Kattenvrouwtje in spagaat

Midden in de nacht werd ik half wakker. Zo’n toestand waarin je zelf niet zo goed weet of je slaapt of niet. Ik voelde iemand aan mijn buik likken. En het drong nog net tot mijn benevelde brein door dat partner gewoon ronkend naast me lag…

We zaten de avond ervoor knus samen onder een dekentje. Boven het geluid van de TV uit hoorden we allebei geknaag ter hoogte van het plafond. Als je in het buitengebied woont, heb je altijd te maken met ongedierte. De kunst is om het binnen de perken te houden. Wij zetten daarvoor de natuur zelf in. Katten dus. Je hebt typische katten- of hondenmensen. Ik ben allebei. Ik vermoed dat ik in een vorig leven zelf een kat ben geweest, want ik kan op wonderbaarlijke wijze met ze communiceren. En volgens partner toon ik regelmatig het bijpassende gedrag, maar dat terzijde. Iedere moeder vindt het van haar eigen kinderen en bij gebrek daaraan vind ik het van onze dieren: wij hebben de leukste katten van de hele wereld. Ze zijn mooi (cypers, net als die Whiskas-kat, misschien komt het daardoor dat ze alleen dat merk in vissmaak willen eten), lief (voor ons, buiten laten ze zich door niemand aaien die ze niet kennen) en het zijn geweldige muizen- en rattenvangers.

Ik mis ze zo…

Onder invloed van partner, die niet van het platteland komt, zijn de huisdieren uit de slaapkamer verbannen. Ik ben daar schoorvoetend mee akkoord gegaan, na een half leven met minimaal een hond in mijn bed (nee, dat bedoel ik niet figuurlijk). Feit is dat ze hier allemaal buiten komen en wel eens een teek oplopen. En die wil je echt niet in je bed. Het compromis was een mand náást bed. Maar ja, jullie weten hoe het is afgelopen met onze honden. Ik geef eerlijk toe dat ik nog minstens één keer per dag met mistige ogen sta door het gemis. De katten doen hun uiterste best om het gat op te vullen. Ze lopen als hondjes mee, zitten bij me als ik in de stal bezig ben en luisteren naar allerlei commando’s. Als ze zin hebben. Het blijven katten. Maar de slaapkamer is verboden gebied voor ze.

Gillend op een stoel

Die keiharde regel werd echter even geparkeerd. Geknaag betekent ongewenst bezoek, dus de slaapkamerdeur en die van het laag wand bleef open. Het duurde niet lang, ze hadden het meteen in de gaten. Maar in plaats van een nachtelijke klopjacht, kropen beide gezellig op het voeteneinde, met af en toe een knus knuffelmoment tegen mijn buik of op het hoofd van partner, begeleid door luid gespin en kwijlend van genoegen. Dit gebrek aan werklust werd overdag gecompenseerd door achtereenvolgens een muis, een vleermuis, een knoert van een rat én een kikker mee naar binnen te slepen, die luid miauwend vol trots werden gepresenteerd. Waarop ik als kattenmoeder bewonderende geluiden maak en alles met handschoenen aan richting mesthoop verplaats, terwijl partner nog net niet op een stoel staat en vol afschuw roept dat ik ze dat moet afleren. Het nadeel is dat het soms nog levende exemplaren zijn, die dan ontsnappen…ziedaar, geknaag. De tijdelijke aanwezigheid in de slaapkamer had echter toch effect, het is weer rustig ’s avonds.

Model olifant

Sinds de terugkeer uit Frankrijk ben ik met DD twintig minuten per dag aan het stappen onder het zadel. Om mijn leven iets dragelijker te maken, gooi ik wat balken en pionnen (als het niet waait) in de bak, zodat hij enige afleiding heeft. Dat werkt goed. Bij de zes weken controle bleek het checkligament te genezen volgens het boekje. Ik mag zelfs een klein drafje doen, als ik het simpel houd.

Ondertussen maak ik de heerlijkste buitenritten met één van de liefste paarden die ik ken: Haya. Deze eventer is helemaal gebouwd op snelheid. Ze is super scherp en snel, maar daarbij betrouwbaar. Ze ziet onderweg nog wel eens een krokodil in het zijterrein en reageert dan met de snelheid van het licht. Toch zit ik haar lachend uit, terwijl ik op DD soms alle zeilen moet bijzetten. Nu ik allebei rijd, heb ik ontdekt hoe dat komt. Haya is een hoogbenige, slanke, smalle merrie. DD is een enorme grote ronde klont. Op haar zit ik qua beenligging in een minder wijde houding, waardoor je met je hakken laag vanzelf meer over de romp zakt. Door de ton-vorm van DD word ik daar vanaf gewerkt als hij een rare beweging maakt. Het is gewoon anatomie en natuurkunde. Ik ben eigenlijk te klein voor hem. Gelukkig zit ik tegenwoordig op yoga, dus oefen ik wat meer op de rek.

