De rek is eruit

Alsof het er nog niet heet genoeg aan toe gaat in de wereld momenteel, besloten de weergoden er ook nog een schepje bovenop te doen. Mij hoor je niet klagen. Als eilandbewoner is er altijd wel een plekje te vinden waar het aangenaam is. Ook in mijn kantoortje is het lang goed uit te houden, dus er kwam zowaar nog enig werk uit mijn handen.

Grappig eigenlijk, dat ik datgene wat ik uit mijn hoofd pers en via een computer tot jullie laat komen als ‘werk’ beschouw, terwijl de uren dat ik mij met ziel en zaligheid sta in te zetten in een rijbaan niet meteen zo noem. Ondanks dat ik daar net zo goed bloed, zweet en tranen in heb moeten steken om papiertjes voor te behalen. Misschien zelfs wel meer, want schrijven is voor mij zoiets als ademhalen, dat kost me echt geen energie. Terwijl het paardrijden, dat je moet doen voor een instructeursopleiding, nog best een dingetje was. Vooral omdat je ook moest springen. Ik blijf wel zitten en kom aan de andere kant, maar dan heb ik een paard nodig die het beter snapt dan ik. Ik heb er veel in moeten investeren en leer nog steeds. Maar dat is (letterlijk) met vallen en opstaan gegaan. En ik vind eerlijk gezegd dat ik beter in staat ben om vanaf de grond een rijkunstig probleem te zien, te analyseren en op te lossen, dan dat ik het meteen voel als ik erop zit. Nog regelmatig stap ik af, mezelf voor kluns uitmakend. Om dan even later te bedenken wat ik had moeten doen. Ik snap dat ze willen dat je het zelf ook kan voor zo’n opleiding. Maar dat er zo zwaar de nadruk op ligt, vind ik persoonlijk niet de goede weg. Ik heb genoeg populaire ruiters die hoog in de uitslagenlijsten stonden onzin horen uitkramen tegen leerlingen en zelf veel geleerd van rijkunstige meesters met minder medailles, maar een scherp oog en enorme bagage aan kennis en ervaring, zoals mevrouw Barrau en John F. Lassetter.

Suf en alternatief

In het kader van mezelf blijven scholen, want ik vind dat rijden wel heel erg leuk en wil dat dus graag blijven doen, vond ik het tijd voor een nieuwe actie: ik heb me aangemeld voor yoga. In een zeer ver verleden heb ik dat ooit eens een winter gedaan om mijn ademhaling beter onder controle te krijgen. Ik was toen nog jong en zeer ambitieus, wat erin ontaardde dat ik voor het binnenkomen bij A paars zag van de fanatiek ingehouden adem. Dat is niet bevorderlijk voor de fijne motoriek en ik was bereid om er alles aan te doen om me te verbeteren. Yoga stond in die tijd nog voor ‘suf’, maar mij heeft het goed geholpen. Wat overigens nog meer hielp was de periode dat ik met meerdere paarden reed. Als je voor de zesde keer op een dag langs die A de ring in komt, gaat de spanning er ook aardig af. Maar in die yogalessen leerde ik mijn adem laag in mijn buik te houden, ook als je lijf in een dubbele knoop zat en je hoofd inwendig amechtig schreeuwde om daaruit te komen.

Laat het los…

Het zal jullie niet zijn ontgaan dat het pittige weekjes zijn geweest hier. Van stress word ik strak en dat krijg ik dan niet meer los. Daar kwam een nuttige opmerking van een goede vriendin bij, die zei dat ik weliswaar zeer actief ben, maar allemaal dingen doe die met krachtsinspanning te maken hebben, waardoor mijn spieren verkorten. Daar zou voor de gezondheid enige rek tegenover moeten staan. Ze stuurde me een app waarmee je zelf aan de slag kunt, maar ik ken mezelf: daar komt geen fluit van terecht. Ik heb de concentratiespan van een rijstwafel, dus als ik niet afgezonderd in een klasje op een matje lig, zie ik ineens een vlieg, een plukje stof of vergeten wasgoed dat plotseling belangrijker is. Aan de andere kant ben ik niet zo van de zweef. Dus als er iemand met zalvende stem voor me staat te zemelen dat ik mijn innerlijke rem als een vlinder uit mijn lijf moet laten fladderen, dan haak ik af. Gelukkig bleef dat tot een aanvaardbaar minimum beperkt. En het nuchtere rek- en strek werk, waarbij me wel meteen duidelijk werd dat ik inderdaad geen 18 meer ben, voelde opvallend prettig. Ik ben van plan om hier dus even mee door te gaan.

