Blijf bij je vraag

Vorige keer had ik het over de basis. Zeg maar die hele lijst van dingen die moeten kloppen om een beetje knap te kunnen paardrijden. Het gevaar van aan teveel tegelijk werken is dat je de hulpen niet goed bevestigt. En dat je paard er geen bal van begrijpt wat je allemaal bedoelt. Maar er zit nog een puntje in dat ik wil aanstippen en dat heeft te maken met het onbewust aanleren van verkeerde dingen.

Dat we met een paard aan de gang willen is ons idee. Hij wil zelf veel liever gewoon in de wei staan met vriendjes. Spelletjes vindt een paard best leuk, maar serieus trainen…neuh. We hebben ze zo gefokt dat ze redelijk gewillig doen wat wij vragen. Maar ze begrijpen natuurlijk niet waarom. Dus als wij iets proberen te doen wat in hun lichaam niet zo prettig voelt, dan kunnen ze niet bedenken wat ons hogere doel daarachter is. Bijvoorbeeld meer soepelheid of een betere gewichtsverdeling over vier benen zodat ze minder slijten. Ze zeggen dan dus niet automatisch ‘dank je wel, ga ik doen, want het is voor mijn bestwil’.

Voorbenen hangen er los aan

Wat ik vaak zie gebeuren is dat een ruiter aan de slag wil met een bepaalde oefening, neem als voorbeeld het wijken. We doen dat om een paard leniger en sterker te maken. Met name het kruisen van de achterbenen zorgt daarvoor. Een paard heeft geen sleutelbenen, de voorbenen hangen als het ware ‘los’ aan zijn lijf, dus die kunnen veel makkelijker opzij dan die achterkant. Wijken is ook een gehoorzaamheidsoefening, want voor rechtuit gaan hoeft een paard niet na te denken, dat gaat vanzelf. Opzij is andere koffie.

Duwen? Je zit als een wokkel

Het komt er dus op neer dat een paard lichamelijk prima kan wijken, maar dat het niet vanzelf gaat. Hij moet om te beginnen de hulp snappen. Het begint dus met een goede uitleg. Eén been van de ruiter iets naar achteren hebben wij als logische hulp voor opzij bedacht. Het gaat gewoon om de plek en niet -als zo vaak te zien is- om de kracht die je met dat been zet. Je kunt je paard niet opzij duwen. En als je dat probeert, gaat je bovenlichaam allerlei rare verkrampte bewegingen maken, waardoor je je paard enorm in de weg zit. Maar dit terzijde.

Stick to the question

Goed, opzij dus, Maar je paard denkt ‘nee, lastig’. Dus die doet wat een vluchtdier doet als iets lastig wordt: gas geven. En wat doet de ruiter? Die gaat z’n aandacht richten op het afremmen. Maar door te stoppen met het vragen van dat moeilijke wijken, heb je je paard net geleerd dat de manier om van die lastige vraag af te komen hard weglopen is…. Ik heb in Engeland het grote genoegen gehad om een paar jaar te trainen met topinstructeur John Lassetter. Hij had zelf zijn opleiding bij de Spaanse rijschool en het Cadre Noir genoten. Ik heb zo ongelooflijk veel van die man geleerd. Hij was heel streng. Ik hoor hem nog brullen: ‘stick to the question!!!’ Oftewel: blijf bij de vraag die je stelde aan je paard. Natuurlijk wil je niet dat je paard wegrent als je wijken vraagt. Maar bij dat afremmen moet je wél blijven wijken. Dus ook als je hem helemaal terugneemt naar de stap, blijf je om opzij vragen. Doet hij dat, al is het maar één pas, dan ga je rechtuit, stop je met vragen en beloon je.  Vervolgens herhalen en uitbreiden tot meer passen.

Stomme ruiter

Dit gaat op voor alles wat je doet met een paard. Stel je hem een lastige vraag en krijg je vervolgens iets anders dan je wilde? Hoofd omhoog? Scheef gaan? Ander tempo? Ga dan niet eerst daarmee aan de slag, maar blijf bij je vraag. Anders leer je hem zelf hoe hij op een manier die jij niet wil van die vraag af komt. En dan is hij dus geen stom paard, maar doet hij gewoon prima wat je hem zelf hebt geleerd…

Het is allemaal hetzelfde

Er was een tijd dat ik me dagelijks met veel genoegen door grote bergen informatie heen vrat. De bibliotheek was mijn tweede thuis. Tegenwoordig hebben we het internet, dus hoef je niet eens meer van huis. Nog steeds houd ik ervan om me grondig in zaken te verdiepen, al vind ik wel dat mijn denkproces is veranderd met de jaren. Het was ooit absorberen, proberen, toepassen, mislukken, opnieuw een beetje anders proberen tot het wel lukte. Of niet en dan ging ik een andere manier zoeken. Er zat minder overdenking en meer ongeduld achter. En meer prestatiedrang. Tja, de jeugd.