 

 

 

Leve het buitenleven…

De dag begon niet zo best. Of eigenlijk gingen we de hele week al niet zo lekker. Soms lijkt het wel alsof het in de lucht hangt. Partner zet, tot mijn ergernis, altijd zijn tablet op de armleuning van onze bank. Dat is zo’n chesterfield, dus die is niet vlak. Ik mopper daar vaker over, maar hij blijft het koppig wel doen. Dat is al een aantal keer bijna fout gegaan, door opspringende honden of katten. Nu was ik het, die erlangs schraapte. En nu ging het dus wel mis. Met een doffe plof viel het ding op onze houten vloer. Je weet aan het geluid al hoe laat het is.

Goed, repareren of nieuw? Eerst maar even bellen met de schermpjesman. Zo, dat was schrikken. Geen goedkoop grapje. Maar he, het valt kennelijk onder de verzekering. Betalen we eindelijk al die premies eens niet voor niks. Ja hoho, je moet dan wel een halve dag besteden aan het opzoeken van allerlei papierwerk om te overleggen. Weet jij nog wanneer we deze hebben gekocht? Euh, nee, 2018? 2019? Dat werd dus spitten in de administratie, echt zo’n hobby van mij. Maar gevonden, dus alles in werking gezet. Wel wetende dat dit waarschijnlijk niet het laatste is, want zoiets gaat nooit zonder slag of stoot.

Op je knietjes in de nattigheid

Vervolgens gingen de hemelsluizen serieus open. Er was wel wat regen verwacht, maar dit soort hoeveelheden waren niet voorzien. Alsof het wat uitmaakt als je het vooraf weet. Het ging gepaard met een langdurig en heftig onweer. Sinds even verderop een natuurgebied is gemaakt waar de hoge heren in al hun wijsheid het waterpeil hebben verhoogd, hebben wij bij zulke extreme buien nattigheid achterin de stallen. Nou zijn die groot, dus de paarden hebben er geen last van. Maar ik vind het wel heel erg vervelend. Dus ik ga hozen. Echt op mijn knietjes met een emmer. De paarden vonden het een fijne geruststelling, tussen alle flitsen en knallen door. Ik werd bemoedigend in mijn nek gelikt en besnuffeld. Ik dacht dat het onweer wat was geluwd en wilde even de kruiwagen legen, waarin ik vijf emmers water had gegoten. Van de sloot naast de mesthoop tot de schuurdeur is maar tien meter. Ik was bijna weer bij de deur toen er een enorme flits met meteen een knal kwam, zo dichtbij dat ik de warmte en de luchtdruk voelde. Met licht bibberende knietjes ben ik verder gegaan.

Weer een rib uit mijn lijf

Het werd een onrustige nacht, waarin ik elke keer dat ik wakker werd de regen hoorde kletteren. ’s Ochtends was het hele terrein en het weiland een zwembad. Maar je zakt er niet in weg, dus ik heb ze er toch uitgegooid. Om opnieuw te gaan hozen. Niet echt een opbeurend karweitje.

Terug in huis zat partner als een dood vogeltje op me te wachten, want zijn telefoon deed het niet meer. Zomaar ineens. Geen enkele reset-truc hielp. Tegenwoordig zit je hele leven in zo’n stom ding, dus maar een nieuwe besteld. En dat is tegenwoordig ook een aardige rib uit je lijf.

Uitgestald in afwachting van applaus

Ik ben dan altijd nogal kordaat van het doorpakken. Kan het gerepareerd? Wat kost een nieuwe? Hoe oud was dat ding? Huppakee, en weer door. Partner heeft wat meer moeite met dat voorwaartse, die wil liefst alles even bedenken, tegen elkaar afwegen, zestig reviews lezen die je niet verder helpen en dan nog een dag of tien piekeren. Maar ja, al die tijd zonder telefoon is echt lastig. Mijn snelle actie zorgde echter wel voor wat stress bij hem. Die tot een hoogtepunt kwam toen hij ontdekte dat de katten een rat hadden gedood en in afwachting van onze complimenten gezellig binnen op de bank hadden gedrapeerd… Ik kan daar prima tegen. Er ligt toch een kleed op dat in de was kan. Ik prijs de katten de hemel in. Het is toch juist goed dat ze zo’n beest pakken? Daar hebben we ze voor. Terwijl partner nog stond te schreeuwen en kermen, heb ik de rat naar de mesthoop gebracht en de wasmachine aangezet.

Ik heb hem nog maar niet verteld dat Dotje, toen ik ’s ochtends beneden kwam, een levende muis onder de kast ving…Het buitenleven is heerlijk, maar in de natte herfst soms net iets minder heerlijk. En ik zie nou alweer op tegen het moment dat hij zijn nieuwe telefoon in gebruik gaat nemen en daarvoor van alles moet her-installeren, passwords kwijt is en uren vloekend bezig is, want zoiets gaat nooit gemakkelijk (als je geen iphone hebt, zoals ik…)