Steunzolen

Verder was het controleweek voor DD, die zoals ik al voelde nog steeds niet helemaal rad loopt op de kleine volte rechtsom. Volgende week krijgt hij zooltjes onder zijn voorvoeten. Ik zuchtte inwendig, want mijn internationale topper Davy had die ooit ook, wegens allemaal onduidelijke kreupelheden. Dat gaf extra stress, want ik was altijd bang een ijzer te verliezen vlak voor een grote wedstrijd. Maar ik heb groot vertrouwen in mijn hoefsmid, dus laten we het maar proberen. Ik loop zelf tenslotte ook met speciale zolen wegens een onwillige pees in een voet en dat helpt mij prima. Ik moet ondertussen wel met hem rijden, veel stap, een beetje draf en een minieme hoeveelheid galop, zoveel mogelijk rechtuit. Hij staat weliswaar van 8 tot 20 buiten, maar de beweging blijft met dit weer beperkt tot heen en weer sjokken van het reepje gras achterin naar de waterbakken helemaal voorin (ja, daar is over nagedacht, anders bewegen ze helemaal niet).

Ik zou graag een tijdje onbevangen, zonder spanning voor wat er nou weer misgaat willen leven en paardrijden. Maar ik vrees dat daar nog heel wat neerwaartse hond, krijger- en kindhoudingen voor nodig zijn.

(G)een mopperig stukje…

Het is weer zover. DD is een ijzer kwijt. En ik had een mopperig stukje in gedachten over mensen die niet mijn vak hebben, maar toch denken dat ze het beter weten. De zon schijnt echter, ik heb geweldig leuke interviews gedaan en ik heb deze week heerlijk gereden. Boos slaat meestal meer aan dan blij. Maar ik zwicht niet voor de kijkcijfers. Nou vooruit, een beetje dan.

Sinds DD op equilibrium ijzers staat, gaat het goed (fingers crossed). Ook wat betreft het verliezen van ijzers. Maar deze week was het weer eens raak. Omdat onze paarden weer of geen weer van 8 tot 5 buiten staan, met z’n vijven bij elkaar, gaat er op ijzergebied wel eens wat mis. Zelfs op deze zandplaat is nu modder te vinden. Ze hebben een groot stuk land, maar dat toveren ze tegen het einde van de winter om in een soort toendra. En mede doordat er dus minder te grazen valt, wordt er meer gespeeld. De nieuwe jongedame is redelijk ingeburgerd, maar wel een frisse jonge blom. Daar moet dus achteraan gehopst. Springschoenen vangen iets op, maar niet alles. Ik heb ze al speciaal in zuurstokkleurtjes, om ze terug te kunnen vinden. Trouwens, waar kun je ze tegenwoordig nog krijgen, van gewoon plastic met zo’n bontrandje in maat XL? Want ze sneuvelen bij bosjes. (Ik ben in augustus jarig, voor wie een hint nodig heeft.)

Een uitzichtloze zoektocht

Terug naar die ijzers. Er blijft er wel eens eentje hangen in de prut. Vooral als ze rond binnenzet-tijd de gekke vijf minuten krijgen. Ik hoor het meteen als ik hem binnenhaal. Stap-plof-stap-plof. Dat betekent een uitzichtloze zoektocht op een hectare modder. Hond Dotje is in staat om iedere tennisbal binnen een straal van een kilometer te vinden, maar op ijzers slaat ze niet aan. Oude lieve labrador Beer heeft nog nooit ergens op aangeslagen. Heeeel soms op zijn pluchen speelgoedkip, als hij die met zijn gebrekkige, afgetakelde zintuigen kan vinden. Vrij moedeloos besloot ik toch even de wei in te lopen. Ik wilde het bijna opgeven toen ik achterin ergens over struikelde… Je zou denken dat het opvalt, maar zo’n gedragen ijzer krijgt een schutkleur. Het is dus meestal meer toeval dat je ‘m vindt.