Met paarden ben je nooit uitgeleerd. Dat is absoluut waar en ik probeer daar naar te leven. Daarom stort ik me nog steeds graag in lezingen, clinics en trainingen. Sommige dingen heb ik voor mijn gevoel al honderd keer gezien, maar nog steeds word ik soms verrast. Ik verdiep me momenteel weer eens in de methode van Tristan Tucker. Geweldig, omdat hij een rustige, paardvriendelijke aanpak uitdraagt en dat op een bemoedigende manier.

Vergelijk het maar eens

Het zal dus de leeftijd zijn, maar ik neem iets meer de tijd om over zoiets te reflecteren. Wat gebeurt er nu eigenlijk? Wat me opvalt is dat je, als je goed kijkt, ontdekt dat het eigenlijk allemaal een soort van op hetzelfde neerkomt. Parelli, Irwin, Anja Beran, Pignon, Brenderup, het Cadre Noir, de Spaanse rijschooltrainers en zelfs de Portugese rijmeesters waar ik naartoe ben geweest…in de basis kom je uit op hetzelfde.

Rechtuit gaat op instinct

Een paard is een vluchtdier, een prooidier en een kuddedier, waarvoor veiligheid het belangrijkste doel is. Rechtuit lopen gaat vanzelf. Langzaam, hard, dat maakt niet uit. Pootje over opzij of achterwaarts is andere thee. Daarvoor moet een paard nadenken waar z’n benen zitten en hoe hij die gaat wegzetten. Dat vergt brainpower. Als een paard zich ergens druk over maakt of zich gestrest voelt, dan kost dat ook hersencapaciteit. Ga je op zo’n moment aan de slag met iets waarover hij moet nadenken, zoals dat pootje over of achterwaarts, dan moet zijn hoofd twee dingen tegelijk doen. Zijn de hulpen goed bevestigd en vraag je het vriendelijk, dan kiest hij meestal voor het makkelijkste om zijn brein mee bezig te houden en neemt dus de stress voor dat enge af. Maak je de fout om er druk op te zetten en spanning toe te voegen, dan ga je dubbelop verkeerd. Dit is een dun lijntje.

Gaat nooit om halshouding

Al die mensen die het begrepen hebben, hebben er een eigen systeem voor, een naam aan gegeven of laten ons denken dat zij een unieke oplossing hebben. Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik tot de conclusie kom dat ze, op kleine nuances na, allemaal precies hetzelfde doen. Geen waardeoordeel hoor, ik vind iedereen die probeert goed te doen voor paarden geweldig. Ik kwam in Portugal, met al die hengsten en verbaasde me er toen nog over dat we meteen na het opstijgen zijgangen moesten rijden. Pignon en trouwens Carl Hester ook raken niet uitgepraat over het controleren van de schouders. En bij mijn waardevolle leermeester John Lassetter, die zijn opleiding in Wenen en Saumur had genoten, reed ik altijd een vast programma rond pylonen met zijn befaamde zes oefeningen, die niets anders waren dan trainingen voor het paard om zijn voor- en achterbenen zijwaarts weg te zetten. Wat ik overigens wel een opvallend verschil vind tussen al deze mensen en wat je dan misschien moderne dressuur zou kunnen noemen is dat die oudgedienden vrijwel nooit over hals/hoofdcontrole of -houding spreken. Niet nodig, want dat komt vanzelf goed als een paard zijn lijf verder correct gebruikt.

Nooit dwingen of forceren

Het echt tot je door laten dringen van deze principes, van welke trainer dan ook, vergt dat je je ego én je wil om te winnen even aan de kant zet. Want het paard bepaalt het tempo. Ik bedoel niet in snelheid van bewegen, maar van leren. Het gaat er vooral om dat je de hulpen voor die zijgangen -vanaf de grond of vanuit het zadel- op een goede manier bevestigt, zodat hij op momenten van stress weet wat je van hem verwacht en dat dus  gaat doen, zodat de spanning kan wegvloeien.

