwd omdat die je niet zomaar doorlaat, gebeurt volgens mij niet, of althans niet snel. De kans dat dat als onheuse bejegening wordt omgedraaid is ook niet denkbeeldig. Wat je zou willen, zeker op grotere concoursen waar meerdere officials actief zijn, is dat men elkaar in evenwicht houdt. Helaas heb ik ook al eens meegemaakt dat één iemand een stempel drukte en dergelijk gedrag werd overgenomen onder het mom van ‘oh oh wat is het hier toch allemaal slecht geregeld’. Lekker meehuilen met de wolven.

Zwaar beledigd

Wat maakt dat je door de functie die je hebt meent vrijwilligers, die met de beste bedoelingen bezig zijn, maar soms niet altijd even handig, te moeten afbekken of vermanen alsof ze twaalf zijn? Iedereen doet toch z’n best om van zo’n evenement iets moois te maken? Als dat niet gaat zoals jij denkt dat zou moeten, dan zijn er zoveel manier om dat op een vriendelijke en behulpzame manier aan te kaarten. Ik vind het vrij triest als je ego het nodig heeft om je op te stellen als een generaal die ver boven de troepen is verheven. Mensen die zich belangeloos inzetten voelen zich daardoor beledigd en terecht. Zij doen ook maar hun best. Niemand is bewust bezig met iets fout doen. Het is de snelste manier om toch al zo schaarse vrijwilligers weg te jagen.

Betweterige arrogantie

Alles kan altijd beter. En het kan nooit kwaad om na te gaan hoe. Maar je bent zelf verantwoordelijk voor je eigen gedrag. Denk je na een evenement: ‘wat hebben we met z’n allen genoten van prachtige paardensport’ of denk je ‘goh, ik heb ze toch maar even mooi een lesje geleerd en aangegeven wat er allemaal niet goed was’…? Als je wil dat mensen met je mee gaan, moet je zorgen dat het prettig is om met jou mee te gaan. Dat betekent niet dat je niks kan of mag zeggen. Maar zoals altijd: c’est le ton qui fait la musique. En denk een beetje om de timing. Evalueren is prima, maar achteraf alleen een lange lijst opsommen wat er allemaal niet goed was valt meestal niet zo lekker. Los iets liever meteen op, met een lach en een positieve houding en meld hoe goed dat is gegaan. Wordt je eigen leven ook leuker van.

Dé video en het einde van de paardensport

Is dit dan de nekslag voor de paardensport? De video waarop is te zien dat de door velen op handen gedragen Olympisch kampioene Charlotte Dujardin schijnbaar nonchalant een paard van een leerling meerdere keren met een zweep mept, terwijl het arme dier werkelijk niets verkeerd doet? Ik weet gewoon niet waar ik moet beginnen.

Iemand in mijn timeline merkte op dat als alle hippische deelnemers aan de Spelen onder een vergrootglas worden gelegd, er wel meer van dit soort beelden opduiken. Of tenminste gemaakt hadden kunnen worden. Het doet niets af aan de bewuste video, maar ik denk dat hij helaas gelijk heeft. Ik maak me echt geen illusies wat het ego van de mens betreft. Je kunt het niet aan iemands neus aflezen. Mensen denken iemand te kennen die ze vaak niet eens hebben ontmoet, alleen gezien in de ring of zelfs alleen op filmpjes. En die nu dus zwaar teleurgesteld zijn of zich zelfs ‘verraden voelen’ – ik citeer hier. Welcome to the real world, dit is de mens. Ik heb zelf in mijn jonge jaren ook hele domme dingen gedaan. Dat is op geen enkele manier een vergoelijking. Het mag niet. Het is niet okay. Maar dat besef zou van binnenuit moeten komen, pas dan stopt het.

Ziek van schuldgevoel

Waarom steek je er als ruiter die dit overkomt geen stokje voor dat je liefste vriendje zo wordt behandeld? Omdat je zwaar onder de indruk bent van iemand van dat kaliber. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, zeker als je jong bent. Sterker nog, ik heb het zelf ook eens meegemaakt, bij een training met mijn Davy in Engeland. Dat ging dan niet om slaan, maar om een houding die ik hem moest laten aannemen. Het was maar kort, want ik wilde het niet en werd daar door de overigens Nederlandse trainer in kwestie en public voor verguisd. Toch heb ik me er dagenlang doodziek van de schuldigheid door gevoeld. En dat is het juiste sentiment, je moet het zelf nooit willen.