Wel of niet rijden…

Hoefsmid Ton komt één keer per week naar Texel, dus op woensdag was het leed weer geleden. Maar wat doe ik tot die tijd? Maandag was DD’s vrije dag. Ik had zondag heerlijk gereden en daarna een best drukke werkdag met veel interviews en een webinar  ’s avonds. Dinsdag gaat DD altijd mee naar de clubles. Daar ligt een uitstekende bodem in de bak. Maar we hebben natuurlijk een probleempje in zijn voet. Want uiteraard is het ijzer uitgerekend aan die kant eraf. In het verleden reed ik altijd gewoon door en meestal merk je er niets van. Nu denk ik daar toch één tel langer over na. Is één sessie me misschien een langere periode van ellende waard? Ik heb hem toch meegenomen en ter plekke even overlegd met de instructeur. DD liep echter zo goed, dat we het erop hebben gewaagd.

Beheersen om beleefd te blijven

De rhinopneumoniefilmpjes voor paardenarts.nl worden druk bekeken. Als je ze nog niet hebt gezien, kijk effe, want het is heldere voorlichting. Ik ben meer van de geschreven tekst en vind het best eng om in beeld te komen, maar ik moet toegeven dat het wel een goede manier is om uitleg over te brengen. Ik ben alweer door met de volgende klus, voor een mooi blad op Texel. Een aantal gezellige niks aan de hand verhaaltjes, maar ook een degelijk stukje onderzoeksjournalistiek. Niet om te pochen, maar ik heb daar al wat jaartjes ervaring in. Die heeft me geleerd dat je altijd het verhaal van betrokkenen moet opnemen. Want als iets eenmaal zwart op wit staat, schrikken mensen soms van hun eigen woorden. Nuancering sta ik voor open, ontkennen dat je iets hebt gezegd niet. En dat kan ik dan dus aantonen. Verder laat ik alles nalezen. Dat is ook een dingetje. Sommigen laten het vervolgens zien aan iedereen in hun omgeving, inclusief oma. Vragen om reactie is het krijgen ervan. Dus vinden ze er iets van en voor je het weet krijg je het hele stuk doorgestreept terug, met een vervangende tekst die nergens op slaat. Ik geef daarom aan dat het op feitelijke onjuistheden mag gaan. Ik ken tenslotte de doelgroep en heb ervoor geleerd hoe iets het beste overkomt. Helemaal een feest zijn voorlichters. Vooral als die van meerdere instanties elkaar de bal toespelen. Of voor jou gaan invullen wat de focus van je verhaal zou moeten zijn. Alsof daar niet een redactievergadering aan vooraf is gegaan. Ik moet me dan altijd erg beheersen om beleefd te blijven. Ik sta heus open voor suggesties om iets beter te maken en ik beweer niet dat ik alle wijsheid in pacht hebt. Maar de reacties die ik soms krijg moet ik wel eens een beetje van zuchten. Hebben die mensen ook commentaar op het brood van de bakker?

De school ‘loslaten’

Goed, niet zeuren. Ieder vak heeft zo zijn kantjes. Het is nooit allemaal halleluja. Zelfs lesgeven niet. De ontwikkeling gaat nooit in een stijgende lijn omhoog, als je met twee levende wezens te maken hebt, die ook zo hun buien hebben. Vakmanschap is daarbij eveneens een belangrijke houvast. Een plan waar je naartoe werkt en het vermogen om dat helder uit te leggen hoe je daar wilt uitkomen. Kunnen analyseren waarom iets even niet gaat en een oplossing bieden. Die er soms gewoon uit bestaat om even vol te houden op de ingeslagen weg, in plaats van naar een andere instructeur hollen. Het duurt in sommige gevallen voordat een kwartje valt. En bij paardrijden gaat het dan om twee kwartjes. Wat ik wel merk is dat ik steeds meer van de school ‘loslaten’ ben. Ik zie teveel ruiters die, als het niet wil of spannend wordt, de boel voor op slot trekken en vasthouden alsof hun leven ervan af hangt. Loslaten kan tot gevolg hebben dat het hoofd omhoog komt. Láát dat nou gewoon eens gebeuren. En rijd dan dóór. Maar de druk van de omgeving zorgt er vaak voor dat er toch weer wordt getrokken. De heilige krul. Ik ben zelf alle schaamte allang voorbij. Dus als DD, nu de bomen weer in bloei komen, het eerste kwartier als een kameel gaat, omdat zijn neus jeukt, dan geef ik hem die ruimte. Maar hij moet wél blijven lopen, anders wordt het een excuus voor hem. Na die 15 minuten is hij uitgeniesd en zoekt hij zelf mijn hand op. En dan heb je de fijnste aanleuning die je je maar kunt voorstellen. Dat gevoel en een zonnetje…het was een goede week.