Te filosofisch, dit verhaal? Wacht maar tot je ouder wordt.

Trouw aan je instructeur?

Het blijft een lastig dilemma. Ben jij trouw aan je instructeur? Als je les neemt bij iemand, dan is dat in feite een zakelijke transactie. Je huurt iemand in, omdat je er vertrouwen in hebt dat die persoon de vakkennis heeft om jou verder te helpen. Maar paardrijden is niet zuiver zakelijk, het is een emotionele aangelegenheid.

Les gaat ook om gevoel. En het is meestal geen eenmalige zaak. Het is een traject dat je samen aangaat, waarbij je een band of zelfs een vertrouwensrelatie opbouwt met iemand, die je met enige regelmaat ongeveer een uur per keer ziet. Da’s meer dan bij therapiesessies bij een psycholoog, om maar eens een vergelijking te maken. Instructeurs doen hun uiterste best om jou op een hoger niveau te krijgen. Dat hoeft niet eens op het gebied van prestaties te zijn, maar vooral ook op het leren aanvoelen van jouw paard, zodat jullie samen een betere band en dus een leuker leven hebben. Dat is deels een emotioneel proces, waar een instructeur eveneens veel van zichzelf insteekt, als het goed is. Een instructeur gaat ook een band aan met jou.

Mode gevoelig

Naar welke instructeur je gaat is een keuze. De ene persoon ligt je beter dan de andere. Ik heb sterk het idee dat het mode-gevoelig is. En dat het gezegde opgaat: wat van ver komt is lekker. Er komt een nieuw iemand voorbij en dat is dan ineens helemaal de bom, daar wil iedereen naartoe. Of er is een clinic van één of andere bekendheid. Een ander geluid, dat trekt. Hoewel het op zich geen ander verhaal zou moeten zijn, want alle instructeurs zijn min of meer hetzelfde opgeleid. Maar iedereen heeft zo zijn eigen aandachtspunten, dus in de praktijk loopt de aanpak best uiteen.

Iedereen gaat, dus dat zal wel goed zijn…

Je bent vrij om je geld te besteden hoe jij dat wilt. Het nemen van les bij iemand is absoluut geen verplichting om dat daar te blijven doen tot in de lengte van jaren. Het kan zijn dat je het gevoel hebt niet verder te komen. Of dat je wilt kunnen vertellen bij welke beroemdheid je traint, alsof diens succes daardoor afstraalt op jou, ongeacht of die persoon net zo goed kan overbrengen als zelf rijden. Of dat je gewoon zin hebt in iets nieuws, al dan niet aangewakkerd door verhalen van stalgenoten. Ik ben in dat opzicht echt niet anders. Als er een nieuwe naam voorbij komt waar iedereen lyrisch over is, denk ik ook wel bij mezelf: hm, misschien moet ik ook? Ik probeer eerst even te gaan kijken. Dat kan soms al inspirerend werken op je eigen rijden of lesgeven, niets mis mee.

Terug naar de basis

Mijn twee grote inspiratiebronnen op hippisch gebied zijn mevrouw Barrau en John Lassetter. Ik heb daarnaast vele uitstapjes gemaakt naar anderen, clinics meegereden en ik ga braaf naar de clublessen. Maar ik keerde altijd terug bij die twee, die voor mij de basis van alles vormden. Waar ik altijd terecht kon met mijn vragen. Mevrouw Barrau kon nog wel eens scherp uit de hoek komen als ik vertelde wat de aanpak van een andere instructeur was. John pakte dat anders aan. Hij hoorde het aan en vroeg mij wat ik ervan had geleerd. Waar ik dan weer veel aan had, want daardoor ging ik er beter over nadenken.