Strijden met open vizier

Wat het geheel een naar luchtje geeft is de timing en de anonimiteit. Als je het zo goed voor hebt met paardenwelzijn, waarom houd je dit filmpje dan jarenlang achter? De kans dat iemand die kennelijk zo makkelijk een grens over gaat dat blijft doen is groot. Je vindt dat het niet okay is, maar je laat iemand nog een paar jaar zo doorgaan? Voor Charlotte is het klaar. Die kan stoppen. Zeker in Engeland kleeft dit aan je en verlies je alle credits, inclusief sponsordeals. Uiteraard heeft ze dit aan zichzelf te danken, had ze het immers  niet moeten doen. Maar het zou van meer klasse getuigen als de filmer ook openheid van zaken geeft. Nu lijkt het een laffe wraakactie.

Ze weten heus wel hoe

De grote vraag is hoe het nu verder gaat. Gaat de hippische topsport gewoon weer door, enigszins in angst en beven dat er meer van dit soort beelden opduiken? Dan gaat er steeds meer deuren op slot. Iedereen zegt ‘oh, wat erg’, sommigen met enig leedvermaak want weer een concurrent minder en gaat weer over tot de orde van de dag. Doe je iets niet omdat je bang bent voor represailles of omdat je tot in het diepste van je ziel het niet zo wil? Het heeft alles te maken met ego en ook wel met geld. Maar vooral dat eerste, je eigen ik, de status die je denkt te hebben en te verliezen.

Het verhaal van niet beter weten betwijfel ik altijd. Vaak zijn het mensen die heus wél weten hoe het moet, maar na een eerste succes krampachtig op dat niveau willen blijven acteren. Het kost echter vele jaren om een paard correct af te richten en daarbij heel te houden. Het gaat zo snel als het paard aan kan, met één stap naar voren en soms weer drie terug. Dat geduld heb je nog wel als het de eerste keer is. Maar daarna is eraan geproefd en wil je dat wéér. Als instructeur op dat niveau wil je gezien worden als dat uitzonderlijke talent, die tovenaar die dat kan bewerkstelligen. En als simsalabim dan niet werkt…

Olympische  stokpaardenproef

Ik ben weinig hoopvol. Hoeveel filmpjes en voorlichting we er ook tegenaan gooien, er zal altijd iemand ergens achteraf een short cut proberen te vinden. Zo zit de mens nou eenmaal in elkaar. En we zijn genetisch geprogrammeerd voor competitie, dus als paardensport in de ban gaat is de toekomst voor recreatief paardrijden somber. Ze zijn iets te duur en bewerkelijk in het onderhoud. Iedereen moest hard lachen om de eerste beelden van stokpaardendressuur. Wen er maar aan.

Toekomst paardensport in gevaar

Aan het begin van het jaar krijg ik, behalve nare blauwe enveloppen en alle jaarlijkse contributies, het rooster voor vrijwilligerswerk van de club toegestuurd. Als je lid bent van een vereniging, staat daar wat tegenover. Je moet het met elkaar doen. Dat is natuurlijk zo, maar is dit nog wel voor iedereen op te brengen?

Je moet wat over hebben voor je passie. Daar ben ik het absoluut mee eens. En het kan ook leuk zijn om daar dingen voor te doen, vooral als het met je clubgenoten samen is. Alleen heeft het schoonmaken van wc’s en het bakken van patat weinig te maken met paarden. Nou ja, die frikadellen dan misschien nog zijdelings, maar je snapt wat ik bedoel. Dus daar blijmoedig uren aan besteden is, hoe begrijpelijk ook, niet mijn hobby. Ik sprak een moeder met een ponyrijdende dochter en een voetballende zoon. Die moest zich beschikbaar houden voor meerdere kantinediensten bij twee clubs. Bovendien kan je met een pony een kind niet helemaal zonder toezicht op pad sturen (hoewel dat bij mij vanaf mijn zevende wel gebeurde en ik leef nog steeds). Tel daar het heen en weer rijden naar trainingen en wedstrijden bij op en je hebt er een baan bij.

