Ik had even een weekje overgeslagen. Geen inspiratie, beetje druk. Nou ja, veel weg bedoel ik dan eigenlijk. Das ook druk, maar dan anders. Het jaarlijkse galaconcert van het Korps Mariniers kwam er tussendoor. En tegenwoordig ben je sneller in Londen dan in Rotterdam. Zeker als daar tegelijkertijd een volksverhuizing dronken Schotse voetbalsupporters naartoe wil.
Ik zit lekker in de concerten de laatste tijd. We waren naar het matinee van de filmmuziek in Amsterdam. Vorig jaar ook en daar was ik toen diep van onder de indruk. Dit jaar iets minder. Minder bekende nummers, wat op zich niet verkeerd hoeft te zijn, maar het raakte mij niet. Als altijd waren er een paar gast-solisten. Daarbij werd de -in mijn ogen hè- fout gemaakt te denken dat harder automatisch ook beter is. Het orkest werd volledig overstemd. Het is een algemeen iets wat kennelijk tegenwoordig op de geluidstechnicus-school wordt gepropageerd. Ik zat met mijn vingers in mijn oren en als ik opzij keek zag ik dat meer. Kan nooit de bedoeling zijn.
Het ging ineens over mij…
Een paar dagen later stapte ik daarom enigszins voorzichtig in mijn lange jurk de volgende concertzaal in. Maar het kan dus wél anders. De afstemming tussen het geweldige orkest van het Korps Mariniers en de fenomenale gastzangeres Floor Jansen was perfect. Het werd een memorabele avond. Niet in de laatste plaats door het thema. Dat was namelijk een eerbetoon aan het thuisfront. Waar ik ook toe behoor.
Nooit laten merken wat je voelt
Thuisfront klinkt best gezellig. De werkelijkheid is dat niet altijd. Als je partner militair is, dan weet je waar je aan begint. Ik trouwde niet alleen met hem, maar ook een beetje met het Korps Mariniers. Is mijn relatie met defensie altijd zo’n gelukkige geweest? Niet altijd, moet ik heel eerlijk bekennen. Als partner in zijn laatste tijd in actieve dienst werd gevraagd hoe lang we getrouwd waren, antwoordde hij altijd ‘een jaar of zeven’. Dat was toen minder dan de helft, maar kwam misschien wel overeen met de werkelijke tijd die we bij elkaar waren. Het hoorde erbij. Het was zijn leven, het maakte hem tot wie hij was. Ik kan niet zeggen dat ik daar grote problemen mee had. Ik ben nogal zelfstandig. Maar je kan wel flink doen, het was niet altijd prettig.
“Eeeeh, sorry schat…”
Minder leuk waren bijvoorbeeld de keren dat we iets hadden gepland en hij werd weggeroepen. Ik herinner me nog een verbouwing, waarvoor we de complete inboedel naar de schuur moesten verplaatsen. Ik had de dozen klaarstaan. De telefoon ging. Zijn stem was nauwelijks te verstaan over het geluid van het vliegtuig waar hij halsoverkop in stapte, op weg naar één of andere ramp op de wereld. En zo hebben we ook nog eens tot een hele nacht lijmresten van een vloer lopen krabben, omdat hij ineens ergens werd ingezet, maar we de aannemer een kale afwerkvloer hadden beloofd. Ik heb mezelf altijd prima gered, maar het is niet altijd leuk om dat ook alleen te moeten doen.
Machteloos
Wat doet het met je, als je partner ergens op de wereld aan het oorlog voeren is? Machteloos is het eerste woord dat in me opkomt. Allemaal vrije keus, tot je dienst. Maar als je in het nieuws berichten hoort over AID’s, aanslagen of gevechten en je zit thuis, dan slaat je hart toch effe een slagje over als je wordt gebeld door een onbekend nummer of de deurbel gaat. Ik ben van het type ‘niet zeuren’. Als je daar de kogels om je hoofd fluiten is het een beetje afleidend als het thuisfront loopt te zaniken over een auto die niet start of een paard dat wat mankeert. Klein leed, in vergelijking. Maar is dat wel zo? Heeft thuisfront minder recht om dingen die spelen -en hoe klein ook, wel impact hebben op jouw leven- te delen omdát dat andere werk belangrijker is?
De machteloosheid die ik voelde bij dingen die er gebeurden, maar waar ik geen controle over had, hebben toch wel een spoor nagelaten. Ik was dus aangenaam verrast met het aangekondigde eerbetoon. Dat dat echter maar één nummer was vond ik dan weer wat sober. En typerend. Het thuisfront is héél belangrijk, maar niet teveel. Cynisch toch wel. Ach, niet zeuren…