Moest je dát doen? Helemaal fout…

Jaloezie en broodnijd komt in de paardenwereld veel voor en niets menselijks is instructeurs vreemd. Het is meer regel dan uitzondering dat een paardenprofessional zijn voorganger afvalt, ter meerdere glorie van zichzelf. Ik bedenk me altijd dat mij dat ook overkomt achter mijn rug, als leerlingen bij iemand anders gaan lessen. Ga je dan, met al je goeie intenties en tomeloze inzet. Stank voor dank? Ondanks dat het een zakelijke transactie is, geef je ook een stukje van jezelf, dus dat laat geen mens helemaal onberoerd. Ik heb altijd liever dat leerlingen gewoon aangeven dat ze een clinic meedoen of zich tot een ander wenden. Natuurlijk word ik daar niet boos om. Het is jouw geld. Toch is er vaak schroom om het gewoon te zeggen. Dan kom je er via via achter of blijft iemand weg. Ik ben niet heiliger dan de paus, dat voelt toch enigszins afgedankt. Als ze het wel melden vraag ik soms of ik mee mag. Het is leerzaam om te zien hoe een collega met iemand aan de slag gaat waarvan jij weet waar de probleempjes liggen.

Stop met afkammen

Er zijn instructeurs die het als een motie van wantrouwen ervaren als hun leerling zich tot een ander wendt. Ik probeer er niet zo tegenaan te kijken. Uiteraard voelt het ongemakkelijk als er ineens iemand voorbij komt, waar iedereen achteraan rent. Om vervolgens weer bij je terug te komen als die persoon weer weg is of de mode verandert. Alsof je dan wel weer goed genoeg bent? Nee, het is gewoon hoe mensen in elkaar zitten, ik heb het precies zo gedaan als ruiter. Er is niks mis met een fris geluid, je kan er inspiratie uit opdoen. Het is wel fijn als er tussen instructeurs over en weer respect is voor elkaars kennis en inzet. Je kan best aangeven wat jij anders zou doen en waarom, maar we moeten af van dat negatieve afkammen.

 

 

Het bewijs loopt in de bak

Er zijn sowieso teveel mensen op deze aardbol. Er wordt op tal van plaatsen op akelige wijze en om dubieuze redenen als macht, geld, ego of geloof (of een combinatie daarvan) gepoogd de hoeveelheid te verminderen. Maar laten we die kant niet opgaan.

Onder al die mensen zijn er ook veel teveel deskundigen. Overal, maar in de paardenwereld zeker. Ik wou hier als flapuit aan toevoegen dat er ook teveel paardencoaches zijn. Hoe zie je door de bomen het bos? Als beginnend paardenliefhebber of iemand die een bonafide coach zoekt, is dat niet te doen. Wie en wat moet je geloven als iets met doortastende overtuiging wordt gepresenteerd? Zelfs met mijn inmiddels aanzienlijke jarenlange ervaring en van nature sceptische aard ben ik regelmatig onder de indruk van prachtige websites, waterdichte argumentaties en bijbehorende onderzoeksresultaten. Misschien moet ik ook die persoon raadplegen, een lesje nemen of het product aanschaffen? Ik heb dan altijd echter een stemmetje in mijn hoofd dat me even pas op de plaats laat maken. Een beetje extra research en soms navraag bij mijn dierenarts/wetenschapper-vrienden waar ik echt vertrouwen in heb, loont de moeite. Maar niet iedereen heeft zo’n netwerk.

Boos bont bommetje

Bij instructeurs ga ik eerst even kijken of het een keer proberen, waarbij je sterk in je schoenen moet staan om iets niet te doen als je daar eigenlijk niet achter staat en het wel met veel overtuiging tegen je wordt gezegd. Nou heb ik gelukkig aan DD een paard dat goed duidelijk maakt waar zijn grens ligt. Hij is zeer werkwillig en leergierig, als een licht veertje te rijden. Maar van voren naar achteren met veel druk op het bit en een korte hals gaat bij hem echt niet gebeuren. Je kan het willen proberen, maar hij heeft zo zijn manieren om duidelijk te maken dat hij het niet pikt. En dan is 1.80 best heel groot en sterk.

Hollen in een dwangbuis?

DD mag voor het mooie wat meer sluiten. Dat valt niet mee, met die lange achterstelten van hem. Dat is van nature een enorme hefboom naar voren en voorwaarts is toch al iets wat hij graag en vanzelf doet. Je wilt echter niet dat hij stuwend beweegt, hij moet zijn lijf dragen door die achterbenen meer te buigen en onder zijn lichaam te zetten. Dat bereik je niet door hem voortdurend in een soort houdgreep te houden. Ik moet hem uitdagen met oefeningen en overgangen om meer terug te komen. Dat heet training. Het is geen quick fix om hem met kracht of enge hulpmiddelen voor tegen te houden. Dan kán hij die achterbenen ook niet onder zich plaatsen, want als reactie op dat nare gevoel aan de voorkant en die dichtgetrokken hals, trekt hij zijn rug strak, waardoor de achterbenen juist naar achteren met de hakken omhoog worden getrokken. Precies verkeerd om.