Het is niet eerlijk

Ik vind dat ik op mijn manier best veel doe voor de paardensport. Als ik hier bij grotere evenementen optreed als jury of speaker, dan doe ik dat uiteraard geheel belangeloos, niet een paar uurtjes maar een heel weekend. Bij de kleinere maandelijkse dressuurwedstrijden wil ik lokaal niet jureren. Dan zouden mijn leerlingen niet kunnen starten, want dat mag niet bij de eigen instructeur. Ik weet dat daar elders wel eens gemakkelijk mee wordt omgegaan, maar ik doe het echt niet. Het is gewoon niet okay. Net zomin als ik ruiters wil jureren die ik weliswaar geen les geef, maar in mijn omgeving wel vaak zie rijden. Dat is toch niet leuk? Ik weet veel te goed waar hun probleempjes liggen. Hoe objectief je ook probeert te zijn, je blijft een mens en ik ben niet blind. Laat een ander daar met een frisse onbevooroordeelde blik naar kijken, veel beter. De kans dat ze daar iets van aannemen is tevens groter, want het cliché is waar: vreemde ogen dwingen.

Hier word ik rijk van…

Dat jureren elders telt niet als vrijwilligerswerk, maar het is het natuurlijk eigenlijk wel. We krijgen de wereldschokkende vergoeding van 5,50 per uur. Voor de aanwezigheid hè, zonder de reistijd. Terwijl je er al met al vaak een dag aan kwijt bent. Ik klaag niet hoor. Maar niet iedereen realiseert zich dit. Wat me opvalt -en ik heb het al eerder gesignaleerd- is dat de animo voor dressuurwedstrijden afneemt. Het gebeurde me voor de coronaperiode nooit dat ik werd afgebeld wegens gebrek aan deelnemers. Nu met regelmaat. Of het stormt of het is te glad.

Clubs vallen om

De echt grote rubrieken met dertig combinaties in één klasse die van heinde en ver komen, zie je steeds minder. Het zijn vaker combinatierubrieken, met een paar starts per klasse, liefst nog uit de eigen stal. Proefje, protocol, pleitte. Makkelijk voor de deelnemers, maar niet goed voor de gezelligheid en het niveau. Als je altijd tussen dezelfde combinaties rondrijdt, heb je niets om je aan op te trekken. Het zit in onze natuur, zie je iemand die het veel beter kan, dan willen we dat óók. Hoewel dressuur een individuele sport is, is het sociale aspect wat het leuker én beter maakt. Dat gaat steeds meer verloren. Tel daar de ouders bij op die het niet meer kunnen opbrengen om al die noodzakelijke vrijwillige hulp te bieden en je sportclub gaat ter ziele. Met veel moeite worden de touwtjes qua werkzaamheden nog aan elkaar geknoopt door een paar fanatiekelingen die er altijd voor opdraaien. Bij sommige clubs heb je de bekende, vaak wat oudere, vrijwilligers die alles op zich nemen tot ze niet meer kunnen of wegvallen. Het is geen toekomstbestendige situatie.

Maneges gaan dicht

Is er een oplossing? Ik weet ‘m niet. Het lijken me twee losse onderwerpen, waarover je landelijk zou moeten brainstormen. Misschien kunnen de regio’s het oppakken. Niks doen is geen optie, er verdwijnen steeds meer concoursen en wedstrijden van de agenda’s, clubs lopen leeg. Er stoppen ook veel maneges om allerlei redenen. Een zorgelijke ontwikkeling, waardoor de aanwas van onderaf eveneens afneemt. Met de veranderende belastingregels, het schaarser (en dus duurder) worden van ruwvoer en stro omdat er boeren noodgedwongen stoppen, de belachelijke nieuwe gewoonte om alles en iedereen aan te klagen als er iemand van een paard valt en de daardoor torenhoge verzekeringspremies, de terechte welzijnseisen waardoor traditionele niet meer van deze tijd zijnde huisvestingsplekken moeten worden aangepast, het gebrek aan personeel en áls je dan iemand vindt komt die met een eisenlijst (wil niet vegen) waar je nog niets mee kan, wordt het steeds moeilijker om een paardenbedrijf draaiende te houden.

Benut de natuurlijke aanleg

Wie het weet, mag het zeggen. Ik heb ooit geleerd van top-hockeycoach Marc Lammers dat het minder energie kost om van een 8 een 9 te maken dan van een 5 een 6. In plaats van iedereen in vrijwilligerstaken te dwingen die je niet liggen, is het misschien een idee om te bespreken waar de krachten en talenten liggen en daarmee zoveel mogelijk rekening te houden bij de verdeling van werkzaamheden. Ik houd geheel vrijwillig voor jullie wekelijks vinger aan de pols van de hippische wereld en soms een beetje daarbuiten. Als jullie dat minstens 5,50 per uur waard vinden, klik dan even op de doneerknop hieronder….