Zet die kop erop

Instructeurs willen iets bereiken. De bedoeling is toch dat een paard aan het einde van een les beter gaat dan aan het begin. Ik vind dat daarbij soms het lange termijn doel uit het oog wordt verloren om maar een snel succesje te scoren. Ik roep wel eens vaker dat ik geen toverstafje heb waarmee ik een paard in één les naar de Z simsalabim. Als een paard niet op de juiste manier over de rug naar de hand toe loopt, dan moet je in de training de hals vanaf het zadel iets meer naar beneden rijden, zachte verbinding houden en met oefeningen proberen de balans naar achteren te verleggen. En ja, dat kost soms meer tijd dan één sessie. Dat gaat menigeen tegenwoordig niet snel genoeg, dus gaan ze shoppen bij Pietje en Jantje die zegt dat ze de kop in de houdgreep moeten nemen en ‘erop’ moeten zetten, gevolgd door een enorme peut gas. Vraag zo’n ruiter eens aan te wijzen waar de halswervels lopen. Geheid dat de bovenrand langs de manen wordt aangewezen. Tja, als je dat denkt, begrijp je ook niet in wat voor zwanenhals je de boel forceert.

Niemand heeft de tijd

Goed (leren) paardrijden kost tijd. Dat besef zijn we ergens kwijt geraakt en in dat vacuüm is een groep gestapt, die gebruik maakt van dit feit. Vaak niet eens bewust, ze denken zelf ook dat het op die manier kan. Ik heb een goede vriendin die paardendierenarts is van het allerhoogste niveau en vaak zegt dat we ons dood zouden schrikken als paarden konden schreeuwen van pijn of ongemak. Ik wil daar nog eentje aan toevoegen van mijn geweten, mijn leermeester mevrouw Barrau, die volgende week haar 100ste verjaardag heeft, maar het gaat niet goed met haar. Ik koester al haar wijze uitspraken en leef er dagelijks naar. Drie ervan slaan hierop. Als je niet door de voordeur kunt, moet je door de achterdeur. De gestage druppel holt de hardste steen. En de mooiste: het bewijs loopt in de bak.

Amen.

 

 

Eerlijkheid duurt vaak niet het langst….

Eerlijkheid duurt -helaas voor veel paarden- niet altijd het langst. Ik sta bij veel mensen bekend als nogal direct. Best gek eigenlijk, want diep vanbinnen ben ik een ontzettende conflictvermijder. Maar ik heb kennelijk een nog veel grotere hekel aan schijnheiligheid, dus als ik wat vind is dat op z’n minst van mijn gezicht of te lezen. Of ik zeg er wat van en dat komt volgens partner vooral door de intonatie meestal wat meer kras over dan ik het bedoel.

Gooi ik met deze blogs mijn eigen glazen in? Ik ben er door mijn omgeving wel eens voorzichtig op gewezen dat ik op deze plek nogal flink van leer kan trekken. De kans dat mensen die mij niet zo goed kennen me daardoor als angry nagging old b*** beschouwen, is reëel aanwezig. Die zullen met een boog om me heen lopen. En het kan heel best zijn dat het iets te duidelijk uiten van je mening -zeker op paardengebied- je in de ogen van anderen niet meer geschikt maakt om je als onafhankelijk, onpartijdig gespreksleider of schrijver in te huren. Doe ik het voor de paarden? Ik ben, na jarenlang wel mijn mening voor me te houden, tot de conclusie gekomen dat het allemaal weinig uitmaakt. Het kost me misschien werk, maar ik vind het een opluchting om af en toe eens niet diplomatiek te zijn en te zeggen wat ik in mijn hoofd heb. Ik heb echter niet de illusie (meer) dat het ook maar enige fluit verandert.

Simsalabim…hé, nou doet ie het!

Lesgeven doe ik graag en met volle overtuiging. Je krijgt me voor alles wat ik heb en kan. Ik vind een goede sfeer en vertrouwen belangrijk en ik geloof in een positieve aanpak, waarbij het paard centraal staat. Het gaat er dus best gezellig en vrolijk aan toe. Echt. Vraag maar aan mijn leerlingen. Maar daarin wil ik wel honderd procent eerlijk zijn. En dat kost ook klanten.

Hoewel ik er al jaren naar zoek, bestaat er niet zoiets als een toverwoord, waarmee ik vanaf de grond een paard kan laten doen wat iemand wil. Je neemt zijn capaciteiten in acht en van daaruit ga je bouwen. Dat kost tijd. Het is een puzzel, een zoektocht wat een paard nodig heeft. Om te verbeteren? Welnee, hij is prima zoals hij is. Het draait om verfijning van de communicatie tussen paard en ruiter, waardoor hij dingen die hij van nature kan, ineens op commando uitvoert. Natuurlijk wordt iets wat je oefent beter, een lichaam heeft het prachtige vermogen om zich aan te passen aan de vraag. Maar daar zit wel een grens aan. En daar wringt de schoen.

Bijna altijd is het een communicatieprobleem

Als een paard iets niet doet, is dat omdat hij niet wil, het niet snapt of het niet kan? Goede instructeurs zien dat meteen. Bijna altijd draait het om niet snappen en kun je daarmee aan de slag. Maar soms is het niet kunnen. Een lichamelijk probleem of gewoon de bouw. En daar beginnen de drama’s. Als je eerlijk aan verwachtingenmanagement doet als instructeur, krijg je mensen die zich daar soms niet bij willen neerleggen. Die gaan shoppen, tot ze iemand vinden die zegt dat het wel kan. Meestal komt daar dan een arsenaal aan hulpmiddelen aan te pas. Het paard krijgt een nare tijd en het eindigt niet zelden in gedrag wat je niet wil (paardentaal voor: je gaat te ver) of blessures. Wat ook voorkomt is dat een paard op een bepaald niveau is en geblesseerd raakt. Als je ‘m na de hersteltijd weer oppakt, moet je eigenlijk weer op nul beginnen, of op zijn minst een paar flinke stappen terug doen. Dat wil lang niet iedereen. Of ze snappen het wel, maar het duurt ze te lang. Dus na de voorgeschreven week stapwerk moet de beuk er weer in. Een instructeur hoort daar de beschermer van het paard in te zijn.

De rijen zijn nooit gesloten

Zijn die instructeurs die dat niet doen gek of slecht? Nee. Ze zien een kans om brood op de plank te krijgen. Misschien niet integer tegenover een paard, maar waar een vraag is, komt een antwoord. Het zou mooi zijn als alle instructeurs hierin één lijn trokken, maar dat is een utopie. Net zo’n utopie als het idee dat die vraag er niet zou moeten zijn. Maar ja, ego is een raar ding. Zelfs mensen die diep vanbinnen heus wel weten dat ze geen toptalent op stal hebben of dat hun paard een blessure heeft waardoor langdurig heel simpel werk rechtuit nodig is, zijn soms niet van plan om dan maar genoegen te nemen met fijn rijden in het bos of een proefje dat hooguit een plek in de middenmoot oplevert op een lager niveau. Maar ze heel voorzichtig erop wijzen dat ze zichzelf voor de gek houden, levert meestal geen klanten op…

 

Verwachtingen creëren teleurstellingen. Dat gaat helaas in veel gevallen op. Ook voor de verwachting dat mensen zitten te wachten op eerlijkheid in plaats van een beetje meepraten. Maar nogmaals, verder ben ik heel aardig hoor…

 

Onhandige handigheid

Wat mensen (en apen) van andere dieren onderscheidt is dat wij ‘handig’ zijn. Daarnaast hebben we als roofdieren onze ogen voor in ons hoofd staan. Eigenschappen waar je bij het paardrijden behoorlijk last van kunt hebben. Vooral als je aangeleerd krijgt om daar op een verkeerde manier gebruik van te maken.

Ik kom in den lande zowel als instructeur en als jurylid van alles tegen. Als ik iets zie dat me opvalt, negatief of positief, dan probeer ik daar vaak een praatje over aan te knopen. Het hoe en waarom boeit mij enorm. Wat me daarbij verontrust is de hoeveelheid keren dat ik te horen krijg dat iemand iets doet ‘omdat het zo is gezegd’. Ja, maar waarom dan? Je wilt toch weten wat het nut en de werking, de bedoeling ergens van is? Als iemand je zegt dat je elke dag drie rauwe aardappels moet eten vraag je je toch ook eerst af waarom in hemelsnaam?

Je bent toch geen deeg aan het maken…?

Zo ben ik op meerdere plekken ruiters tegengekomen die allerlei bewegingen met hun handen maakten. Kennelijk met de bedoeling om hun paard af te remmen. Dit varieerde van kneedbewegingen die, naarmate de plek van de overgang nadere en het paard nog steeds niet reageerde, steeds heftiger werden, tot een soort gerammel alsof je water van je natte handen schudt. Het leidde in geen van de gevallen tot een correcte overgang terug. In tegendeel. De paarden spanden hun spieren aan tegen het nare gevoel of probeerden het bit vast te pakken en juist harder weg te lopen. Ik vroeg de ruiters wat ze deden en wat ze wilden dat hun paard deed. Kneepjes geven om zachtjes af te remmen, was het antwoord. Zo hadden ze het geleerd. Had het effect? Nee. Maar omdat er geen andere oplossingen waren meegegeven, wisten deze ruiters niet beter dan nog heviger pompend door te kneden. Waardoor een bit in de gevoelige mond van een paard in een soort martelwerktuig verandert.

Don’t spill the champagne, dear

In de mond van een paard ligt een bit. Of je rijdt bitloos en dan heb je een hoofdstel dat druk op neus en kaken geeft. In beide gevallen speel je in op de gevoelige delen van het hoofd. Vandaar dat in allerlei handleidingen -ik bedenk me nu pas wat een grappig toepasselijk woord- een uitgebreide uitleg staat over de correcte manier om de teugels vast te houden en te bedienen. Met je handen in een vuist rechtop, de duimen als een dakje op de teugel, polsen licht gebogen, knokkels naar elkaar toe. Het enige dat scharniert zijn je polsen, ellebogen en schouders. Je vingers horen gesloten om de teugels, maar ontspannen. Dus niks geen gerommel met kneepjes of vingers. De één heeft het over het gevoel van twee kuikentjes die je uiteraard niet wilt doodknijpen. Ik heb ook al eens twee vochtige sponzen voorbij horen komen, die je niet op je droge broek wilt leegknijpen. John, mijn zeer gewaardeerde Engelse trainer, sprak liever over twee glazen champagne waaruit je niet mocht knoeien, maar die woonde dan ook op landgoed Goodwood. Overigens was zijn teugelvoering de meest perfecte die ik ooit heb gezien, aangeleerd bij de Spaanse rijschool en in Saumur. Ik ben daar tot op de dag van vandaag jaloers op.

Ze sloeg me

Mevrouw Barrau hamerde ook altijd op de correcte teugelvoering. Ze heeft me zelfs wel eens met een zweep op mijn vingers geslagen. Nou ja, getikt. Maar de bedoeling was duidelijk, mijn handen waren veel te beweeglijk. ‘Dráág je handen’, riep ze. ‘Alléén het gewicht van de teugels, voel zijn gedachten.’ Ze ging zelfs nog verder. In haar wanhoop over mijn handen pakte ze een haar-elastiekje, wat ik om de knokkel van mijn middelvinger moest doen, waarna ik die van de andere hand erin moest haken. Daardoor kunnen je handen alleen maar rechtop en niet uit elkaar. Probeer het maar eens, het rijdt afschuwelijk. Als je dat een hele les hebt gedaan wil je wel beter opletten dat je je handen stil en correct houdt. Ik zag onlangs iemand op facebook die ruiters een bit in hun handen gaf tijdens het rijden. Wat een slim idee! Het zorgt niet alleen voor een goede handpositie, het geeft je meteen het besef waar die mee zijn verbonden.

De oplossing ligt achter je

Nog los van die handhouding zijn wij mensen geneigd om alles wat we voelen met onze handen op te lossen. Omdat we ‘handig’ zijn. Wat op een paard niet handig is, omdat vrijwel alles wat er misgaat te maken heeft met achterbenen die niet ver genoeg buigen en onder het lichaam worden gezet. Probeer je problemen op te lossen met handen, dan blokkeer je die achterbenen juist nog meer. Komt nog bij dat wij ook geneigd zijn om naar onze handen te kijken wat we doen. Ook niet handig. Daarover een andere keer meer. Probeer nu eerst allemaal eens een weekje te rijden met zo’n elastiekje. Of met een bit tussen je handen. Of is dat in deze woke-tijd, waarin alles ‘leuk’ moet zijn en niet meer mag worden gezegd waar het op staat te dwingend? Bedenk dan maar dat je blij moet zijn dat ik je niet sla…